Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Slechts één van de kinderen geeft kindsignalen; geen ots voor de andere kinderen

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>
5.6

Het hof overweegt op grond van de stukken van het dossier en het ter zitting besprokene als volgt. Vaststaat dat het gezin een belaste familiegeschiedenis heeft. Naar het oordeel van het hof zijn er echter onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat [kind A] , [kind B] en [kind D] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De zorgen over de ontwikkeling van [kind B] , waar de school destijds melding van heeft gemaakt, bestaan thans niet meer, hetgeen de raad ter zitting ook heeft onderschreven. Er zijn door school geen zorgen geuit met betrekking tot [kind A] en [kind D] . Ook voor het overige zijn er naar het oordeel van het hof geen concrete, objectieve aanwijzingen voor seksueel misbruik, mishandeling of ernstige ontwikkelingsbedreiging op een ander vlak ten aanzien van [kind B] , [kind A] en [kind D] . Weliswaar bestaan er vermoedens van mishandeling door de vader van [zoon] , is [zoon] uithuisgeplaatst en door de ouders verstoten, maar hieruit kan nog niet worden afgeleid dat (ook) ten aanzien van [kind A] , [kind B] en [kind D] sprake is van kindermishandeling. De veroordeling van de vader voor een zedendelict twintig jaar geleden, acht het hof een onvoldoende aanknopingspunt voor het oordeel dat er thans ten aanzien van voornoemde kinderen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Ditzelfde geldt voor de anonieme melding waarin wordt gesteld dat [kind A] en [kind B] misbruikt zouden worden, nu deze beschuldiging geenszins met objectieve gegevens gestaafd is. Bovendien heeft de moeder uitleg gegeven over de vermoedelijke aanleiding van deze melding, namelijk een slechte relatie met de familie van de vader en [kind A] en [kind B] vertonen thans op school geen kindsignalen van kindermishandeling of seksueel misbruik. De omstandigheden dat het gezin naar binnen is gekeerd en hulpverlening geen, althans onvoldoende inzicht heeft in de gezinssituatie, vormen naar het oordeel van het hof op zichzelf in de gegeven omstandigheden onvoldoende grond voor een ondertoezichtstelling. Voorts overweegt het hof dat de moeder ter zitting heeft toegezegd dat zij bereid is op school over de situatie op school in gesprek te gaan met de GI om zo eventuele zorgen weg te nemen. Het hof gaat ervan uit dat de moeder die toezegging gestand zal doen. Gelet op al het voorgaande, is het hof van oordeel dat er ten tijde van de bestreden beschikking, maar ook nu onvoldoende grond bestaat voor een ondertoezichtstelling van [kind D] , [kind B] en [kind A] . Het hof zal de beschikking ten aanzien van [kind D] , [kind B] en [kind A] vernietigen en het inleidend verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling van deze kinderen afwijzen.

5.7

Dat ligt naar het oordeel van het hof anders voor wat betreft [kind C] . In zijn geval is voldoende gebleken van zorgelijke kindsignalen, ...


Ga terug