Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Literatuur
<< vorige pagina   
print pagina
 

Grootouders

Literatuur >>

A. Jans; Het noodlot gebood ons te zwijgen, mijn verhaal over het levensdrama rond ons kleindochtertje Anne; Gaanderen, 2000. Te bestellen : Dorperweiden 58, 5975 BD Sevenum.

Marijke Sikkel en Manon Sikkel; Als je kind gaat scheiden, handboek voor ouders en grootouders. ISBN 90 6834 199 5. Prijs € 14,90.
Aan de totstandkoming heeft de secretaris van KOG meegewerkt door een lang en diepgaand telefoongesprek met Manon Sikkel.
Drs Marijke Sikkel (1942) studeerde kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze heeft een praktijk in het Gooi en is daarnaast werkzaam als scheidingsbemiddelaar.Drs Manon Sikkel (1964) is psychologe en werkt als freelance journalist.
Cijfers in het boek:”Van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren heeft een op de zes een echtscheiding van de ouders meegemaakt terwijl ze nog thuis woonden. Bij de generatie uit de jaren veertig was dat slechts een op de vijfentwintig. … Samen met Engeland ligt België op dit moment aan kop met het aantal echtscheidingen in Europa. Per jaar worden er in België 40.000 huwelijken gesloten en vinden er 30.000 echtscheidingen plaats. … In 2002 vonden in Nederland 33.000 echtscheidingen plats, waarbij in totaal 34.700 kinderen waren betrokken. Ongeveer een kwart van de kinderen heeft na de echtscheiding geen contact meer met de niet-verzorgende ouder en nog eens een kwart heeft slecht contact.” In hoofdstuk 2 wordt enige juridische informatie gegeven, die niet helemaal klopt. Zo staat er: ”Op dit moment is het in Nederland nog zo dat als twee mensen die niet getrouwd zijn, een kind krijgen, de vader het kind voor de geboorte moet erkennen, wil hij voor de wet gezien worden als de vader.
Maar: erkennen kan ook na de geboorte.En als de ouders een geregistreerd partnerschap hebben oefenen zij op grond van art. 1: 253aa gezamenlijk het gezag uit. Dan is de situatie dus alsof zij getrouwd waren. Erg nuttig is de opmerking: “Wat echter niet iedereen weet, is dat je daarmee (met erkennen, KOG) niet automatisch het ouderlijk gezag krijgt.” Helaas staat er dan: “De wettelijke omgangsregeling zoals die verderop in dit boek wordt genoemd, geldt alleen als beide ouders het gezag hebben.” Maar art. 1: 377a luidt nog steeds: Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar. En nog een kleinigheid: “de rechter …houdt daarbij rekening met de mening van het kind van 12 jaar of ouder, dat hij verplicht is te horen in een afzonderlijk gesprek.” Maar: de rechter is niet verplicht het kind te horen, hij is verplicht het kind te laten oproepen. Er zijn zelfs rechters die niet willen horen, liever zien dat een kind thuis op een lijst aankruist. (Het is trouwens bij de wilde spinnen af dat een kind uitspraken moet doen over contact met een OUDER.) De informatie over de omgangsregeling grootouder-kleinkind klopt wel helemaal.
 
