Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Schriftelijke aanwijzing voor ouder zonder gezag? Dat kan niet.

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

De kinderrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:258 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Ingevolge het tweede lid van deze bepaling dienen de met het gezag belaste ouder en de minderjarige deze aanwijzingen op te volgen.

Ingevolge artikel 1: 263a van het BW kan de stichting, bedoeld in artikel 1 onder f van de Wet op de Jeugdzorg, voor de duur van de uithuisplaatsing de contacten tussen de met het gezag belaste ouder en het kind beperken. Ingevolge het tweede lid van deze bepaling geldt de beslissing van de stichting als een aanwijzing. Artikel 259 en 260 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kinderrechter een zodanige regeling kan vaststellen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

3.3.

De kinderrechter is van oordeel dat, gelet op het bovenstaande de brief van LJ&R van 20 februari 2014 is aan te merken als een aanwijzing. Nu deze aanwijzing gericht is aan de niet met het gezag belaste ouder en inhoudt een beperking van het contact tussen de niet met het gezag belaste ouder en het kind, is deze aanwijzing in strijd met de wet, zodat de kinderrechter deze aanwijzing vervallen zal verklaren.
 

 


Ga terug