Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Schriftelijke aanwijzing van William Schrikker in hoger beroep vervallen verklaard

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

Op grond van de door partijen overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat de GI onvoldoende onderbouwd heeft dat de beperking van het contact tussen de moeder en de kinderen in verband met hun uithuisplaatsing noodzakelijk is. Het hof overweegt daartoe als volgt. In de schriftelijke aanwijzing van 15 september 2020 is het contact tussen de moeder en de kinderen beperkt van tweeënhalf uur naar anderhalf uur begeleide omgang per week. De GI heeft daartoe aanleiding gezien, omdat de intake en traumabehandeling van de kinderen bij Youz pas kan worden opgestart als er rust en stabiliteit is gecreëerd voor de kinderen. De omgangsmomenten zouden bij de kinderen echter voor te veel spanning zorgen, hetgeen zich onder andere uit in bedplassen, het laten lopen van ontlasting en slecht slapen/nachtmerries. Daarbij zouden twee contactmomenten per week voor hen te vermoeiend zijn in verband met andere verplichtingen, zoals zwemles. Met de raad is het hof echter van oordeel dat onvoldoende is gebleken uit de tot het dossier behorende stukken en de toelichting daarop ter zitting dat de spanningsklachten van de kinderen het gevolg zijn van de omgangsmomenten met de moeder. De kinderen laten al lange tijd zorgelijk gedrag zien. Ook voor de uithuisplaatsing was al sprake van zindelijkheid- en slaapproblemen. De kinderen hebben een belaste voorgeschiedenis, waarin zij door de ouders zijn belast met hun echtscheidingsproblematiek en waardoor de kinderen last hebben van loyaliteitsproblematiek. Zij volgen daarom al geruime tijd speltherapie bij kinderpraktijk [X] . Volgens [X] heeft de gehele situatie, zowel voor als na de uithuisplaatsing, veel impact op de kinderen en is bij beiden sprake van trauma, waarvoor behandeling noodzakelijk is. Er heeft echter nog steeds geen diagnostische onderzoek bij Youz plaatsgevonden, terwijl het van groot belang is om helder te krijgen wat er aan het zorgelijke gedrag dat de kinderen vertonen ten grondslag ligt. Er is naar het oordeel van het hof dan ook onvoldoende gebleken dat de spanningsklachten van de kinderen (uitsluitend dan wel hoofdzakelijk) worden veroorzaakt door de contactmomenten met de moeder en dat de beperking van het contact daarom in verband met hun uithuisplaatsing noodzakelijk is. Het besluit van de GI is daarmee onvoldoende gemotiveerd, zodat de schriftelijke aanwijzing van 15 september 2020 vervallen dient te worden verklaard. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen.

5.10

Voorts ligt ter beoordeling aan het hof voor de vraag welke contactregeling in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. De moeder heeft in dat verband verzocht de contactregeling uit te breiden naar tweemaal per week anderhalf uur. Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

In de oorspronkelijke regeling, die met vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing in beginsel herleeft, hadden de moeder en de kinderen gedurende tweeënhalf uur per week omgang met elkaar onder begeleiding van de GI en van Levvel. Uit de verslagen van Levvel is echter op te maken dat tweeënhalf uur omgang voor de kinderen soms wat vermoeiend was. Na anderhalf uur vonden de kinderen het lastiger om zich te vermaken en zij werden dan moe en huilerig. Een omgangsmoment van anderhalf uur verloopt beter voor de kinderen.

Voorts is ter zitting in hoger beroep gebleken dat wordt toegewerkt naar begeleiding van de omgang op termijn door de tante van de moeder.

Gelet op het voorgaande en nu het hof het in het belang van de kinderen acht dat zij regelmatige en waardevolle contacten hebben met de moeder, komt een omgangsregeling waarbij de kinderen twee keer per week anderhalf uur bij de moeder verblijven, wenselijk voor. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de begeleiding van

de omgang inmiddels is dan wel zal worden overgenomen door de tante van de moeder en dat één van de twee bezoekomenten per week daarom ook in het weekend kan worden gepland. De kinderen hebben dan geen andere verplichtingen, zoals therapie en zwemles, waardoor er alsdan meer rust is voor de kinderen. Het hof zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen, met inachtneming van het voorgaande.


Ga terug