Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Gesloten plaatsing? Liever familiegroepsplan!

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Het standpunt van verzoeker
[de minderjarige] heeft op verschillende woonplekken verbleven, ook binnen de gesloten jeugdhulp. Laatstelijk is haar verblijf op een leefgroep van Prokino niet verlengd, omdat [de minderjarige]hiervoor niet gemotiveerd was. [de minderjarige] heeft ondanks de vele wisselingen in haar leven een groei doorgemaakt en woont sinds drie weken weer bij haar moeder en broer [naam] thuis. De psychische klachten van zowel de moeder als de broer maken dat de situatie thuis kan escaleren. Nu [de minderjarige] niet gemotiveerd is om te verblijven op de leefgroep van Prokino is volgens de GI een plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie de enige manier om haar veiligheid te waarborgen en om vanuit een dergelijke gesloten setting gefaseerd te werken aan haar zelfstandigheid.

Het standpunt van belanghebbenden
Namens [de minderjarige] heeft haar raadsvrouw de kinderrechter verzocht het verzoek van de GI af te wijzen, nu niet voldaan is aan de vereisten van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet. Het verzoek van de GI is oneigenlijk, nu de problemen thuis niet door [de minderjarige] worden veroorzaakt, maar door de psychische problemen van haar moeder en haar broer [naam]. De moeder heeft te kennen gegeven niet in te stemmen met het verzoek van de GI. 

De beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Hiervan is thans geen sprake. Integendeel, [de minderjarige] heeft een groei doorgemaakt en accepteert de hulpverlening. Dat de moeder en de broer van [de minderjarige] te kampen hebben met psychische problematiek is niet voldoende redengevend om [de minderjarige] opnieuw uit huis te plaatsen zonder alternatieven, zoals een familiegroepsplan, te overwegen.

De kinderrechter heeft de mogelijkheid geboden een familiegroepsplan op te stellen, voor het geval de thuissituatie escaleert. De moeder heeft te kennen gegeven dat zij gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid.

De kinderrechter zal het verzoek van de GI afwijzen.


Ga terug