Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Hoger beroep van de moeder tegen gezagsontneming. Zij wil onderzoek, en geen babbels en vermoedens

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

3.8.1.

Het hof is van oordeel dat het verzoek van de moeder ex artikel 810a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toegewezen dient te worden.

Het hof acht een onderzoek door een onafhankelijke deskundige aangewezen en overweegt ter zake dat het verzoek van de moeder daartoe voldoende concreet is en mede tot de beslissing van het hof kan leiden. Voorts is het hof van oordeel dat het belang van de kinderen zich niet tegen een onderzoek verzet. Het hof overweegt in dit kader dat met name [kind 1] herhaaldelijk en uitdrukkelijk de wens heeft geuit om weer bij de moeder te gaan wonen. Het hof acht aannemelijk dat het nadere onderzoek, wat de uitkomst daarvan ook zal zijn, duidelijkheid kan verschaffen over de capaciteiten van de moeder en haar mogelijkheden en onmogelijkheden om de zorg voor de kinderen eventueel weer op zich te nemen.

3.8.2.

Het hof is voornemens het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP) opdracht te geven een deskundige voor te dragen.

Vervolgens heeft het hof het voornemen aan de deskundige onderzoeksvragen zoals hierna vermeld voor te leggen en hij/zij zal worden verzocht – mede door middel van een interactie-onderzoek – onderzoek te verrichten en hieromtrent het hof te rapporteren en te adviseren.

Hierbij merkt het hof op dat, hoewel alleen het verzoek tot ontheffing thans aan het hof voorligt, het hof in dit kader niet alleen de mogelijkheden en onmogelijkheden van de moeder in de huidige situatie, maar eveneens de mogelijkheden en onmogelijkheden van een eventuele thuisplaatsing van de kinderen wenst te laten onderzoeken, ten einde een verantwoorde beslissing te kunnen nemen.


Ga terug