Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Niet voldaan aan wettelijke vereisten voor OTS

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

5.6

Uit het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op privéleven ('private life') en meer in het bijzonder het recht op persoonlijke identiteit, vloeit voort dat een kind recht heeft te weten van wie het afstamt. Dat recht is tevens gewaarborgd in de artikelen 7 en 8 IVRK (vgl. HR 18 maart 2016; ECLI:NL:HR:2016:452). De hier bedoelde afstammingsvoorlichting geeft het kind die informatie over zijn genetische afstamming. Statusvoorlichting strekt ertoe een eventueel onjuist beeld bij het kind omtrent zijn afstamming in algemene zin te corrigeren. In het geval van [het kind] speelt bovendien dat de overige kinderen in het gezin wel op de hoogte zijn van het feit dat [het kind] een andere biologische vader heeft. Het belang van [het kind] vergt naar het oordeel van het hof dat de statusvoorlichting door of vanwege de moeder als verzorgende ouder op korte termijn dient plaats te vinden, dat wil zeggen binnen nu en een jaar. Anders dan de raad ziet het hof echter op dit moment geen aanleiding aan te nemen dat zulks in het vrijwillig kader niet gerealiseerd kan worden. De raad heeft niet betwist dat de moeder professionele hulp heeft ingeschakeld. De moeder heeft toegelicht dat zij binnenkort een gesprek heeft met de kinderarts, dat zij gesprekken heeft met een praktijkondersteuner en dat zij een kinderpsycholoog en maatschappelijk werk heeft ingeschakeld. Indien mocht blijken dat het de moeder toch niet lukt om het belang van [het kind] voorop te stellen en haar met de ingeschakelde hulp en begeleiding de statusvoorlichting en afstammingsvoorlichting te geven, kan in de toekomst alsnog gedwongen hulpverlening in overweging worden genomen.

5.7

De raad heeft als tweede grond aangevoerd dat de moeder te beschermend is. De moeder betwist dat. Het hof is met de kinderrechter van oordeel dat de raad onvoldoende heeft geconcretiseerd waarop zijn conclusie dat de moeder te beschermend is, is gebaseerd. De enkele verwijzing naar het raadsrapport is naar het oordeel van het hof onvoldoende. [het kind] is de jongste van zes kinderen (van wie er inmiddels vier zelfstandig wonen) en het hof kan de moeder volgen in haar standpunt dat de statusvoorlichting en de gevolgen daarvan in goede banen dienen te worden geleid. Voor de conclusie dat de moeder hierin te beschermend dan wel overbezorgd is, is het naar het oordeel van het hof nog te vroeg. De grief van de raad op dit punt zal het hof als onvoldoende onderbouwd verwerpen.


Ga terug