Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Vrijwillig hulp gevraagd, o.a. voor financien, ots gevolg.

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige voor de periode van één jaar. De grond van het verzoek van de Raad is, blijkens de stukken, gelegen in het navolgende. De ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd nu er sprake is van onvoldoende structuur binnen het gezin. Er zijn zorgen op het gebied van inzicht, financiën, het behalen van doelen in het vrijwillige kader, overzicht in de thuissituatie en een lange termijn visie. Er is reeds hulpverlening in het gezin aanwezig, maar de Raad is van mening dat met een ondertoezichtstelling kan worden gewerkt aan coördinatie en effectuering van de in te zetten hulp. Voorts kan de gezinsvoogd zorgen voor meer structuur en de moeder ondersteunen in de opvoeding.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling
De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd. Ter aanvulling is naar voren gebracht dat er ten aanzien van de minderjarige ook zorgen zijn op het gebied van de schoolgang. De Raad is van mening dat langdurige hulpverlening een positief effect kan hebben op de ontwikkeling van de minderjarige. Het vrijwillige kader is niet afdoende gebleken.

De moeder brengt naar voren dat er met de aanwezige hulpverlening al een hoop ontwikkelingen in het gezin plaatsvinden. De diversiteit aan hulpverlening kan voor de minderjarige ook voor onrust zorgen. De moeder geeft aan geen toegevoegde waarde te zien in een ondertoezichtstelling.

Mevrouw [Z] geeft aan dat zij zich als gezinscoach vanuit de bewindvoering zal gaan richten op de zorg binnen het gezin. Een collega zal het financiële deel op zich nemen. De reeds aanwezige hulpverlening binnen het gezin zou mogelijk afdoende kunnen zijn om de bedreigingen ten aanzien van de minderjarige weg te kunnen nemen.

Namens de Raad en Bureau Jeugdzorg wordt aangegeven dat een ondertoezichtstelling wel degelijk van toegevoegde waarde kan zijn. Het voordeel zal moeten worden behaald in de zorgcoördinatie die de gezinsvoogd zal gaan uitvoeren. De recente ontwikkelingen vanuit de bewindvoering zijn pril en het is binnen de ondertoezichtstelling niet de bedoeling het gezin te overspoelen met hulpverleningstrajecten.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder het volgende. De minderjarige maakt onderdeel uit van een groot gezin met meerdere kinderen van verschillende vaders. In deze omstandigheden doet de moeder erg haar best om de minderjarige alle zorg en aandacht te bieden die zij nodig heeft. Er is echter ook sprake van problematiek waarop de moeder onvoldoende grip heeft. Hulpverlening vanuit het vrijwillige kader heeft niet geleid tot het gewenste effect en recent is er vanuit de bewindvoering een nieuw traject ingezet. In de aankomende periode zal moeten worden bekeken hoe er meer rust, regelmaat en stabiliteit in de thuissituatie kan worden bereikt en dient er te worden gewerkt aan een verbetering van de financiële situatie. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de reeds aanwezige en de in de toekomst in te zetten hulpverlening te coördineren. De gezinsvoogd kan op de achtergrond werken en een sturende rol op zich nemen om te zorgen dat er wordt toegewerkt naar meer structuur voor de minderjarige.

 


Ga terug