Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Actualiteit
<< vorige pagina   
print pagina
 

Klachtenanalyse Raad voor de Kinderbescherming 2017 (augustus 2018)

Actualiteit >>

De Klachtenanalyse 2017 Raad voor de kinderbescherming meldt:
“Bijna de helft van alle ingediende klachtonderdelen (42%) heeft betrekking op de inhoud van het raadsonderzoek en het rapport. Dit beeld is ook duidelijk terug te zien in de analyses over 2016, 2015 en 2014. Cliënten klagen veelal over onvoldoende en niet professionele onderzoeken, onzorgvuldige rapportages, onvoldoende onderbouwde adviezen en niet objectieve conclusies. Meer dan een kwart van deze klachten werd gegrond verklaard.” (pag. 9)
“De door de klachtencommissie beoordeelde klachtonderdelen hadden, net als bij de regiodirecteur, voor het overgrote deel (48%) betrekking op de inhoud van het raadsonderzoek en het rapport. In deze categorie werden ook de meeste klachten door de EKC gegrond verklaard. De EKC oordeelde dan concreet dat een rapport niet voldoende zorgvuldig of onvoldoende onderbouwd was. Ook werden door de EKC relatief vaak klachten over de feitelijke onjuistheden in het raadsrapport gegrond verklaard. Klachten hierover gaan over het onjuist of onvolledig verwerken van reacties van betrokkenen op het (concept)rapport.” (pag. 11)
“De externe klachtencommissie heeft zich in 2017 ook een aantal keer uitgesproken over het onderwerp waarheidsvinding. Daarbij werd onder andere geoordeeld dat: “… Binnen deze beperkingen moet de RvdK voldoen aan de eisen van het kwaliteitskader en de bijhorende protocollen om de relevante feiten boven tafel te krijgen.” Daarnaast stelt de commissie dat: “de RvdK een actieve onderzoekshouding aan dient te nemen waarbij de veiligheid van de minderjarige centraal staat. Dat brengt niet mee dat de RvdK verplicht is om alles wat door ouders wordt gezegd, te toetsen. Feiten die relevant zijn voor de besluitvorming verdienen echter speciale onderzoeksaandacht.” En ten aanzien van zorgvuldige feitenweergave en weging daarvan: “Als uitgangspunt voor het onderzoek geldt dat de RvdK, binnen de grenzen van het kwaliteitskader en de daarvoor bestaande protocollen, vrij is in de selectie en waardering van onderzoeksgegevens. Vanzelfsprekend moet de RvdK voldoende relevante en accurate gegevens aan het raadsadvies ten grondslag leggen. De selectie van gegevens mag daarbij niet leiden tot een onevenwichtige weergave, laat staan weging. Ook mogen er geen gegevens worden weggelaten die een wezenlijk ander licht (kunnen) werpen op de onderzochte casus en het gegeven advies”. En ten aanzien van de mogelijkheid voor cliënten om feitelijke onjuistheden aan te passen in het raadsrapport meent de commissie dat: “…vanuit het principe van waarheidsvinding, een dergelijke strikte uitleg van de richtlijn niet altijd bevredigend is. Bepaalde reacties kunnen zo begrepen worden dat het weliswaar geen feitelijke onjuistheden zijn, maar dat deze toch als ‘onjuist geformuleerd’ moeten worden opgevat. Handhaving van die  onjuistheid’ in het rapport kan dan in bepaalde gevallen tot onzorgvuldigheid leiden”. Van de raadsonderzoeker mag- volgens de externe klachtencommissie- in dergelijke gevallen een nadere onderzoeksactiviteit verlangd worden.” (pag. 12)
“Terugkerende leerpunten
Het staat vast dat, net als in voorgaande jaren, een groot aantal gegrond verklaarde klachten gaat over het informeren en onderbouwen door de RvdK. Terugkerend leerpunt is dat een klacht gegrond wordt verklaard, niet op de inhoud van de overwegingen van de RvdK, maar op het onvoldoende vermelden of onderbouwen van het advies in het rapport.” (pag. 11)


Ga terug