Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Nuttig om te weten
<< vorige pagina   
print pagina
 

Veel gebruikte termen

Nuttig om te weten >>

Vooraf: Biologische vader betekent òf verwekker (de man die met de moeder op natuurlijke wijze het kind heeft laten ontstaan), òf donor. Met de term ‘donor’ wordt dus een
biologische vader aangeduid, niet zijnde een verwekker. Een donor wordt nooit aangeduid met alleen de term ‘vader’, soms met ‘biologische vader’.

In gewoon spraakgebruik betekent ‘vader’ verwekker. Maar zodra het om rechten en plichten gaat, betekent ‘vader’: ‘man die in familierechtelijke betrekking staat tot een kind’.
De ‘vader’ hoeft dus niet perse de biologische vader te zijn. Het is mogelijk dat iemand anders de verwekker te snel af is geweest, en zijn kind met toestemming van de moeder heeft erkend. Daar staat de echte vader, de verwekker, machteloos tegen.

Ouders in juridische zin
Moeder van een kind is de vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind heeft geadopteerd (art. 1: 198 BW)
Vader van een kind (art. 1: 199 BW) is de man
a. die op het tijdstip van de geboorte met de moeder is gehuwd of met haar een geregistreerd partnerschap heeft, tenzij onderdeel b geldt;
b. wiens huwelijk met de moeder binnen 306 dagen voor de geboorte door zijn dood is ontbonden;
c. die het kind heeft erkend;
d. wiens vaderschap gerechtelijk is vastgesteld (dan gaat het alleen om kinderalimentatie); of
e. die het kind heeft geadopteerd.

De moeder is dus de vrouw die het kind heeft gebaard of geadopteerd;

de vader is (grofweg) de man die

1. met de moeder getrouwd was of met haar een geregistreerd partnerschap had toen het kind werd geboren, of die het kind heeft geadopteerd;
2. het kind heeft erkend (men kan dus ook andermans kind erkennen).

Vernietiging van de erkenning op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is kan aan de rechtbank worden verzocht door het kind, door de erkenner en door de moeder, maar niet door anderen, ook niet door de verwekker!

Erkenning
Erkenning kan tot stand komen (art. 1:203):
bij een akte van erkenning, opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand;
bij notariële akte.
Een akte van erkenning door de biologische vader is onherroepelijk; als de erkenning onderdeel is van een testament, is dit deel onherroepelijk.

Voor erkenning is als zij nog leeft de schriftelijke toestemming van de moeder noodzakelijk, die onder omstandigheden kan worden vervangen door een rechterlijke uitspraak.

Door erkenning ontstaan familierechtelijke betrekkingen tussen kind en erkenner en zijn bloedverwanten. De familierechtelijke betrekking tot de bloedverwanten is van belang i.v.m. erfrecht. Het kind krijgt de familienaam van de erkenner (hoewel dat nu niet meer hoeft).

Gezag (art. 1: 245)
1. Minderjarigen staan onder gezag.
2. Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.
3. Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door een ouder uitgeoefend. 
    Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.
4. …
5. Het gezag van de ouder die dit krachtens artikel 253sa of krachtens een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 253t samen met een ander dan een ouder uitoefent, wordt aangemerkt als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij uit een wettelijke bepaling het tegendeel voortvloeit.

Er is gezamenlijk gezag van ouders als zij:
getrouwd zijn; of
grofweg: getrouwd zijn geweest en gescheiden na een bepaalde datum; of
een geregistreerd partnerschap (gehad) hebben; of
hun gezamenlijk gezag op hun gezamenlijk verzoek hebben laten aantekenen in het “gezagsregister” (openbaar register bij de rechtbanken).

Eenouder gezag
Een moeder heeft van rechtswege (dus helemaal vanzelf) ouderlijk gezag over het kind als zij op het tijdstip van de geboorte meerderjarig is, of een huwelijk of geregistreerd partnerschap is aangegaan, of door de kinderrechter meerderjarig is verklaard.

Een ouder heeft eenhoofdig ouderlijk gezag over het kind als zij/hij getrouwd is geweest en gescheiden voor een bepaalde datum.
Als een ouder ten minste een aaneengesloten periode van drie jaar alleen met het gezag belast is geweest en samen met iemand anders dan de andere ouder van het kind ten minste een aaneengesloten periode van een jaar de zorg voor het kind heeft gehad, dan kunnen deze twee de rechter verzoeken hen samen met het gezag over het kind te belasten. Voor deze met het medegezag beklede niet-ouder bestaat geen term, maar dit gezamenlijk gezag wordt aangemerkt als ouderlijk gezag.

Voorlopige ondertoezichtstelling
Een vots is wat de term zegt: voorlopig. Dat wil zeggen tot er een zitting bij de kinderrechter is geweest. Pas op die zitting wordt beslist of er wel of niet een ondertoezichtstelling komt, dat wil dus zeggen of u zich (uitsluitend wat verzorging en opvoeding van uw kind betreft) zult moeten houden aan de instructies van de gezinsvoogd.

De raad voor de kinderbescherming is verzoekende partij, u bent de verweerder. De zitting bij de kinderrechter is een zitting achter gesloten deuren. Dat betekent dat beide partijen er zijn en verder niemand, behalve als beide partijen dat goed vinden. U vindt het uiteraard niet goed dat er iemand van de gezinsvoogdij-instelling (bureau jeugdzorg) bij zit. Zeg tegen de rechter dat u wilt dat deze persoon de zittingzaal verlaat. Dat zal dan gebeuren. Het nut hiervan is dat u er de nadruk op legt dat de rechter nu recht moet spreken, in dit geval bepalen of er wel of niet een ondertoezichtstelling komt.

Ondertoezichtstelling
Als de rechter een ondertoezichtstelling heeft uitgesproken, wijst de gezinsvoogdij-instelling/bureau jeugdzorg een gezinsvoogd aan, die binnen 6 weken een hulpverleningsplan maakt. Als dat niet gebeurd is, is het nuttig opheffing van de ots te verzoeken. Zes weken niets gedaan, hoe nodig is het dan allemaal? Als het wel gebeurd is, sta er dan op dat er geen vage, algemene formuleringen in staan. U hebt recht op concrete doelen en concrete stappenplannen. Later bij de evaluatie moet u erop letten dat er niet een beschrijving van de stand van zaken in algemene termen gegeven wordt, maar een beoordeling hoe er tot dan toe is gewerkt aan de doelen en in welke mate dit effectief is geweest. Als er geen of onvoldoende effect is, neemt u dan geen genoegen met meer van hetzelfde.

Gezag, omgang en informatie
Als een ouder geen gezag heeft, heeft hij recht op omgang en op informatie. Voor omgang is een ouder in de praktijk in hoge mate afhankelijk van de ouder bij wie het kind woont, wat informatie van derden betreft heeft hij dezelfde rechten als een ouder met gezag. Veel “derden”, bijvoorbeeld scholen, weten dat niet. Valkuilen deel 2 geeft daarvoor bruikbare, uit te printen pagina’s.





Lees op deze site in de map Publicaties
Kinderbescherming en valkuilen deel 2, Gezag, omgang en informatie
Het ouderverstotingssyndroom
 
 


Ga terug