Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Maar de rechter kan uithuisplaatsing naar uitsluitend een bepaald gezin bepalen

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

Het hof zal allereerst ingaan op de vraag of het aan de rechter is om bepalen op welke plek een uithuisgeplaatste minderjarige dient te verblijven. In de literatuur (Doek/Vlaardingerbroek, Jeugdrecht en jeugdzorg, 6e druk 2009, p. 349/350) is onder verwijzing naar Hof "s-Gravenhage 25 september 1998, FJR 1999, p.85 bepleit dat de kinderrechter de vrijheid heeft het verzoek van ouders te honoreren door te bepalen dat de machtiging tot uithuisplaatsing zich beperkt tot plaatsing in een met name genoemd pleeggezin en dat het te ver gaat om aan te nemen dat de kinderrechter in absolute zin aan het indicatiebesluit gebonden is als het gaat om de keuze voor een bepaald pleeggezin. Daarbij is aangehaald dat het juist de taak van de kinderrechter is om bij het afgeven van een machtiging het belang van het kind de eerste, zo niet een beslissende overweging te doen zijn (artikel 3 Verdrag inzake de Rechten van het Kind). Het hof is gelet op vorenstaande in samenhang met artikel 8 van het Europees Verdrag Rechten van de Mens (EVRM), anders dan de kinderrechter, van oordeel dat de ouders kunnen verzoeken om een machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin en dat de kinderrechter de vrijheid heeft dit verzoek, indien dit in het belang is van het kind, te honoreren.


Ga terug