Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Moeder wil vader geheel buiten spel zetten: grond voor ondertoezichtstelling

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Ter terechtzitting voert de raad aan dat ervaring leert dat als een ouder nu niet aan contactherstel wil meewerken, dit over twee à drie jaar ook niet gebeurt.

7. De gecertificeerde instelling bevestigt dat het thuis en op school goed gaat met de minderjarige. Bij de moeder is er sprake van veel verdriet en pijn, wat maakt dat alles wat jeugdbescherming wil inzetten, voor haar een brug te ver is. De biologische vader heeft aangegeven dat hij alles wil doen om zijn dochter weer te kunnen zien, maar de gecertificeerde instelling kan zich niet aan de indruk onttrekken dat omgang tussen de minderjarige en de biologische vader voorlopig niet zal plaatsvinden.

8. Het hof stelt het volgende voorop. Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het stelselmatig negeren van de verplichting om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen onder omstandigheden kan leiden tot een ondertoezichtstelling van het kind omdat het kind hierdoor in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De wetgever gaat er in beginsel van uit dat een kind het recht heeft om met beide ouders een goede ouderband op te bouwen en beide ouders hebben de plicht om hun medewerking te verlenen aan het groeien van de band tussen ouder en kind. Verder volgt uit onderzoek dat ouderverstoting, oudervervreemding en ernstige loyaliteitsproblemen bij kinderen van gescheiden ouders sterk samenhangen met ernstige ouderlijke conflicten. Deze aspecten zijn zeer negatief voor de ontwikkeling van kinderen. Van beide ouders mag worden verlangd dat zij hun onderlinge conflict oplossen en niet hun kind het slachtoffer hiervan maken.

9. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat de minderjarige weet wie haar biologische vader is. Sinds juni 2013 heeft er echter geen contact meer plaatsgevonden tussen de vader en de minderjarige. In hoger beroep is komen vast te staan dat de stiefvader de minderjarige onlangs heeft erkend en dat de minderjarige inmiddels de achternaam van de stiefvader draagt. De moeder wenst geen herstel van contact tussen de biologische vader en de minderjarige


Ga terug