Maar voor de juridische informatie koopt men dit boek niet. KOG vindt het een boek waar je als grootouder werkelijk iets aan hebt. ”Maar wat we in al die jaren van wetenschappelijk onderzoek en veranderde wetgeving wel hebben geleerd, is dat de schade beperkt kan worden als de ex-partners in redelijkheid met elkaar kunnen overleggen en het belang van het kind voorop blijft staan. Als grootouder kun je daarbij op allerlei manieren behulpzaam zijn. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat familieleden tijdens en na een scheiding een goede ondersteunende rol voor de kinderen kunnen spelen.”De schrijfsters vertellen over het verdriet en ook de boosheid die ouders voelen als hun kind gaat scheiden. Zij adviseren veel te praten over deze negatieve gevoelens, maar niet met het scheidende kind.Zij adviseren het kind te laten weten hoe je betrokkenheid is, hoeveel praktische steun je wilt en kunt geven.Zij adviseren zich in het conflict zo neutraal mogelijk te houden. Vooral niet tegen het kleinkind te zeggen dat het wel weer goed zal komen, maar wel een luisterend oor te zijn.Zij adviseren flexibel te zijn.“ Bedenk dat je kinderen hun eigen leven hebben.” Zij adviseren nieuwe doelen te kiezen: “Bedenk wat je allemaal kunt doen, ook al heeft je kind niet de dagelijkse zorg over zijn eigen kinderen. Bepaal voor jezelf wat voor relatie je met je kleinkinderen wilt hebben. Wil je een fundamenteel onderdeel van hun leven zijn, iemand die ze zich altijd zullen herinneren, wil je ze iets meegeven over hun familiegeschie-denis of wil je ze vooral plezier geven en ze af en toe meenemen op een uitje?” Zij adviseren regelmatig contact te houden. “Bel ze op, stuur foto’s, brieven of e-mails. Stuur cadeautjes, vraag ze naar hun vrienden en vriendinnen. Lees een verhaal voor en neem dat op een bandje op.”Zij bespreken de emoties in de verschillende stadia, ook de ontkenning bij alle betrokkenen, die zij benoemen als een vorm van zelfbescherming bij zeer heftige emoties. “We ontkennen eerst en laten dan stukje voor stukje gevoelens daarover toe. … Misschien dat de gevoelens van grootouders en kleinkinderen nog wel het meest met elkaar overeenkomen. De beslissing over een scheiding ligt immers bij de volwassen kinderen dan wel de ouders. … Je voelt een grote machteloosheid en machteloosheid maakt bang.” Zij melden de spanningen tussen partners door hun verschillende reactie op de scheiding van hun kind.De schrijfsters zoeken ook positieve kanten van de scheiding, maar waarschuwen tegen loze troost: “’Nou kun je fijn twee keer je verjaardag vieren. En je krijgt nu misschien wel dubbel zoveel zakgeld per week.’ Echt, ze willen het niet horen en je maakt je als volwasssene ook niet erg geloofwaardig.” Bij de gevolgen voor de kleinkinderen noemen zij ook “het verlies van decorum”. Met name jongetjes scheppen op over het beroep van hun vader, en “het wordt allemaal een beetje minder interessant wanneer je erbij moet vertellen dat hij niet meer thuis woont en dat je hem maar een keer per twee weken ziet.”Zij citeren prof. Th. Compernolle: ‘Voor gescheiden ouders: maak je geen illusies, een scheiding is zo ongeveer het ergste wat een kind kan overkomen. Het is niet de scheiding op zich die het ergste is, maar wel de voortdurende conflictsituatie. Maar ook zonder conflict is het voor kinderen een harde dobber. Echtparen die in een hevig conflict verwikkeld zijn, zeggen wel eens: “We blijven samen voor de kinderen. We gaan pas uit elkaar als ze wat ouder zijn.” Dit is een ernstige vergissing. Een scheiding is minder erg voor jonge kinderen dan voor adolescenten. ’Het doet de schrijfsters denken aan een mop: een man van 94 en een vrouw van 92 komen bij een advocaat omdat ze willen gaan scheiden. De advocaat kan het niet nalaten om te vragen: “Maar waarom bent u niet eerder gescheiden?” De man antwoordt: “We wilden wachten tot de kinderen waren overleden."

Het boek is een echte aanrader omdat het allerlei gevolgen van scheiding voor de kinderen en de ouders van de scheidenden de revue laat passeren en steeds praktische aanbevelingen doet. Herhaaldelijk wordt er gewezen op het belang van duidelijkheid, bijvoorbeeld: “Onderdak bieden aan je kind of schoonkind en kleinkinderen wanneer dat mogelijk is, is natuurlijk een goede zaak. Maar wees duidelijk in de hoeveelheid tijd dat dat kan duren. Zie het alleen als noodoplossing."

Achterin het boek staan kinderboeken over echtscheiding, belangenorganisaties, websites, adressen van omgangshuizen en de literatuur waar de schrijfsters uit geput hebben.
 


Ga terug