Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Actualiteit
<< vorige pagina   
print pagina
 

Rechter schrijft in de Leeuwarder Courant van 13 februari 2019, reactie van grootouders

Actualiteit >>

Reactie op ‘De kinderrechter twijfelt ook wel eens’

Leeuwarder Courant 13 febr. 2019. Enkele praktijk voorbeelden     (dikgedrukt en tussen ‘  ‘   de uitspraken van rechter Tilly van der Hoeven)

 

‘Ik heb dan al apart met het kind gesproken.’ (ouder dan 12 j)

-          Hebben rechters kennis van ouderverstoting, kunnen zij dit zo even waarnemen, net als het onderkennen van een ouder met b.v. veel (verborgen) narcistische kenmerken en de gevolgen voor het gedrag van het kind?

-          Bij jongere kinderen zou het logisch zijn dat er een deskundigen onderzoek/rapport komt. De rechters, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en het Regiecentrum voor Bescherming en Veiligheid te Leeuwarden (GI) hebben de video’s over HET probleem van het kind, de overdracht naar de moeder (opnames waren er ook van overdracht naar vader) geweigerd te zien. Ook de meerdere schriftelijke meldingen hierover zijn genegeerd, geweigerd om met de buurt te praten. De RvdK had de GI de opdracht voor de OTS gegeven om die overdrachten te onderzoeken, maar de GI en alle rechters negeerden dat.  

 

‘Ik heb het rapport van de Raad van tevoren gelezen en weet welke zorgen er zijn. Ik heb dus één kant van het verhaal gehoord en daar kunnen ouders op reageren. Het is echt een kwestie van hoor en wederhoor.’

-          ‘Weet welke zorgen er zijn.’  ‘Weet’ moet vervangen worden in ‘dat de rechter heeft gelezen welke zorgen het Raadsrapport vermeldt.’ Het blijkt dat ook Raadsrapporten niet alleen op feiten gebaseerd zijn en ook klakkeloos hebben overgenomen wat eerder ketenpartners bewezen onjuist hebben opgeschreven (keteninfantiliteit).  Tevens is het aantoonbaar dat bewijs voor feiten niet wordt geaccepteerd binnen de keten aangezien de ketenpartners niet aan ‘waarheidsvinding’ doen en de feiten als ‘mening’ binnen de keten worden weggezet in de bijlage. Als de rechters het rapport gelezen hadden zouden ze om onderzoek van de overdrachten gevraagd hebben.

-          Structureel zijn het Plan van Aanpak (PvA) en evaluatie niet voorafgaande aan de zitting door de GI aan vader gecommuniceerd. Hierdoor is er bewust een eenzijdig beeld door de GI weergegeven. De rechter wist dit aangezien het onderdeel duidelijk ontbrak. Echter kreeg deze vader geen gelegenheid om alsnog zijn mening op de documenten, waarop de rechter de uitspraak mede baseerde, te geven. Ook werd het PvA door de GI, ondanks de wettelijke verplichting, niet altijd verstrekt voor een rechtszitting. Ook dit werd geaccepteerd door de rechters. Zelfs toen vader stelde de verplichte documenten niet gehad te hebben (met voor hem onbekende voorwaarden) en de GI dat ontkende, ging de rechter mee in de aantoonbare onwaarheid van de GI. Een simpele vraag van de rechter aan de GI om dit aan te tonen was voldoende geweest.  Door mee te gaan met deze leugen kreeg vader daardoor beperktere omgang en geen hoofdverblijf meer. De RvdK stond zonder dossierkennis achter de GI. Conclusie van de rechter bij ‘toetsing’ had dan moeten zijn dat zowel de RvdK als de GI hierin onbetrouwbaar bleken.

 

De kernvraag is: zijn er genoeg gronden aangevoerd om aan de wettelijke criteria voor een OTS of een UHP te voldoen?

-          De aangevoerde gronden voor verlenging OTS zijn niet onderzocht op feiten. De rechter toetste niet en geloofde blind de liegende ‘professional’.

-          Er is geen onderzoeksrapport overlegd dat de (medische) basis voor de zorgen onderschreef omdat er simpelweg geen specialist betrokken is geweest.

 

‘Dan vragen WE de gezinsvoogd of de GI inderdaad wel om dat uit de rapportages te halen’.  (gaat om onjuiste of achterhaalde info).   

