Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Kind in perspectief biedend pleeggezin? Toewerken naar terugplaatsing

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

8. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof de conclusie van de gecertificeerde instelling, dat het perspectief van de minderjarige bij een perspectief biedend pleeggezin ligt, onvoldoende onderbouwd. Hiertoe overweegt het hof dat uit het rapport van 22 december 2014 van de raad is gebleken dat de moeder een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en veel stabieler is dan een tijd terug, zodat het hof mogelijkheden ziet om de minderjarige (te zijner tijd) weer bij de moeder te plaatsen. Bovendien ervaart de moeder (financiƫle) steun van de vader, die sinds de geboorte van het jongste kind bij de moeder verblijft. De vele wisselingen van gezinsvoogd en het feit dat de minderjarige voor de derde keer is overgeplaatst heeft de zaak naar het oordeel van het hof geen goed gedaan en is niet in het belang van de minderjarige. Het hof gaat er van uit dat de moeder met behulp van een consistente jeugdbeschermer, de hulp van[naam instelling], de hulp van [naam instelling] en de hulp van de vader over enige tijd in staat zal zijn om de verzorging en opvoeding van de minderjarige weer op zich te nemen. Mevrouw[naam] heeft ter terechtzitting bevestigd dat[naam instelling] de frequentie van de hulp kan verhogen zodra de minderjarige weer thuis geplaatst zal worden en ook zij ziet geen bezwaar tegen het weer thuis plaatsen van de minderjarige, aangezien[naam instelling] ook hulp biedt aan kinderen met een beperking. Weliswaar is sprake van een ontwikkelingsachterstand van de minderjarige maar dat is naar het oordeel van het hof geen reden om de uithuisplaatsing te handhaven.

Gelet op de problemen van de moeder in het verleden acht het hof de gronden voor een uithuisplaatsing van de minderjarige thans nog aanwezig maar gezien de positieve ontwikkeling van de moeder is het hof van oordeel dat de thans nog resterende duur van de machtiging moet worden benut om toe te werken naar een terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder thuis.

De mededeling van de gecertificeerde instelling ter zitting dat zij reeds twee jaar geleden heeft besloten tot plaatsing van de minderjarige in een perspectief biedend pleeggezin, mag er naar het oordeel van het hof, gezien de positieve ontwikkelingen, niet toe leiden dat dat - niet rechterlijke - besluit gehandhaafd blijft, te meer nu niet gebleken is dat terugkomen op dat besluit het belang van de minderjarige zou schaden.


Ga terug