Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

OTS niet verlengd, vader in hoger beroep

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

De GI heeft te kennen gegeven dat het onmogelijk is gebleken de ouders nader tot elkaar te brengen en dat in het kader van een ondertoezichtstelling op ouderniveau alleen nog maar op individuele basis gewerkt kan worden aan hun problematiek. De ondersteuning aan de kinderen zou uitsluitend gericht dienen te zijn op het bijstellen van het negatieve beeld dat zij over hun vader hebben, omdat bij het hervatten van de communicatie met de vader de druk bij hen te hoog wordt. De GI heeft ook verklaard dat de spanningen en stress bij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zo groot zijn dat de GI heeft besloten geen hoger beroep in te stellen van de beschikking van de kinderrechter om te voorkomen dat zij nog meer worden belast. Het hof acht de langdurige blootstelling aan stress bij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] vanwege de situatie tussen de ouders zeer zorgelijk. Zij zijn nu gebaat bij rust in hun leven. Het hof wijst daarbij ook op hetgeen door de mentor van de school van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] in het raadsrapport van 15 december 2016 is aangegeven. Door hem is opgemerkt dat het [de minderjarige1] en [de minderjarige2] door de spanningen niet lukt op hun niveau te presteren en dat voor hen rust noodzakelijk is om zich te kunnen richten op hun schoolwerk. Het is dan ook te meer in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] dat er rust komt zodat zij hun schoolgang op orde kunnen krijgen. Het doen herleven van de ondertoezichtstelling zal gezien ook de ervaringen van het afgelopen jaar, naar het oordeel van het hof niet bijdragen aan het verminderen van de spanning en het bereiken van die zo noodzakelijke rust. Al het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie van het hof dat de GI niet in staat is om haar wettelijke taak zoals vastgelegd in artikel 1:262 BW uit te voeren en dat gekozen moet worden voor de minste van twee kwaden en dat is geen ondertoezichtstelling. Weliswaar is het noodzakelijk dat de ouders ieder aan hun eigen rol in de ouderproblematiek werken, maar dit is onder deze omstandigheden onvoldoende voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hof acht het aangewezen dat de ouders in het vrijwillig kader ieder afzonderlijk aan hun eigen problematiek (blijven) werken en dat zij verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen rol in de situatie. Dat de GI zicht dient te houden op het schoolverzuim, kan evenmin reden zijn voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hof gaat ervan uit dat de school en/of de leerplichtambtenaar zullen ingrijpen indien de zorgen over de schoolgang, waaronder het schoolverzuim, toenemen.

5.4

Het hof gaat voorbij aan de stelling van de vader dat de GI feitelijk maar vijf weken aan de doelstellingen in de beschikking van 11 januari 2017 heeft gewerkt en dat de ondertoezichtstelling daarom een tweede kans verdient. Naar het oordeel van het hof wordt de door de vader gestelde wijze van optreden door de GI niet ondersteund door de stukken.

Hetgeen de vader voor het overige nog heeft aangevoerd, kan evenmin tot een ander oordeel leiden.

5.5

Gelet op voorgaande komt het hof evenals de kinderrechter niet toe aan de beoordeling van het verzoek tot vervanging van de GI.


Ga terug