-          Benieuwd wie WE zijn, want wij hebben die rechters nog niet meegemaakt die dat gevraagd hebben. Als een gezinsvoogd b.v. geschreven heeft over ‘volgens de onderzoeken’ of ‘en de vader vraagt ter zitting welke (want die zijn hem niet bekend), vraagt de rechter niet aan de gv om deze te tonen. Als de vader vraagt om onderbouwing van uitspraken, dan hoeft de gv dit niet te doen van de rechter.

-          Rechters gaven aan dat feiten er niet toe deden, alleen meningen en visies (van de gv). Er is geen bewijsrecht, dus niet aan te tonen dat rapportages e.a. feitelijk onjuist zijn.  Erger nog: er zijn beschikkingen en processen verbaal die van elkaar afwijken. In een beschikking staat b.v. iets dat besproken zou zijn op de zitting wat niet het geval is. Verder zijn in beide ook o.a. het door de vader benoemen van wetten, kinderrechten, bestuurlijke zorgvuldigheid, Michaels-arrest e.a. weggelaten.

-          De ter zitting gestelde onwaarheden zijn niet meegewogen of meegenomen zo blijkt uit de diverse beschikkingen en prosessen-verbaal.

 

Voldoende kennis van pedagogische inzichten – ‘Daar worden we voortdurend in bijgeschoold.’ Iedere kinderrechter ‘moet cursussen volgen op het gebied van wetenschappelijke opvattingen over de ontwikkeling van kinderen: ontwikkelingspsychologie, omgang met deskundigen, praten met kinderen, hechtingsprocessen etc.’

-          De gv zei dat de vader geen contact meer mocht hebben met de familie van de moeder, die dat juist wel wilde. Het kind van 3 jaar moest gescheiden de familiebanden leren kennen.  De rechter ging daarin mee. Hierbij hebben wij en onze hele omgeving toch echt getwijfeld aan de kennis en zelfs aan het normale verstand van die kinderrechter. Aan de anonieme gedragswetenschapper van het GI hebben wij gevraagd naar een (wetenschappelijke) onderbouwing, maar zoals gewoonlijk, geen antwoord gekregen.

-          Zelf heb ik in mijn opleiding 4 jaar pedagogie en psychologie (onderwijs) gehad en later 2 jaar remedial teaching en cursussen over Autisme en ADHD. Daarmee zijn signalen/gedragingen te herkennen en handreikingen hoe om te gaan met. Maar het labelen moest toch echt door gedegen diagnostisch onderzoek door een psycholoog en/of (ortho)pedagoog plaatsvinden.

-          De rechters die op basis van slechte communicatie tussen ouders (niet onderzocht waardoor dit komt) en door verzet van de vader tegen leugens en beschuldigingen van gv-en beschikten dat de omgang verminderd en gestopt moest worden en de rechter die vader daarna ook het gezag af nam, hebben geen enkele kennis in de praktijk gebracht w.b. hechting en de schadelijkheid van oudervervreemding. Die rechters hebben zelf dit kind mishandeld. Want dat stelt de wetenschap!

 

‘Als wij twijfelen kunnen wij zelf deskundigen inschakelen’

-          Er is geen gebruik gemaakt van deskundigen ondanks dat die er waren. Er was o.a. interactie-onderzoek gedaan door een door vader ingeschakelde deskundige. Dit werd echter door de rechter als probleem bij vader neergelegd omdat deze door hem was ingeschakeld en niet door de GI. De uitkomst van het deskundige-onderzoek werd dan ook niet meegewogen door de rechter.

-          Ook de verzochte Bijzondere Curator voor het kind werd afgewezen omdat de GI dat niet nodig vond.

-          Wij nemen aan dat de kinderrechters weten dat gv-en foute info geven, maar daar niet tegen op WILLEN treden. Dus zou er altijd twijfel moeten zijn.

-          Wij hebben rechters gehad die niet twijfelden, die feiten niet getoond wilden zien en gewoon achter de liegende gv gingen staan. Die een door vader geregeld interactie onderzoek niet mee wilden nemen omdat dit niet door de (ondeskundige) gv-en was uitgevoerd, die slechts in 3 jaar dit niet hebben willen initiëren, wetende dat het bij vader goed was (want daar lagen al zoveel verklaringen van, ook van fam. van  moeder).

 

‘Als we twijfelen….’     ‘Dan schakelen WE vaak het Ned. Inst. ….    Dat gebeurt een paar keer per jaar, het zijn heel dure onderzoeken’

-          Bij twijfel lijkt onderzoek ons de enige optie, want het gaat over kinderlevens. Wij hebben geen twijfelende rechters meegemaakt, wel rechters die feiten en aantoonbare leugens niet wensen mee te nemen in hun overwegingen.

