Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Machtiging gesloten plaatsing: gedragswetenschapper die instemde was betrokken geweest

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>
3.5.3. Ingevolge artikel 29b lid 4 Wjz kan een machtiging bovendien slechts worden verleend indien de betrokken stichting een indicatiebesluit heeft genomen, dat strekt tot verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder, en heeft verklaard dat sprake is van de hiervoor bedoelde ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen. Deze verklaring behoeft op grond van artikel 29b lid 5 Wjz de instemming van een gedragswetenschapper, behorende tot een bij ministeriƫle regeling aangewezen categorie, die de minderjarige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. De rechter baseert het oordeel dat voldaan is aan de vereisten van artikel 29b lid 3 Wjz derhalve op het advies zoals dit in het indicatiebesluit en de verklaring van de stichting is verwoord (lid 4) en waarmee de gedragswetenschapper heeft ingestemd (lid 5). 3.5.4. Het hof stelt voorop dat in hoger beroep slechts de duur van de gesloten plaatsing in geschil is. ... 3.5.5. Het hof heeft in de stukken geconstateerd dat de gedragswetenschapper die de instemmingsverklaring ex art. 29b, lid 5 Wjz d.d. 23 april 2014 heeft gegeven, de heer [de gedragswetenschapper], eerder deel uitmaakte van het Team Rondom de Jeugdige (TRJ) en in dat kader betrokken is geweest bij het interne besluitvormingsproces omtrent (de verlenging van) de gesloten plaatsing van [de minderjarige]. 3.5.6. Het hof heeft ter zitting, na een inhoudelijke bespreking van de zaak, deze formele kwestie aan de orde gesteld en daarbij aan de stichting de vraag voorgelegd of in haar visie onder de hiervoor omschreven omstandigheden, sprake is van een voldoende zorgvuldig tot stand gekomen instemmingsverklaring ex lid 5 van artikel 29b Wjz. Het hof heeft in dit kader verwezen naar de beschikking van dit hof van 17 april 2014, waarin het hof die vraag in een vergelijkbare situatie ontkennend heeft beantwoord (ECLI:NL:GHSHE:2014:1115). De stichting heeft verklaard dat zij kennis heeft genomen van voormelde beschikking en dat naar aanleiding van die beschikking de stichting haar interne beleid heeft aangepast. De instemmingsverklaring van 23 april 2014 van de heer [de gedragswetenschapper] is echter nog tot stand gekomen op grond van het "oude" interne beleid. 3.6. ... 3.7. Het voorgaande leidt tot het oordeel van het hof dat geen sprake is van een zorgvuldig tot stand gekomen instemmingsverklaring en dat het inleidend verzoek van de stichting derhalve niet voldoet aan de formele vereisten van artikel 29b Wjz. 3.8. Op grond van al het voorgaande dient het verzoek van [de minderjarige] in hoger beroep dan ook te worden toegewezen en de bestreden beschikking te worden vernietigd voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, derhalve met ingang van 13 december 2014, ...
Ga terug