Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Dit gaat ook op bij uithuisplaatsing

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

In feite faciliteert de rechtbank hier dat dat de raad niet op een wetenschappelijke manier aan waarheidsvinding doet.

 

Rb: vader wil oorzaak boven water krijgen waarom de jongens hem niet meer willen zien. Volgens hem moet de juiste ‘diagnose’ gesteld worden om tot goed plan te komen, anders brengt het alleen maar onrust. De man is ervan overtuigd dat sprake is van ouderverstoting door handelen moeder. Naast zijn uitgebreide onderbouwing heeft man om raadsonderzoek verzocht, dat er ook is gekomen. Dat dit onderzoek vervolgens door hem terzijde wordt geschoven wekt verbazing. Rb volgt de man niet in zijn kritiek op handelwijze Raad. Raad heeft expertise waar het gaat om welzijn minderjarigen en om te onderzoeken wat ze nodig hebben om gezonde volwassenen te worden en wat juist schadelijk kan zijn voor hun ontwikkeling.. Wat de man hier van Raad lijkt te verlangen is welhaast wetenschappelijke benadering met vergaande graad van waarheidsvinding. Rb heeft de indruk dat man daarbij van Raad verlangt dat deze feiten achterhaalt die zijn gelijk kunnen onderbouwen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een dergelijk onderzoek. Raad verrichtte in deze zaak goed genoeg onderzoek. Afdoende ingegaan op vraag waarom zonen bepaalde uitlatingen doen en wat oorzaak is van hun wens om geen contact meer met man te willen.. Dat onderzoek niet overeenstemt met invalshoek/visie man, maakt het nog niet onvolkomen.


Ga terug