Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing
<< vorige pagina   
print pagina
 

Als pleegouder gezag krijgt, vervalt OTS

Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >>

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat [de minderjarige] in zijn jonge leven al veel heeft meegemaakt. Zo is hij getuige geweest van fysiek en verbaal geweld in de partnerrelatie tussen de moeder en [de man] (de toenmalige partner van de moeder). Ook was er sprake van geringe draagkracht en emotionele beschikbaarheid van de moeder, onvoldoende positieve opvoedvaardigheden van de moeder en [de man] , en het risico op overmatig alcoholgebruik door de moeder. Het lukte de moeder en [de man] niet in de persoonlijke verzorging van [de minderjarige] te voorzien; [de minderjarige] heeft tien gaatjes in zijn gebit en droeg geen bij het weer passende kleding. In en rondom de woning was het vervuild en verwaarloosd, wat een veiligheidsrisico voor [de minderjarige] opleverde. [de minderjarige] accepteert geen gezag van de moeder, is zelfbepalend en grenzeloos in zijn gedrag.

Begin 2020 is bij [de minderjarige] de diagnose PTSS en hechtingsproblematiek gesteld en vermoedelijk ADHD. Daarvoor krijgt hij ook medicatie (Ritalin). In het najaar van 2020 is gestart met traumatherapie bij Triversum, maar dit bleek te zwaar voor [de minderjarige] in verband met de herbelevingen van de situatie uit de tijd dat de moeder een relatie had met [de man] . Hierdoor werd [de minderjarige] onhandelbaar op school. In de kerstvakantie 2020 is [de minderjarige] naar de zorgboerderij gegaan om tot rust te komen. Daar wordt hij iedere week op maandagochtend naartoe gebracht en blijft hij twee nachten slapen, waarna hij op woensdag wordt opgehaald. Op donderdag en vrijdag krijgt hij thuisonderwijs. [de minderjarige] begint steeds meer te ontspannen. Op de zorgboerderij toont hij overdag weinig emoties, maar aan het einde van de dag op zijn kamer praat hij met de begeleider en komt hij toe aan de verwerking van het verleden. De nachten zijn daarom van belang voor [de minderjarige] . De verwachting is dat [de minderjarige] langere tijd nodig zal hebben op de zorgboerderij, in ieder geval tot de zomervakantie 2021.

Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de pleegvader niet achter de overnachtingen staat, vanwege het feit dat [de minderjarige] grote weerstand toont wanneer hij maandagochtend naar de zorgboerderij gebracht wordt. [de minderjarige] vindt het leuk op de zorgboerderij, maar wil daar liever niet overnachten. Als hij ’s nachts nachtmerries heeft, wil hij het liefste bij de pleegvader zijn.

[de minderjarige] staat momenteel op de wachtlijst voor speltherapie. De systeemtherapie is nog niet van start gegaan, in eerste instantie omdat het praktisch niet haalbaar was, maar ook thans is de systeemtherapie opgeschort, omdat de moeder heeft aangegeven daar op dit moment geen behoefte aan te hebben, gelet op een operatie die zij heeft moeten ondergaan, de zorg voor [kind 2] en deze rechtszaak.

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat de plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders moet worden gecontinueerd. [de minderjarige] ontwikkelt zich daar goed en is aan hen gehecht. [de minderjarige] ziet zijn moeder iedere vrijdag tijdens een bezoekmoment bij de pleegouders thuis. Partijen verschillen van mening over de vraag of de voogdij kan worden overgedragen naar de pleegvader. De GI heeft de volgende doelen gesteld aan de mogelijke overdracht van de voogdij aan de pleegvader in de toekomst:

  • -

    de pleegouders werken samen met de jeugdzorgwerker en de hulpverlening;

  • -

    er moet zicht komen op hoe de moeder de verzorging van zusje [kind 2] zelfstandig vormgeeft als moeder per 1 september 2020 weer in haar eigen woning is;

  • -

    er moet duidelijkheid komen wat het perspectief van zusje [kind 2] is;

  • -

    het vertrouwen tussen de moeder en de pleegouders moet steviger worden en ruimere tijd stabiel blijven;

  • -

    het is belangrijk dat de moeder er achter blijft staan dat [de minderjarige] zal opgroeien bij de pleegouders;

  • -

    de pleegouders geven de moeder en [de minderjarige] op afgesproken momenten de gelegenheid om contact en omgang met elkaar te hebben. De pleegouders stimuleren en ondersteunen beiden hierin;

  • -

    op het moment dat de biologische vader openstaat om in contact te komen met [de minderjarige] , ondersteunen de pleegouders de mogelijkheid om [de minderjarige] en de biologische vader met elkaar te kunnen laten kennismaken.

Het hof constateert dat de hulpverlening op dit moment erg veel vergt van [de minderjarige] , de moeder en de pleegouders. Er moet veel geregeld worden voor [de minderjarige] en er is veel extra ondersteuning nodig, gelet op zijn problematiek. Het hof is met de raad van oordeel dat het belangrijk is dat de pleegouders zich met de dagelijkse zorg voor [de minderjarige] bezig kunnen houden en ingrijpende beslissingen niet door hen behoeven te worden genomen. Anders dan de moeder en de pleegvader menen, is er indien de pleegvader met de voogdij over [de minderjarige] wordt belast, in beginsel geen bemoeienis meer van de GI met [de minderjarige] . Dan valt de ondersteuning vanuit de GI weg voor [de minderjarige] , hetgeen niet wenselijk is. De moeder heeft weliswaar ter zitting in hoger beroep gesteld dat de relatie tussen haar en haar ouders goed is, wat door de pleegvader is beaamd. Ook heeft zij verklaard dat zij overal mee zal instemmen, maar het hof constateert dat de systeemtherapie in de toekomst nog zal moeten plaatshebben, waardoor de situatie tussen de pleegouders en de moeder naar het oordeel van het hof nog steeds fragiel is. Een neutrale en professionele voogd kan de belangen van [de minderjarige] behartigen en de beslissingen nemen die noodzakelijk zijn, maar daarnaast ook de onderlinge relaties beschermen wanneer er (moeilijke) beslissingen genomen moeten worden, waaronder het verblijf van [de minderjarige] op de zorgboerderij. Ondersteuning vanuit een neutrale en professionele voogd is naar het oordeel van het hof wenselijk in deze situatie. Het hof zal daarom de benoeming van de GI als voogd bekrachtigen.


Ga terug