Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Nieuwe omgangsregeling, schriftelijke aanwijzing vervallen verklaard,

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

 

5.6

Aan het hof ligt de vraag voor welke omgangsregeling in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Gezien de inhoud van het appelschrift, en de toelichting van de moeder ter zitting in hoger beroep, ziet haar verzoek in hoger beroep ook op de omgang tussen de kinderen en de vader. Het hof maakt uit het verweer van de GI op dat ook de GI dat zo heeft begrepen.

In navolging van de GI is het hof van oordeel dat duidelijkheid en voorspelbaarheid van belang zijn voor de kinderen, die al veel hebben meegemaakt, waaronder huiselijk geweld tussen hun ouders en wisselingen in hun opvoedsituatie. Anders dan de GI en de raad is het hof echter van oordeel dat een omgangsregeling die iedere keer dezelfde omvang heeft meer duidelijkheid en voorspelbaarheid biedt dan een regeling waarbij de omgang de ene keer met overnachting en de andere keer zonder overnachting is. De GI heeft voorts onvoldoende concreet onderbouwd waarom een uitbreiding van de omgangsregeling naar een weekend per twee weken, meebrengend dat de kinderen een dag per twee weken extra bij de ouders zijn bovenop de drie dagen die zij reeds bij hen verblijven, te belastend voor hen is. Gebleken is dat het naar omstandigheden goed gaat met de kinderen en dat zij genieten van de omgang met hun ouders en met elkaar. Weliswaar laten [kind B] en [kind C] gedurende een dag afwijkend gedrag zien na een omgangsweekend, maar tegenover de stelling van de moeder dat enige onrust inherent is aan de situatie, heeft de GI onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het gedrag van de kinderen zal verergeren in geval van een uitbreiding van de omgang. Tegenover het gestelde afwijkende gedrag van met name de jongste twee kinderen staat voorts dat het contact met de ouders de afgelopen periode juist een stabiele factor is geweest (vooral voor [kind B] en [kind C] gezien hun recente tijdelijke overplaatsing) alsmede de wens van de kinderen om de ouders en elkaar vaker te zien. Bovendien is niet in geschil dat de band tussen de ouders en de kinderen hecht is en dat de moeder het afgelopen jaar een persoonlijke groei heeft doorgemaakt. Voorts heeft de GI erkend dat de moeder voldoende opvoedvaardigheden heeft om de kinderen gedurende een weekend bij zich te hebben. Daarbij komt dat ouders thans in staat lijken onderling afspraken te maken over de (uitvoering van) omgangsregeling.

Met de GI is het hof wel van oordeel dat een verdere uitbreiding van de omgangsregeling in die zin dat deze steeds reeds op vrijdag begint - zodat ieder omgangsweekend uit twee overnachtingen bestaat - te hoog gegrepen is. De wens van de ouders om de kinderen bij ieder van hen een nacht te laten doorbrengen is invoelbaar, maar op dit punt volgt het hof de GI en de raad in hun betoog dat er reeds veel aan de hand is in het leven van de kinderen en dat te veel wijzigingen hen uit balans zullen brengen. Nu de kinderen sinds hun uithuisplaatsing niet gewend zijn om reeds vrijdag uit school omgang te hebben met hun ouders, komt een dergelijke wijziging van de omgangsregeling de voor hen gewenste duidelijkheid en voorspelbaarheid niet ten goede. Als het perspectief alsmede de plek van alle drie de kinderen duidelijk is en alsdan ook bekend zal zijn hoe de thans te bepalen omgangsregeling verloopt, kan worden bekeken of verdere uitbreiding (of beperking) wenselijk is.

5.7

Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de schriftelijke aanwijzing van de GI van 15 augustus 2018 vervallen verklaren ten aanzien van de vastgestelde bezoekmomenten (de telefonische contacten blijven ongewijzigd) en een omgangsregeling bepalen met ingang van de datum van deze beschikking waarbij de kinderen eens per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de ouders verblijven. De ouders dienen onderling, samen met de GI, afspraken te maken over de invulling van die omgangsregeling in die zin dat in ieder geval wordt vastgelegd bij wie van beide ouders de kinderen overnachten, daarbij in aanmerking nemend dat duidelijkheid en regelmaat van groot belang zijn voor de kinderen.

5.8

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

verklaart de schriftelijke aanwijzing van 15 augustus 2018 vervallen ten aanzien van de daarin bepaalde bezoekmomenten;

bepaalt met ingang van heden de volgende omgangsregeling: eenmaal per twee weken verblijven de kinderen een weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de ouders, waarbij de kinderen bij een van de ouders overnachten en de ouders het halen en brengen voor hun rekening nemen;


Ga terug