Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Nuttig om te weten
<< vorige pagina   
print pagina
 

Waarschuwing

Nuttig om te weten >>

Waarschuwing

Ouders die te maken krijgen met een wijkteam, Veilig Thuis, de raad voor de kinderbescherming en wat er verder maar in hun woonplaats is op dit gebied, komen terecht in een wereld die los staat van de gewone. Soms willen medewerkers van die organisaties met uw kind praten op ‘neutraal terrein’, bijvoorbeeld op school. Eerder verscheen het artikel http://jeugdzorg-darkhorse-plus.blogspot.com/2014/05/jeugdzorg-afblijven-van-kinderen.html met een voorbeeldbrief naar de jeugdzorginstelling. Door de veranderingen in 2015 klopt dit artikel niet meer helemaal, maar waar het om gaat is nog altijd hetzelfde. Het lijkt ons verstandig ook een dergelijke brief te sturen naar de leraar van de klas, in kopie aan de directeur van de school en het schoolbestuur. Bij een openbare school is dat de gemeente (wethouder van onderwijs), bij een bijzondere school is dat het bestuur.
In de brief verbiedt u uitdrukkelijk dat er op school wordt gesproken met uw kind door iemand die niet op de school werkt. U meldt dat u het ouderlijk gezag heeft, dat een gezinsvoogd (als er dus al een ondertoezichtstelling is uitgesproken door de rechter) geen gezag heeft en alleen tot wettelijke taak heeft ‘hulp bij de opvoeding’ te geven.
Zet ook in uw brief dat er drie hoofdredenen zijn voor u om het gesprek op school niet goed te vinden:

A) een kind uit de klas plukken maakt een vreemde indruk op de klasgenoten.

B) u hebt een vertrouwensrelatie met de school en verwacht dat uw kind onderwijs volgt en veilig is op school, en tenslotte

C) medewerkers van allerlei instanties zijn vaak niet bekwaam om een gesprek met een kind te voeren om er achter te komen of er iets met het kind of zijn gezin aan de hand is.
In NRC 5 juli 2018 stond een artikel van klinisch psycholoog en psychotherapeut voor kinderen en jeugdigen dr Marga Akkerman: Kind bij scheiding nog steeds niet goed af.
Citaten: ‘Om te weten wat een kind echt denkt en vindt, moet de volwassene eerst een vertrouwensrelatie met het kind kunnen opbouwen. Deze vaardigheid is het terrein van psychologen en (ortho)pedagogen gespecialiseerd in de kinder- en jeugdpsychotherapie. ... Aan de Jeugdzorg kan dat niet overgelaten worden. De Jeugdhulpverlener en de Jeugdbeschermer worden door de overheid onterecht gezien als de deskundigen in de Jeugdzorg. Voor een betrouwbaar gesprek met een kind hebben zij de vereiste attitude en technieken niet geleerd.’

Deze uitspraken kunt u ook gebruiken als u niet wilt dat medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming of Gecertificeerde Instelling e.d. met uw kind spreken om erachter te komen wat het kind vindt van een situatie. Zegt u dan dat u het belangrijk vindt dat het kindgesprek professioneel wordt gevoerd en dat er daarom de volgende vraag is: in welk register onder welk nummer bent u opgenomen: BIG, NVO, NIP?
.

Let op: als er echt onderzoek moet gebeuren bij uw kind, laat dit dat gedaan worden door een werkelijk deskundige, dat is een wettelijk kindrecht (artikel 24 IVRK). Een werkelijk deskundige is GGZ-psycholoog, lid van de NVO, of niet alleen NIP-lid, dat kan een eerstejaars psychologie worden, maar psycholoog-NIP. De website van het NIP zegt: De titel ‘psycholoog’ is niet wettelijk beschermd. Dit betekent dat iedereen zich psycholoog kan noemen, ongeacht opleiding of werkervaring. Door het dienstmerk PSYCHOLOOG NIP te gebruiken, laat u zien dat u lid bent van onze vereniging en beschikt over een universitair diploma in de psychologie én ervaring heeft als psycholoog. Kortom: een kenmerk voor kwaliteit.


Ga terug