Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

De rechtbank is er ten onrechte van uit gegaan dat hetgeen de GI aandroeg realiteit was, aldus de moeder

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>
3.8.5.

Uit de stukken en het verhandelde ter mondeling behandeling van het hof is gebleken dat [minderjarige] na zijn uithuisplaatsing meerdere keren is weggelopen. Ook liet hij tijdens zijn plaatsing veel agressie zien. Naar aanleiding daarvan is eind oktober 2019 - in samenspraak en overleg met de GI - besloten om [minderjarige] weer geleidelijk aan bij de moeder te laten wonen. Hij verblijft daar thans nog steeds en gaat vanaf 13 januari 2020 weer hele dagen naar school.

In het kader van het bepalen van een passend perspectief voor [minderjarige] is op verzoek van de GI door een gedragswetenschapper op 13 november 2019 een advies-consult opgesteld. Hieruit volgt dat er gezien de serieuze problemen in het opgroeien bij [minderjarige] feitelijk is voldaan aan het criterium voor plaatsing in een setting voor gesloten jeugdhulp. De gedrags-wetenschapper heeft echter geconcludeerd dat nog niet alle stappen zijn doorlopen om over te gaan tot een plaatsing in een setting voor gesloten jeugdhulp. Dit gezien de uiterst sterke binding tussen de moeder en [minderjarige] (parentificatie) en het feit dat de moeder sterk gemotiveerd is zich in te zetten om het beste voor [minderjarige] te doen en de benodigde intensieve behandeling te ondersteunen. Omdat er volgens de gedragswetenschapper geen sprake is van urgentie in de zin van een levensbedreigende situatie, is onmiddellijk ingrijpen in de actuele situatie niet gerechtvaardigd. Inzet van een intensieve systematische behandeling wordt aanbevolen, zodat de krachten van de moeder gebundeld kunnen worden en de problemen van [minderjarige] in samenhang met systemische factoren worden behandeld. Het advies van de gedragswetenschapper is, een gezinsopname te realiseren voor de moeder en [minderjarige] of intensieve ambulante gezinsbehandeling (MST of MDFT) in te zetten.

Uit de toelichting van de vertegenwoordiger van de GI ter mondelinge behandeling van het hof is voorts gebleken dat [minderjarige] en moeder inmiddels zijn aangemeld bij de [instelling] groep voor intensieve ambulante systeemtherapie. Daar bestaat echter een wachtlijst. Via het SDW is ambulante hulpverlening in de gezinssituatie niet mogelijk omdat de gemeente dergelijke hulp niet heeft ingekocht. Dat betekent, kort gezegd, volgens de GI dat in afwachting van de hulpverlening op dit moment de huidige feitelijke situatie, waarbij [minderjarige] bij moeder woont, wordt gecontinueerd. Volgens de GI is er derhalve op dit moment geen geen noodzaak (meer) tot een uithuisplaatsing van [minderjarige] .

3.9.

Het hof komt op grond van al het voorgaande tot de slotsom dat de bestreden beschikking wat betreft de verleende machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van heden dient te worden vernietigd en het verzoek van de GI met ingang van heden alsnog dient te worden afgewezen.


Ga terug