-          Een paar keer per jaar is vaak? Of bedoelt de rechter dat als dat bij hoge uitzondering dus gebeurt, het dure instituut ingeschakeld wordt?

-          Geldgebrek veroorzaakt dus foute beslissingen en kindermishandeling.

 

‘Toch ben ik blij dat er hoger beroep mogelijk is want een andere/hogere rechter kan er natuurlijk anders over denken dan ik en dan heeft degene DIE NIET ZIJN ZIN heeft gekregen nog een kans om het voor te leggen.’

-          Hoger Beroep is, na al een HB gehad te hebben en vele zittingen, financieel niet meer mogelijk, want een HB kan niet zonder advocaat.

-          Had niets met ‘JE ZIN krijgen’ te maken; had te maken met dat er beschikt was op basis van foute rapporten met verzinsels en leugens. Dat een vertegenwoordigster van de RvdK geen dossier gelezen had en, tegen het eigen raadsrapport in, blind met de GI mee ging. Dat de GI geweigerd had zicht te krijgen bij de vader, en tegen de rechter ter zitting zei geen zicht te hebben (deze onlogica ontging de rechter); dat er gesteld werd dat er van de moeder verwacht kon worden dat zij het beste zou communiceren, terwijl het Raadsrapport toch sprak dat moeder moest ‘leren’ open en eerlijk te communiceren, bekend was dat communicatie juist een probleem voor moeder was. Die rechter had zeker het raadsrapport NIET gelezen.

-          Er ging een tijd overheen voordat er een HB plaatsvond en ondertussen was het kwaad geschied, was er besloten tot hoofdverblijfplaats van vader naar moeder en een 14-daagse weekeindregeling bij vader. Dit  voor een uitgesproken vaderskind en de gv-en hebben de omgang met vader tussentijds onwettig gestopt.

 

‘Ik moest b.v. een keer oordelen over een OTS voor een kind in een gezin waar ontzettend veel weerstand was tegen de gezinsvoogd. …….. heb een leerplichtambtenaar en een hulpverlener geraadpleegd en de OTS uiteindelijk afgewezen.’

-          De vader had ook weerstand tegen de liegende, handelingsonbekwame en partij kiezende gezinsvoogd en GI; een directielid van de RvdK had in een (opgenomen) gesprek met ons, vader en advocaat geconcludeerd dat deze GI niet in het belang was van het kind, dat de zaak escaleerde, dat zij achter verzoek van vader ging staan voor een andere GI, maar tijdens de zitting ging datzelfde directielid achter de gv staan om aan te blijven. En de rechter huppelde weer vrolijk achter de gv en RvdK aan.

(Wat is uw indruk van de kwaliteit van de gezinsvoogden?)

“In de eerste plaats dat ze zich heel erg bewust zijn van hun verantwoordelijkheid.”

 

-          De gv negeert gerechtelijke beschikkingen en komt wettelijke verplichtingen niet na ondanks dat ze hierop door o.a. juridisch deskundigen (advocaten) zijn gewezen.

-          Bij de 2 samenwerkende gv-en die wij meegemaakt hebben en meemaken hebben wij slechts onverantwoordelijk, beschadigend gedrag meegemaakt. Partijdigheid, liegen, afdreigen, de omgang 2 keer voor langere tijd onwettig stoppen, het kind een trauma bezorgen door het onwettig uit huis halen op basis van valse argumenten zo is later bevestigd door de meervoudige kamer. Wie dit doet, wie een kind zoveel leed bezorgt, ook aangegeven door familie van de moeder, dient direct ontslagen te worden. Achter vaders rug om geheime overleggen, valse aantijgingen en het dossier, waar ook stukken in ontbreken, maanden achterhouden is achterbaks en onverantwoordelijk en zeer schadelijk voor het kind.

-          Deze gv-en hebben geweigerd een familiegroepsplan te maken, terwijl vader hierom gevraagd had en ook een aangezochte deskundige hierbij hulp aanbood aan het GI.

 

“in de tweede plaats dat ze zich uit de naad werken.”

