Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Nuttig om te weten
<< vorige pagina   
print pagina
 

Schriftelijke aanwijzing

Nuttig om te weten >>

Googelt u GHARL 2016 703

Leest u in de map Actualiteit op pag. 5 en 6 van de Nieuwsbrief najaar 2014 het artikel van Mr Prinsen over de schriftelijke aanwijzing, en in Nieuwsbrief najaar 2018 het artikel over hetzelfde onderwerp.

In de Memorie van Toelichting (Herziening maatregelen ondertoezichtstelling, 23 003, nr. 3, pag. 35) staat: "...valt te denken aan de aanwijzing het kind een bepaalde cursus te laten volgen, ... het kind een orthopedagogische behandeling te doen geven of het voor het kind noodzakelijk geacht contact tussen dit kind en een derde toe te laten. Evenzeer is denkbaar een aanwijzing aan een ouder om zich tijdelijk te onthouden van contact met een uithuisgeplaatst kind." Maar: een aanwijzing over de omgang van een ouder met zijn kind kan een beschikking van de rechter niet opzij zetten. Bij een aanwijzing is er uiteraard altijd al een ots. Daarom moet de kinderrechter als bestuursrechter, en niet gewoon de bestuursrechter, oordelen over bezwaar/beroep. Deze moet allereerst toetsen of de aanwijzing in redelijkheid gegeven kon worden, d.w.z. of deze zorgvuldig tot stand is gekomen en toereikend is gemotiveerd.

Schriftelijke aanwijzing uiteengezet door de Rechtbank Limburg:
Voor zover NOODZAKELIJK in verband met de uithuisplaatsing kan GI omgang bepalen (beperken).
Wegens gewijzigde omstandigheden kan deze aanwijzing helemaal of deels ingetrokken worden (op verzoek)
Binnen 2 weken na ontvangst beslissing
Te laat antwoord of weigering: te beschouwen als afwijzing.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:265f, lid 1, BW kan de gecertificeerde instelling, voor zover noodzakelijk in verband met de uithuisplaatsing van de minderjarige, voor de duur van de uithuisplaatsing de contacten tussen de met het gezag belaste ouder en de minderjarige beperken. Het tweede lid bepaalt dat een beslissing van de gecertificeerde instelling als een schriftelijke aanwijzing geldt en dat de artikelen 1:264 BW en 1:265 BW van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat de kinderrechter een zodanige regeling kan vaststellen als hem in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt.

Ingevolge artikel 1:265, lid 1, BW kan de gecertificeerde instelling, op verzoek van degene aan wie de aanwijzing is gericht, een schriftelijke aanwijzing wegens gewijzigde omstandigheden geheel of gedeeltelijk intrekken. Op grond van het tweede lid geeft de gecertificeerde instelling haar beslissing schriftelijk binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. In het vierde lid is ten slotte bepaald, voor zover hier ter zake doende, dat het niet of niet tijdig nemen van een beslissing door de gecertificeerde instelling gelijk staat met afwijzing van het verzoek.


Ga terug