Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Actualiteit
<< vorige pagina   
print pagina
 

NRC schrijft op 2 maart 2019 over jeugdzorg zoals ook KOG die ervaart

Actualiteit >>

Zie ook onder dit citaat de reactie in een ingezonden brief op 5 maart.

De nieuwe Jeugdwet was bedoeld om gezinnen als die van Nataly eerder te ontdekken, sneller te benaderen en beter te helpen. Vier jaar later heeft de aardverschuiving in de jeugdzorg veel veranderd. Maar beter werd het meestal niet.

Dat is het beeld dat oprijst uit een gezamenlijk onderzoek van de Rotterdamse website Vers Beton en NRC naar de jeugdzorg in Rotterdam-Rijnmond, de grootste jeugdzorgregio van Nederland. In deze regio kreeg meer dan 8 procent van de kinderen – zo’n 28.000 – in de eerste helft van 2018 jeugdzorg. Bij de helft gaat het om specialistische zorg bij jeugdinstellingen. Die varieert van lichte opvoedhulp tot dagbehandeling van gedragsproblemen en psychische stoornissen, en uithuisplaatsing.

Dit verhaal is gebaseerd op interne documenten van hulpinstanties, correspondentie tussen deze instanties en hun cliënten, dossiers van jeugdzorgzaken, rechtbankstukken en gesprekken met bijna veertig bestuurders, ouders en hulpverleners in de sector. Hulpverleners, zo blijkt, voelen zich vaak onbegrepen en onmachtig: uitgescholden door ouders, opgejaagd door de afgenomen tolerantie voor fouten, overwerkt en ingesnoerd in een strak bureaucratisch korset. Ouders voelen zich gevangen en tot vijand bestempeld in een wereld die niet luistert en eigen fouten niet corrigeert, maar afwentelt op gezinnen.

En de kinderen? Voor hen komt de hulp soms te vroeg, vaak te laat, een enkele keer helemaal niet. Soms is een slechte uitkomst misschien onvermijdelijk: kinderen die bij jeugdzorg terecht komen, verdrinken vaak al in de problemen. Maar te vaak is het de jeugdzorg zélf, waar iedereen zegt uitsluitend te handelen ‘in het belang van het kind’, die kinderen beschadigt. Een ongemakkelijke werkelijkheid voor de duizenden mensen die dagelijks werken om juist dat te voorkomen.

Een reactie op 5 maart in een ingezonden brief:

Brieven

Kennelijk heeft deze briefschrijver alle hoop op kwaliteitsverbetering opgegeven.


Ga terug