-          In ons geval met liegen, valse beschuldigingen en geen antwoorden geven op vragen om onderbouwingen van losse flodders. Zij hadden zich heel veel werk kunnen besparen door gewoon hun werk te doen, bemiddelen, begeleiden waar nodig en onderzoek laten verrichten wat betreft de overdrachten. Waarom hebben de rechters hier geen aandacht aan besteed, terwijl het steeds naar voren is gebracht? En het belangrijkste bij veel werk besparen is eerlijk zijn. Maar deze gv-en hebben een kwaadaardige mentaliteit, berustend op machtswellust met een zichtbare, door meerderen opgemerkte hetze tegen vader en dat is zeer schadelijk voor het kind. Een psycholoog heeft hun gedrag wel gedefinieerd als pestgedrag.

-           In 3 jaar tijd geen enkel huisbezoek of interactie-observatie ondanks dat de RvdK zorgen had over de overdracht van vader naar moeder.

-          In 3 jaar tijd geen netwerkonderzoek ondanks de verplichting zoals vermeld staat in verschillende protocollen of methodieken van het NJI of Jeugdzorg Nederland.

 

‘en er is veel verloop’

-          De directie van het Regiecentrum in Leeuwarden stelt dat mensen daar graag komen werken. Waar komt het vele verloop dan door?

‘Kijk een voogd heeft natuurlijk een heel andere positie dan de ouder.’

-          Een voogd heeft gezag, een gezinsvoogd niet.

-          Een gv heeft een bemiddelende functie maar…. heeft zich in ons geval als voogd gepresenteerd o.a. bij de school. Deze gv-en zijn dictatoriaal en hebben vader overal buiten gehouden.

 

‘Ik ben ervan overtuigd dat ouders bijna altijd het beste voor hun kinderen willen en dan is het misschien LASTIG als iemand anders voor jouw kind beslist.’

 

-          ‘LASTIG’???  Hier spreekt een totaal onbegrip, een totale onwetendheid uit van wat er werkelijk aan de hand is. Als de vader, beide families en de sociale omgeving zien dat een kind op basis van ondeskundigheid, list en bedrog vervreemd wordt van zijn vader, door de rechters mogelijk gemaakt, dan is er sprake van een groot drama, van trauma’s, voor het kind, de vader en zijn familie.

 

‘Ik moet wel zeggen dat een ondertoezichtstelling het meeste effect heeft als er een goede samenwerking is met de voogd’

-          Hier zal de rechter een gezinsvoogd bedoelen, dus zonder gezag. Maar bij gebleken slechte samenwerking, dictatoriaal liegend gedrag door de gv is samenwerking onmogelijk. Helaas hebben de rechters deze gv-en door dik en dun gesteund, wetende dat dit het doel van de OTS schaadde.

 

‘Toen ik dit werk net deed, dacht ik wel eens bij het lezen van een dossier: oeps dat doe ik ook wel eens thuis. Bijv. uitvallen naar je kind als je gestrest bent. Maar het is net de mate waarin dingen gebeuren die bepalen of een kind daardoor beschadigd kan worden of in zijn ontwikkeling bedreigd.’   

 

-          Er is in ons geval is zelfs alleen sprake van een liefdevolle hechte relatie vader -zoon, door velen beschreven en ook door het Hof benoemd.

-          En is bij deze rechter en bij andere ouders de mate van uitvallen tegen het kind onderzocht? Wie beoordeelt die mate en de schadelijkheid?

-          Dus moet dit door een deskundige onderzocht worden en niet verzonnen of subjectief geïnterpreteerd. Maar de rechter vraagt niet om onderzoeken of bewijs. Leugens en verzinsels van de moeder gesteund door een GI, of zelfs nog aangevuld, zijn voldoende. Daarnaast heeft de rechter geen kader wat onder ontwikkelingsbedreiging verstaan wordt. Iedereen heeft de vrije invulling en maakt daar dankbaar gebruik (MISBRUIK) van, net als van ‘in het belang van het kind’.

 

Dit alles toont aan dat het bij deze kinderrechters niet gegaan is om het recht van dit kind en helemaal niet om zijn belangen, welzijn en ontwikkeling.

 

In het belang van ons kleinkind hebben het Regiecentrum  Bescherming en Veiligheid, de Raad voor de Kinderbescherming en de rechters te Leeuwarden dit kind mishandeld, vervreemd van zijn vader. Hun handelen is ondeskundig, onverantwoordelijk en zeer beschadigend.

 

Daar twijfelen wij zeker niet aan!

 

H.W. Oussoren en H.P. Oussoren-Stöve, grootouders van een beschadigd kleinkind


Ga terug