Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

VOORWAARDELIJKE machtiging gesloten plaatsing kan alleen gevraagd worden door college van B&W, de rvdk, de OvJ of de GI

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

5.2

Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2, eerste lid, Jw kan de kinderrechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven.

Gelet op artikel 6.1.2, tweede lid, Jw staat ter beoordeling of:

  • -

    jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en

  • -

    de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Een machtiging voor een jeugdige die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan op grond van artikel 6.1.2, derde lid, Jw bovendien slechts worden verleend indien (a) de jeugdige onder toezicht is gesteld, (b) de voogdij over de jeugdige bij een gecertificeerde instelling berust of (c) degene die, anders dan bedoeld onder b, de wettelijke vertegenwoordiger is, met de opneming en het verblijf instemt.

Ingevolge artikel 6.1.2, vijfde lid, Jw kan een machtiging voorts slechts worden verleend indien het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft, of de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert of de voogdij uitoefent, heeft bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is.

Tot slot behoeft het verzoek op grond van artikel 6.1.2, zesde lid, Jw de instemming van een gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.

5.1

5.11

5.1

Het hof overweegt dat de aard van een zaak betreffende een gesloten plaatsing meebrengt dat het de betrokken jeugdige vrij staat zijn verweer in hoger beroep ook na indiening van zijn eerste processtuk nog te wijzigen, zoals [de minderjarige] heeft gedaan door ter zitting een (deels) voorwaardelijke machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie te verzoeken. Echter, ingevolge artikel 6.1.8, eerste en tweede lid, Jeugdwet (Jw) kan een dergelijk verzoek uitsluitend worden gedaan door het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft, de raad voor de kinderbescherming, de officier van justitie of de GI die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert. De GI heeft het verzoek van [de minderjarige] niet overgenomen. Het verweer van [de minderjarige] kan daarom niet slagen, voor zover daarmee een voorwaardelijke machtiging wordt beoogd.

Het hof begrijpt echter dat [de minderjarige] met dit verweer ook de vraag aan het hof wil voorleggen of een onvoorwaardelijke machtiging niet een te verstrekkende maatregel is. Bovendien moet het hof ook zelf onderzoeken of de hierna onder rechtsoverweging 5.2 vermelde gronden tot het verlenen van een machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie aanwezig zijn.5.1

 


5.1


Ga terug