Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

De rechter ontneemt het gezag, maar benadrukt dat recht op omgang en informatie blijven

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

4.11

Het zwaarwegende belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] bij continuïteit van hun opvoedingssituatie en een ongestoord hechtingsproces dient, naar het oordeel van het hof, te prevaleren boven het emotionele belang van de vader om het gezag over hen te behouden. Het hof is van oordeel dat voldoende gebleken is dat de maatregelen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing - door ongeschiktheid en onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen - onvoldoende zijn en zijn geweest om de dreiging als bedoeld in artikel 1:254 BW af te wenden.

4.12

De vader heeft grote zorgen geuit over zijn betrokkenheid bij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] indien hij wordt ontheven van het gezag over hen. Het hof merkt in dat verband op dat door de ontheffing van de vader van het gezag het recht van hem op omgang tussen hem en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] niet wijzigt en dat hij het recht houdt om over hen te worden geïnformeerd. De vader zal altijd de vader van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] blijven. Het is voor hen van groot belang dat de vader een rol in hun leven blijft vervullen als ouder, zij het op afstand.


Ga terug