Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Het Hof Den Bosch heft OTS op omdat vader alle contact met GI voor zichzelf en voor kind weigert

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Hof oordeelt dat rechtbank op goede gronden ondertoezichtstelling heeft verlengd. Hof heft ondertoezichtstelling op met ingang van heden, nu dit niet langer het geëigende middel is om ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Vader maakt het de GI onmogelijk om aan wettelijke taak binnen ondertoezichtstelling te voldoen om toezicht op kind te krijgen en te houden. Ondertoezichtstelling ineffectief gebleken. Alleen een uithuisplaatsing resteert nog als middel om toezicht te krijgen op kind, maar GI acht dit schadelijker voor kind dan continuering huidige situatie.

 

Dit hof heeft bij beschikking van 18 juni 2015 de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Breda) van 17 februari 2015 – waarin [kind] onder toezicht werd gesteld voor de duur van een jaar – bekrachtigd.

De vader is hiervan in cassatie gegaan. Bij beschikking van 19 februari 2016 heeft de Hoge Raad de beschikking van het hof van 18 juni 2015 vernietigd en het geding verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden (???) ter verdere behandeling en beslissing.


3.5.

De heer [vertegenwoordiger van de stichting] heeft, namens de GI, verklaard dat hij sinds 30 september 2015 als gezinsvoogdijwerker betrokken is bij het gezin van de vader. De GI heeft de vader echter voorafgaand aan de zitting in hoger beroep pas voor het eerst ontmoet, aangezien de vader tot op heden niet is ingegaan op de uitnodigingen van de heer [vertegenwoordiger van de stichting] om tot een afspraak te komen en hij telefonisch onbereikbaar is voor de GI. Verder maakt de vader het de GI onmogelijk om in contact te treden met [kind] , door haar onder meer van school op te halen als de GI voornemens is om [kind] daar te bezoeken en de school te verbieden contacten tussen de GI en [kind] te faciliteren.

De GI heeft twee schriftelijke aanwijzingen gegeven aan de vader, waarvan er één is bekrachtigd door de rechtbank onder oplegging van een dwangsom. Vorenstaande heeft er evenwel niet toe geleid dat de GI in contact is gekomen met de vader noch met [kind] . De enige maatregel die thans nog resteert, is een uithuisplaatsing van [kind] . De GI is van mening dat de gronden hiervoor aanwezig zijn, maar dat dit – na een afweging van alle belangen – teveel impact op [kind] zal hebben en daarom niet in haar belang is.

Nu de ondertoezichtstelling onder de huidige omstandigheden niet uitvoerbaar is gebleken, heeft de GI de rechtbank verzocht om beëindiging van de ondertoezichtstelling. De GI betwist met klem dat de gronden van de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zouden zijn.


3.6.5.

Het hof stelt voorop dat er sprake is van een zorgelijke situatie ten aanzien van de vierjarige [kind] . Het feitelijk verdwijnen van de moeder uit haar leven, met als gevolg vervreemding van de moeder, houdt in de onderhavige situatie een ernstige ontwikkelingsbedreiging op sociaal-emotioneel gebied voor [kind] in. De houding van de vader hierin is zeer zorgelijk. ...


Het hof concludeert met de GI dat de ondertoezichtstelling het afgelopen jaar dan ook geen inhoud heeft kunnen krijgen en ineffectief is gebleken. Feitelijk rest daardoor binnen deze ondertoezichtstelling nog als enig middel om alsnog toezicht door de GI op [kind] mogelijk te maken, een uithuisplaatsing. De GI heeft dit overwogen maar heeft ervan afgezien een machtiging daartoe te vragen nu de inschatting is dat uithuisplaatsing voor [kind] schadelijker is dan het in standhouden van de huidige situatie. Het hof is van oordeel dat, nu alle andere middelen die in het kader van de ondertoezichtstelling kunnen worden ingezet hebben gefaald en geen verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing zal worden gevraagd, het middel van ondertoezichtstelling niet langer de geëigende maatregel is om de ontwikkelingsbedreiging bij [kind] weg te nemen.


Ga terug