![]() |
||||
|
||||
|
|
Aan de hoogedelgestrenge heer mr dr J.P. Balkenende Ga terugAan de hoogedelgestrenge heer drs W.J. Bos Aan de hoogedelgestrenge heer mr A. Rouvoet Aan de weledelzeergeleerde heer dr H.H.F. Wijffels Ministerie van Algemene Zaken Postbus 20001 2500 EA Den Haag Haarlem, 31 januari 2007 Geachte Heren, Op 21 september 2006 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Moser tegen Oostenrijk als zijn oordeel gegeven, dat sprake is van schending van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bij het ontbreken van een openbare terechtzitting. Artikel 6 spreekt in lid 1 van “een eerlijke en openbare behandeling”. In Nederland worden in familie- en jeugdrecht ouders en kinderen beschermd in hun privacy door de gesloten deuren van de rechtszaal. Een openbare zitting beschermt ouders en kinderen tegen toepassingen van het recht zonder publieke controle. Wij doen een beroep op u om te voldoen aan dit nieuwe EHRM-element en tevens ouders en kinderen zoveel mogelijk te beschermen in hun privacy, door openbaarheid tot norm te maken en gesloten deuren van de rechtszaal tot uitzondering. De rechter zou tot deze uitzondering kunnen besluiten op verzoek van een ouder of een kind. Dan wordt zoveel mogelijk voorkomen dat iemands privacy wordt beschermd terwijl de persoon in kwestie zelf de voorkeur geeft aan openbaarheid. Om deze situatie te bereiken moeten in ieder geval artikel 18 lid 2 en artikel 429g lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering enigszins worden uitgebreid. Een nieuw kabinet geeft een prachtige kans om door aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te voldoen aan een nieuw ontwikkelde norm van het EHRM, en tegelijkertijd het vertrouwen van de burger te versterken. Met gevoelens van hoogachting, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) In kopie aan de fracties in de Tweede Kamer en de Tweede-Kamercommissie voor Justitie |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||