Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Rechtsbijstand voor moeder die gezag dreigt te verliezen

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

De rechtbank stelt vast dat het hier om een ingrijpende voorziening gaat, die de belangen van de moeder rechtstreeks raakt. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ernstige twijfels over de vraag of de moeder zich de reikwijdte van het verzoek realiseert. Haar uitlatingen en gedragingen doen vermoeden van niet en dat brengt mee dat haar rechten onvoldoende zijn beschermd, nu zij in persoon procedeert. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de moeder in deze kwestie wordt bijgestaan door een advocaat, die haar belangen ter zake kan behartigen. De moeder is niet in staat gebleken om deze rechtsbijstand voor zichzelf te regelen. De rechtbank meent echter dat haar belangen thans onvoldoende behartigd worden en dat deze waarborg wel gecreƫerd kan worden door ambtshalve een advocaat in de onderhavige zaak aan de moeder toe te voegen.

Hoewel een wettelijke grondslag voor de toevoeging van een advocaat aan de moeder in de Nederlandse wetgeving ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke toevoeging op grond van artikel 6 EVRM wordt vereist. De rechtbank grondt dit oordeel onder meer op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM), Nenov tegen Bulgarije, 6 juli 2009, 33738/02. Daarin is overwogen dat de specifieke omstandigheden van een zaak in ogenschouw genomen moeten worden en dat het gebrek aan rechtsbijstand tot gevolg kan hebben dat een partij de mogelijkheid wordt ontnomen om tot een doeltreffende verdediging te komen, terwijl het voorliggende geschil tot een aanzienlijke verzwakking van de verhouding tussen die partij en diens kinderen zou kunnen leiden en dus inbreuk zou kunnen maken op een wezenlijk element van het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. Onder die omstandigheden is de eerbiediging van het recht op een eerlijk proces ook een waarborg voor het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven.

Gelet op het verstrekkende verzoek dat thans voorligt, en daarmee het bijzondere belang van de moeder in de onderhavige procedure, in combinatie met voornoemde persoonlijke problematiek van de moeder, die haar belet een voldoende rol te spelen in het besluitvormingsproces en de opeisbare bescherming van haar belangen te waarborgen, waardoor het eerlijke verloop van de procedure wordt ondermijnd, is de rechtbank van oordeel dat het toekennen van rechtsbijstand vereist is.

Op 18 oktober 2021 heeft mr. N.A. Boelhouwer zich telefonisch bereid verklaard om de moeder in de onderhavige procedure bij te staan. Derhalve zal de rechtbank met analoge toepassing van artikel 817, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de toevoeging van deze advocaat aan de moeder bevelen.

De rechtbank verzoekt de advocaat het verzoek met de moeder, in het bijzijn van een tolk, te bespreken, met haar een adequate reactie op het verzoek te formuleren en de moeder bij te staan tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek door de rechtbank op een nog nader te bepalen datum en tijdstip.

De rechtbank zal de inhoudelijke behandeling van de zaak aanhouden tot na te melden pro forma datum in afwachting van een reactie van mr. Boelhouwer. De rechtbank behoudt zich daarbij iedere verdere beslissing voor.


Ga terug