Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Vervanging GI die opdracht rechter niet uitvoert

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

In artikel 1:259 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de kinderrechter de GI kan vervangen door een andere GI.

De vader heeft verzocht de GI te vervangen door de WSSJbJr omdat hij meent dat er een onwerkbare situatie is ontstaan met de GI. Hij stelt daartoe dat de GI heeft nagelaten uitvoering te geven aan de opdracht van de rechtbank Lelystad het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen.

De moeder stemt niet in met het verzoek.

De GI acht een vervanging van de GI niet in het belang van de kinderen.

 

De GI heeft steeds aangegeven dat de procedures tussen ouders moeten stoppen en dat pas daarna gekeken kan worden of er ruimte is voor contactherstel.

Hoewel het juist is dat procedures tussen ouders niet bevorderlijk zijn voor de communicatie en het vertrouwen over en weer, is deze strijd juist een van de redenen geweest voor het uitspreken van een ondertoezichtstelling. Nu het ouders samen niet lukte om afspraken te maken over een contactregeling, is in de onderhavige zaak van meet af aan duidelijk dat hierbij hulp en regievoering van de gezinsvoogd noodzakelijk is. De kinderrechter van deze rechtbank heeft dit ook overwogen in haar beschikking van 27 juli 2016 nadat de Raad in zijn raadsrapport van 16 juli 2016 als één van de doelen had gesteld dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] contact met hun vader zullen hebben en dat zij op korte termijn hun vader weer moeten kunnen ontmoeten. In de verlengingsbeschikking ondertoezichtstelling van 11 juli 2017 heeft de kinderrechter de gezinsvoogd nogmaals gewezen op zijn taak in het tot stand brengen van het contact tussen de vader en de kinderen.

Bovendien heeft de rechtbank Lelystad, in het kader van een vast te stellen zorgregeling, opdracht gegeven aan de gezinsvoogd te werken aan het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Tot twee keer toe heeft de rechtbank Lelystad de GI erop aangesproken dat deze te afwachtend is en de GI gemaand het initiatief te nemen voor de eerste stappen tot contactherstel, waartoe de rechtbank Lelystad in haar beschikking van 20 juni 2017 een voorlopige zorgregeling heeft vastgesteld.

 

Ter zitting is duidelijk geworden dat de GI niet voornemens is met betrekking tot contactherstel de regie te gaan voeren omdat de GI meent dat omgang (op dit moment) niet in het belang van de kinderen is. Zelfs de belcontacten die er waren zijn door de GI gestopt, zodat er nu helemaal geen contact meer plaats vindt tussen de vader en de kinderen.

De kinderrechter acht het kwalijk dat de huidige gezinsvoogd geen enkele poging heeft ondernomen om hierin iets te bereiken. Kennelijk heeft de eerste gezinsvoogd hiertoe wel stappen gezet, maar was de moeder hier niet van gediend en heeft dit geleid tot het aanstellen van een andere gezinsvoogd binnen de GI. Het lijkt erop dat de huidige gezinsvoogd zijn oren heeft laten hangen naar de moeder, die niet wil meewerken aan een contactregeling. De stelling van de GI dat deze er stapje voor stapje met de moeder gaat komen, kan de kinderrechter dan ook niet volgen. Nu de vader van zijn kant heeft aangegeven dat er een onwerkbare situatie is ontstaan, heeft de GI zich niet bereid getoond om samen met de vader naar een oplossing te zoeken. De GI blijft slechts herhalen dat ouders moeten stoppen met procederen.

 

Gelet op deze omstandigheden waarin de GI feitelijk weigert uitvoering te geven aan een rechterlijke beslissing en de samenwerkingsrelatie tussen de man en de GI ernstig is verstoord, ziet de kinderrechter voldoende aanleiding het verzoek van de vader toe te wijzen.


Ga terug