Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Gesloten plaatsing voor 8-jarige

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er sprake is van forse en complexe gedragsproblemen bij [voornaam minderjarige] . Er zijn onder meer ADHD, een reactieve hechtingsstoornis. ODD en een beperkte gewetensontwikkeling bij hem vastgesteld. Daarnaast heeft hij een belast verleden. Als gevolg van zijn problematiek ervaart [voornaam minderjarige] onvoldoende basisveiligheid en heeft hij een patroon van zelfbepalend, opstandig en agressief gedrag ontwikkeld. Door een forse toename van zijn gedragsproblemen kon de veiligheid van [voornaam minderjarige] en anderen in zijn directe omgeving niet meer gewaarborgd worden. Sinds april 2019 verblijft [voornaam minderjarige] daarom in de gesloten jeugdinstelling Bergse Bos.

[voornaam minderjarige] is in januari 2020 overgeplaatst binnen Bergse Bos naar een andere groep waar hij meer vrijheden krijgt en waar een meer gezinsgerichte aanpak wordt gehanteerd. Hoewel gezien wordt dat [voornaam minderjarige] gedurende zijn verblijf bij Bergse Bos kleine stappen vooruit zet, vertoont hij zowel op de groep als tijdens zijn verlof bij de moeder nog wisselend problematisch gedrag. Gebleken is dat het [voornaam minderjarige] nog onvoldoende lukt om datgene wat hij leert, vast te houden. Daarnaast is [voornaam minderjarige] nog onvoldoende ingesteld op de juiste medicatie, waardoor sprake is van een toename van zijn gedragsproblemen en zelfbepalend gedrag op het moment dat de medicatie is uitgewerkt.

Sinds maart 2020 is [voornaam minderjarige] samen met de moeder gestart met hechtingstherapie bij Basic Trust. Daaropvolgend zal traumabehandeling worden ingezet voor [voornaam minderjarige] . De kinderrechter acht het in het belang van de ontwikkeling en veiligheid van [voornaam minderjarige] dat hij zijn behandeltraject binnen de kaders van de gesloten jeugdhulp kan voortzetten. Gebleken is dat [voornaam minderjarige] nog veel duidelijkheid, structuur en begrenzing vanuit zijn omgeving nodig heeft. De kinderrechter acht het verder van groot belang dat de GI voortvarend te werk gaat met het advies van de Raad om een PO te laten verrichten. Hier zal zo snel mogelijk duidelijkheid over moeten komen.


Ga terug