Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Niet zo maar verlengen, onderzoek!

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

De vertegenwoordigster van de raad heeft aangegeven dat op dit moment [minderjarige] niet bij haar moeder thuisgeplaatst kan worden, omdat er te weinig aanknopingspunten zijn om dit verantwoord te kunnen doen. In die zin zou een bekrachtiging van de bestreden beschikking geadviseerd worden. De GI heeft echter al in februari 2022 een perspectiefbesluit genomen om niet meer te werken aan een terugplaatsing. De raad is hierover niet geconsulteerd en evenmin is verzocht om onderzoek te doen naar een verderstrekkende maatregel. Volgens de raad ligt er op dit moment onvoldoende onderzoek aan een dergelijke ingrijpende beslissing ten grondslag. De aanvaardbare termijn voor [minderjarige] dient beter onderzocht te worden en dat kan door bijvoorbeeld een bijzondere curator te benoemen of alsnog een boogonderzoek te laten verrichten. De hele context dient hierin meegenomen te worden, dus ook de mogelijkheden van de familie in brede zin.

5.6

Het hof deelt de visie van de raad dat er te weinig onderzoek is verricht om nu al de verstrekkende beslissing te nemen dat [minderjarige] niet meer bij haar moeder teruggeplaatst kan worden. De moeder is de laatste maanden stabiel gebleken en de hulpverleningsmodule van Levvel Hecht is nog maar net gestart. Dit kan een beter beeld geven over haar opvoedmogelijkheden en leerbaarheid. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] is het voor haar van belang dat zo spoedig mogelijk een goed onderbouwd besluit genomen kan worden over de rol van de moeder en/of haar familie als het gaat om de dagelijkse zorg en opvoeding.

De GI is verantwoordelijk voor de wijze waarop zij uitvoering geeft aan de kinderbeschermingsmaatregel van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. In beginsel dient in dit kader gewerkt te worden aan het versterken van ouders in hun opvoedvaardigheden, zodat zij binnen een voor een kind aanvaardbare termijn zelf de zorg weer op zich kunnen nemen. In het licht van het advies van de raad kan niet nu al de conclusie worden getrokken dat [minderjarige] niet meer thuis of in een netwerkpleeggezin geplaatst kan worden. Daarbij komt dat tevens beter onderzocht dient te worden of de moeder met hulp van haar familie in het buitenland een stabiele opvoedsituatie voor [minderjarige] kan creƫren.

5.7

Het hof zal daarom opdracht geven aan de GI om een boogonderzoek of vergelijkbaar onderzoek te (laten) verrichten naar het perspectief van [minderjarige] . Hierbij dienen tevens betrokken te worden de mogelijkheden binnen het netwerk van de moeder (in het buitenland) om samen met de moeder stabiele en (emotioneel) veilige zorg en opvoeding aan [minderjarige] te kunnen verlenen. De resultaten van de module van Levvel Hecht dienen tevens bij het onderzoek betrokken te worden.

5.8

Het hof zal de beslissing over het hoger beroep aanhouden en voor eind oktober/begin november 2022 een voortzetting van de mondelinge behandeling bepalen. De GI wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum de resultaten van het onderzoek over te leggen aan het hof en aan de overige belanghebbenden toe te zenden.


Ga terug