Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Actualiteit
<< vorige pagina   
print pagina
 

Trouw geeft op 14 november twee kinderrechters veel ruimte om ouders met jeugdzorg neer te zetten als onwillige sociaal zwakkeren

Actualiteit >>

Niet geplaatst door Trouw, per post verzonden aan mr Van Kalveen:


Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

In Trouw van 14 november zegt een kinderrechter: “ mensen die het moeilijk hebben. Die met allerlei problemen kampen, die de taal niet spreken, voor wie de samenleving erg complex is geworden. Vooral die groep kom je tegen op zittingen.” Dat is het beeld dat geschetst wordt in de stukken die de rechter heeft ontvangen. Iemand die de leiding heeft in een sociale werkplaats wordt dan beschreven als “werkt in een sociale werkplaats.”
Heel veel mensen op de zittingen voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn heel andere mensen dan deze kinderrechter leest, mensen met weinig problemen, die de taal uitstekend spreken, die een academische opleiding hebben.
Ik weet dat doordat ik sinds 1990 secretaris ben van een organisatie van ouders met jeugdzorg. Als ouders in een scheidingssituatie het niet eens worden over hoe het nu verder moet met de kinderen, heet dat vechtscheiding en volgt er een ondertoezichtstelling. Behalve gescheiden ouders zijn er veel andere ouders met wie niets mis is. Soms zijn ze zo dom geweest advies te vragen over een opvoedkwestie maar hebben het advies niet opgevolgd. Soms vinden ze het niet goed dat hun dochter in cafés rondhangt en omgaat met een man van in de dertig. Het kind loopt weg en de instanties zorgen voor een uithuisplaatsing, waarna ze alles kan doen waar het conflict thuis over ging.
 De rechters maken zich slachtoffer van artikel 3.3 Jeugdwet: “De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften alle van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.”  Verplicht zijn is niet hetzelfde als doen. Als alle rechters erop staan dat er adequaat feitenonderzoek heeft plaatsgevonden, dat opmerkingen onderbouwd zijn, zal een rechter niet meer in zijn beschikking hoeven schrijven: “Ten slotte dringt het hof er bij de GI op aan om voortaan in aan het hof geschreven stukken feitelijke mededelingen, bij voorbeeld dat de vader bij de raad om een spoeduithuisplaatsing van [minderjarige] heeft verzocht, tevoren te verifiëren. Ter zitting is gebleken dat van een dergelijk verzoek geen sprake is.” (GHSHE: 2019:3819, 17 oktober 2019) Dat zal heel veel geld schelen en verdriet en woede voorkomen.
Truus Barendse, Haarlem

Mr ir P.J.A. Prinsen heeft op dit stukje als volgt gereageerd:

Truus,

Je reactie op het Trouw-interview met Kalveen c.s. was weldadig ad rem. Helaas las ik op de KOG-site dat Trouw het stuk niet heeft geplaatst – onbegrijpelijk.

Je reactie heeft mij ondertussen aan het denken gezet. Neem nou die man die de leiding heeft in een sociale werkplaats en in het rapport wordt beschreven als “werkt in een sociale werkplaats”. Hoe bereiken wij nou dat aan dit soort valse suggesties paal en perk wordt gesteld? Je schreef: “Als alle rechters erop staan dat er adequaat feitenonderzoek heeft plaatsgevonden”.

Maar:

  1. Rechters denken: “Vervanging van ‘werkt in’ door ‘geeft leiding aan’ maakt de gestelde ernstige bedreiging nog niet onwaar”.
  2. Daarbij komt dat de wet zelf in “ernstig bedreigd in zijn ontwikkeling” niet vraagt om een feit, maar om een mening (een beoordeling waar niets tegen in te brengen is: een vage norm).
  3. Wat is adequaat (een subjectief begrip) feitenonderzoek?. Of in termen van normen: nog een vage norm erbij. En zelfs àls het feitenonderzoek “adequaat” is uitgevoerd, dan stuit je nog op punt 2: wanneer is het kind “ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd?”

Of vader nu directeur van de sociale werkplaats was of met handwerk zich nuttig maakte, wat doet dat er toe? Is dat laatste een reden om zijn kind “ernstig bedreigd in zijn ontwikkeling” te achten? Mijn conclusie is, dat we onze pijlen moeten richten op de vage rechtsnormen (let wel: gecodificeerde normen, in black letter law). We moeten voorkomen dat we alleen maar als een vis blijven spartelen aan de haak van de jeugdbeschermers. Natuurlijk moeten we ook op de bestaande thema’s blijven acteren, maar dan zou ik het liever ‘adequaat rapporteren’ willen noemen in plaats van adequaat feitenonderzoek. Voor het vage normen-front verwijs ik graag naar www.advocatencomite.nl/rechtsbescherming.pdf


Ga terug