Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Sinds rapport RvdK situatie veranderd: geen ots

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

De kinderrechter overweegt dat voor het uitspreken van een OTS onder meer is vereist dat de minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De kinderrechter overweegt voorts dat D in de thuissituatie bij de ouders getuige is geweest van een alcoholverslaafde vader en de gevolgen hiervan. Zij heeft samen met V regelmatig de woning moeten verlaten wanneer M onder invloed was. Het leven van D werd hierdoor gekenmerkt door onvoorspelbaarheid en een gevoel van angst. In de periode tussen het opstellen van het rapport door de RvdK en de behandeling van het verzoek is de situatie echter significant veranderd: M heeft de ouderlijke woning verlaten en V heeft een verzoek tot scheiding van tafel en bed ingediend. De zorgen omtrent D zijn hierdoor grotendeels afgenomen. Bovendien vertoont D geen kindsignalen; zij doet het goed op school en heeft vriendinnetjes. Gelet op deze omstandigheden, is de kinderrechter van oordeel dat onvoldoende sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van D. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid BW genoemde gronden niet, althans onvoldoende, aanwezig zijn en wijst het verzoek dan ook af.

 


Ga terug