Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Ontwikkelingsbedreiging bestaat nu niet meer, geen verlenging ots

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>
3.9.3.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten tijde van de bestreden beschikking de ondertoezichtstelling van [minderjarige] terecht heeft verlengd. De ernstige ontwikkelingsbedreiging was gelegen in het veelvuldige (geoorloofde en ongeoorloofde) schoolverzuim en het feit dat [minderjarige] mogelijk overvraagd werd ten gevolge waarvan haar cognitieve ontwikkeling in het gedrang kwam. De schoolprestaties van [minderjarige] leden hieronder. Daarnaast was de rechtbank van oordeel dat de sociaal-emotionele ontwikkeling en het vormen van een eigen identiteit onder druk stond.

3.9.4.

Inmiddels is gebleken dat de schoolprestaties van [minderjarige] de afgelopen periode flink vooruit zijn gegaan. [minderjarige] heeft dit tijdens het kindgesprek bij het hof voldoende inzichtelijk gemaakt. Ook is het schoolverzuim afgenomen. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij gemotiveerd is geraakt door het oudergesprek dat zij in januari 2019 met haar moeder op school heeft gehad. Het is haar duidelijk geworden dat zij met haar oude cijfers niet of moeilijk zou kunnen slagen voor haar eindexamen. [minderjarige] is extra gemotiveerd omdat zij op dit moment één dag in de week een opleiding bedrijfsadministratie volgt, naast de vier dagen op school (VMBO-T). Als dit goed verloopt, kan [minderjarige] volgend jaar op niveau 4 instromen op de opleiding bedrijfsadministratie. Daarnaast heeft [minderjarige] aangegeven dat haar eerdere schoolverzuim te wijten was aan de ziekte van Pfeiffer, waar de school volgens [minderjarige] ook van op de hoogte was.

In het licht van het voorgaande is het hof van oordeel dat er op dit moment ten aanzien van haar cognitieve ontwikkeling geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Ook ten aanzien van de sociaal-emotionele ontwikkeling en het kunnen vormen van een eigen identiteit, is het hof van oordeel dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Voor zover er al sprake zou zijn van het al dan niet kunnen vormen van een eigen identiteit, wil dat niet zonder meer zeggen dat de ontwikkeling van [minderjarige] daardoor ook bedreigd wordt. Dit geldt des te meer gelet op het zeer ingrijpende karakter van een ondertoezichtstelling wat maakt dat een ernstige ontwikkelingsbedreiging niet al te lichtvaardig moet worden aangenomen.

Mocht er tenslotte al behoefte zijn aan hulp in het gezin dan kunnen de moeder en [minderjarige] in het vrijwillige kader terecht bij [zorg en welzijn] Zorg en Welzijn, een organisatie die qua cultuur goed bij hen aansluit. Zij ervaren met deze organisatie een beter contact dan met de GI en kunnen bij [zorg en welzijn] Zorg en Welzijn ook terecht indien de ondertoezichtstelling zou worden beëindigd.

3.10.

Het voorgaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking deels zal worden vernietigd en

en het inleidende verzoek van de GI alsnog dient te worden afgewezen met ingang van heden.


Ga terug