Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Vernietiging verlenging ondertoezichtstelling omdat op dit moment niet gesproken kan worden van een concrete ontwikkelingsbedreiging en de moeder voor de minderjarige op eigen initiatief hulpverlening heeft ingeschakeld

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

De ouders voeren aan dat zij een goede verstandhouding hebben en met elkaar communiceren over zaken die [minderjarige] aangaan. Daarnaast hebben de ouders hulp gezocht en gekregen voor hun eigen problematiek, teneinde [minderjarige] hiermee niet te belasten. De ouders functioneren prima in het dagelijks leven en zij stellen de behoeften van [minderjarige] voorop.

De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] niet kan worden afgewend door middel van een minder zwaar middel. De moeder waakt ervoor dat [minderjarige] het onderwijs en de ondersteuning krijgt waar zij behoefte aan heeft. Zij staat daarbij steeds open voor ondersteuning van derden/professionals, hetgeen in de verklaring van de schoolmaatschappelijk werkster wordt bevestigd. De ouders zien daarom de meerwaarde van een ondertoezichtstelling niet in.

3.4.1.

De ouders hebben hieraan ter zitting in hoger beroep - samengevat - het volgende toegevoegd.

Het contact en de communicatie met de gezinsvoogd laten te wensen over. De ouders hebben geen weet van de gesprekken tussen [minderjarige] en gezinsvoogd, omdat deze op school plaatsvinden. De ouders ontvangen van de gezinsvoogd geen terugkoppeling van deze gesprekken. [minderjarige] vindt ook dat de gesprekken met gezinsvoogd geen meerwaarde hebben. De moeder heeft een goed contact met de school van [minderjarige]. Zij heeft zelf contact opgenomen met het Zorgplein van de school. De moeder vindt dat [minderjarige] goed moet presteren op school, maar het moet niet zo zijn dat zij door haar hoogbegaafdheid op haar tenen moet lopen. Het belang van [minderjarige] dient voorop te staan. De school gaat een test bij [minderjarige] afnemen om handvatten te krijgen voor wat [minderjarige] in verband met haar hoogbe-gaafdheid specifiek nodig heeft. De schoolresultaten van [minderjarige] vertonen thans een stijgende lijn. Het gaat goed met [minderjarige]. Zij heeft vriendinnen en maakt deel uit van een stabiel gezin. De stiefvader en de moeder zijn inmiddels getrouwd en de omgang tussen [minderjarige] en de vader verloopt goed. De moeder ontkent dat zij in het verleden aangifte tegen de vader heeft gedaan van seksueel misbruik van [minderjarige]. De beschuldigingen omtrent de seksuele problematiek van de stiefvader zijn door zijn ex-partner geuit, teneinde hem in een kwaad daglicht te stellen. De ouders zijn van mening dat een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is. De stichting alsmede de kinderrechter hebben ook op de mondelinge behandeling in eerste aanleg hardop hun twijfels geuit over de meerwaarde van een ondertoezichtstelling, hetgeen echter niet in het proces-verbaal is opgenomen.

3.5.

De raad heeft ter zitting, - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

De raad heeft om een ondertoezichtstelling verzocht omdat er op dat moment ernstige zorgen omtrent [minderjarige] aanwezig waren. [minderjarige] is in de basisschoolperiode vijf keer verhuisd en de impact hiervan op [minderjarige] wordt door de ouders onderschat. De raad is van mening dat [minderjarige] hierdoor in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Dat [minderjarige] goede schoolresultaten behaalt, komt enkel door haar hoogbegaafdheid. De school signaleert dat [minderjarige] problemen heeft met het maken van nieuwe vrienden, hetgeen te verklaren is doordat zij vaak is verhuisd. De raad vindt het voor [minderjarige] belangrijk dat zij zich in de periode van haar pre-pubertijd kan wortelen. Verder acht de raad een ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] aanwezig in de wijze waarop in de opvoedingsomgeving van [minderjarige] wordt omgegaan met seksualiteit. In 2005 is tegen de vader aangifte gedaan van seksueel misbruik waardoor de vader onterecht in hechtenis heeft gezeten. In 2011 zijn er opnieuw vermoedens geuit omtrent seksueel misbruik door de vader, terwijl de moeder [minderjarige] wel omgang met de vader laat hebben. De moeder kiest nu opnieuw voor een partner die behandeling zoekt voor seksuele problemen. De raad acht daarom een ondertoezichtstelling van [minderjarige] nog steeds noodzakelijk.

3.6.

De stichting heeft ter zitting, - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

De stichting verklaart dat de ondertoezichtstelling oorspronkelijk is uitgesproken vanwege de zorgen omtrent de kinderen van de stiefvader.


Ga terug