Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

OTS niet meer nodig: omgang loopt

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>
5.2

Het hof stelt voorop dat de kinderrechter de kinderen, onder verwijzing naar de rapportage van de raad van 15 juni 2018, onder toezicht heeft gesteld, omdat de identiteitsontwikkeling en hechting van de kinderen onder druk stond, nu het de ouders niet lukte om overeenstemming te bereiken over de meest wenselijke omgangsregeling voor de kinderen. Daarnaast lukte het de ouders volgens de raad niet om over zaken die de kinderen aangaan met elkaar te communiceren. Van [kind 4] moest voorts nog bekend worden of de vader ook zijn biologische vader is. De raad heeft bovendien in de raadsrapportage als zorg beschreven dat hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende van de grond is gekomen. De raad had in dat kader onvoldoende vertrouwen in de bereidheid van de ouders om constructief met elkaar samen te werken en had bovendien zorgen over de bereidheid vanuit de moeder om hulpverlening te accepteren.

5.3

Het hof overweegt als volgt. Ter mondelinge behandeling hebben de ouders eensluidend verklaard dat het goed gaat met de kinderen. De ouders hebben contact over de kinderen, hoewel dit contact volgens de vader oppervlakkig verloopt. [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] hebben wekelijks contact met de vader, met eens per twee weken een overnachting. Deze omgangsmomenten verlopen goed en partijen zijn in staat om in overleg af te wijken van de door de rechtbank vastgestelde voorlopige zorgregeling. Daarnaast is het traject Ouderschap na Scheiden bij Trias opgestart, met als doelstellingen het opstellen van een ouderschapsplan en het verbeteren van de onderlinge communicatie. Zowel de moeder als de vader hebben ter mondelinge behandeling uitgesproken zich voor dit traject te willen inzetten. Ten slotte heeft de moeder een verwantschapsonderzoek uitgevoerd, in de hoop dat op deze manier wordt vastgesteld dat de vader de biologische vader van [kind 4] is.

Onder deze omstandigheden, mede bezien in het licht dat de omgangsprocedure nog loopt en de rechtbank dus zicht houdt op de situatie van de kinderen, is het hof van oordeel dat niet langer is gebleken van gronden die de ondertoezichtstelling ten behoeve van de kinderen nog langer rechtvaardigen. Gelet op de onder 5.2 genoemde zorgen, is het hof van oordeel dat de ondertoezichtstelling ten behoeve van hen wel terecht is uitgesproken, omdat ten tijde van de procedure in eerste aanleg nog niet duidelijk was of de ouders bereid waren onvoorwaardelijk zich in te zetten voor hulpverlening. Het hof gaat er ook vanuit dat de ouders de ingezette positieve lijn in het belang van de kinderen zullen vasthouden.

6 De slotsom

6.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen voor zover de daarin uitgesproken ondertoezichtstelling van de kinderen ziet op de periode tot heden en vernietigen voor zover deze ziet op de periode met ingang van heden en het verzoek tot ondertoezichtstelling voor zover dat ziet op de periode vanaf heden alsnog afwijzen.

6.2

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 juli 2018 voor zover de daarin uitgesproken ondertoezichtstelling zich uitstrekt over de periode tot heden;

vernietigt die beschikking voor zover de daarin uitgesproken ondertoezichtstelling zich uitstrekt over de periode vanaf heden en opnieuw beschikkende:

wijst het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling van de kinderen af voor zover dat verzoek betrekking heeft op de periode vanaf heden;


Ga terug