Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Psychiatrische problematiek uitwonende moeder, het gaat goed met de kinderen: geen OTS

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Ondanks deze ingrijpende gebeurtenissen waarmee de kinderen zijn – en thans nog worden – geconfronteerd, lijken de kinderen zich op dit moment goed te ontwikkelen en hebben zij geen gedragsproblemen.

3.8.4.

Het hof overweegt, anders dan de rechtbank, dat in ieder geval [minderjarige 1] in staat lijkt om zelf een objectief beeld te vormen over haar moeder. [minderjarige 1] heeft tijdens het kindgesprek verklaard dat zij regelmatig contact heeft met haar moeder en dat zij zelf een manier heeft gevonden om met haar moeder om te gaan als zij “gek gedrag” vertoont. [minderjarige 1] beseft dat haar moeder ziek is en dat zij niets kan doen aan dit gedrag.

[minderjarige 1] heeft over de ondertoezichtstelling verklaard dat zij niet weet wat de GI nog voor haar, en evenmin voor [minderjarige 2] , kan betekenen. De GI heeft dit ter zitting in hoger beroep onderschreven door te verklaren dat haar rol is uitgespeeld.

3.8.5.

Zoals reeds door het hof overwogen, moet er voor een ondertoezichtstelling sprake zijn van een concrete bedreiging. Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat er op dit moment en ten tijde van de bestreden beschikking onvoldoende aanwijzingen bestaan/bestonden om een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen aan te nemen, die een ondertoezichtstelling rechtvaardig(d)en. Het neemt hierbij tevens in aanmerking dat er geen zorgen zijn over de (dagelijkse) verzorging en opvoeding van de kinderen door de vader.

Onder de huidige omstandigheden beschouwt het hof een ondertoezichtstelling als een te vergaand middel dat bovendien bij deze kinderen zijn doel voorbij schiet, nu beide kinderen – thans 17 en 15 jaar oud – zich immers verzetten zich tegen de ondertoezichtstelling. Het hof overweegt tot slot dat de ondertoezichtstelling de afgelopen periode niet heeft kunnen bijdragen aan een oplossing van de ernstige communicatieproblemen en het gebrek aan vertrouwen in elkaar tussen de ouders onderling. Ook op dit punt is de ondertoezichtstelling onvoldoende effectief gebleken.

3.8.6.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten van artikel 1:255 BW, noch ten tijde van de bestreden beschikking noch op dit moment. Dit leidt ertoe dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd en de ondertoezichtstelling zal worden beëindigd.


Ga terug