Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

In hoger beroep is de rechter het eens met de ouders: OTS niet meer nodig

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

4.3

Bij aanvang van de ondertoezichtstelling in maart dit jaar waren er naar het oordeel van het hof terecht dermate ernstige zorgen dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk was. Er was namelijk sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] vanwege de spanningen en het huiselijk geweld tussen de ouders waar [de minderjarige] direct dan wel indirect [F] geconfronteerd is geweest. De relatie tussen ouders was instabiel (afstoten en aantrekken) en hun verwachtingen van de relatie verschilden hetgeen zich uitte in verbaal en fysiek geweld. Daarnaast konden ouders zich niet houden aan afspraken. Hierdoor kwam [de minderjarige] in een onveilige situatie. De moeder heeft weliswaar aangegeven dat [de minderjarige] nooit getuige is geweest van het huiselijk geweld, maar het hof volgt haar daarin niet mede gelet op haar eigen verklaring bij het raadsonderzoek. De moeder heeft ADHD waardoor ze moeite heeft met het verwerken van prikkels en impulsief kan reageren. De moeder leek verder onvoldoende weerbaar te zijn tegen de vader en de bemoeienis van derden uit het netwerk. De vader kan impulsief/agressief handelen, zeker wanneer de ex-partner van de moeder in beeld is. Dit heeft geleid tot een strafrechtelijke veroordeling met reclasseringstoezicht. De vader heeft een IQ van 68. Onduidelijk is of hij voldoende weet aan te sluiten bij [de minderjarige] en voldoende veiligheid en structuur kan bieden. De vader had - anders dan op dit moment - geen werk en richtte zich erg op de moeder.

Hulp in een vrijwillig kader volstond op dat moment niet om de ernstige bedreiging voor [de minderjarige] weg te nemen.

4.4

Van gronden die een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] ook nu nog langer kunnen rechtvaardigen is evenwel niet gebleken. Het gaat goed met [de minderjarige] . Er zijn geen zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] en de opvoedingsvaardigheden van de moeder. De moeder lijkt thans adequaat om te gaan met de beperkingen van de vader en ze blijft het belang van [de minderjarige] voorop zetten. De relatie tussen de ouders is weer hervat maar ze wonen niet samen en de moeder is dat ook niet van plan. Naar eigen zeggen is ze hier richting de vader ook duidelijk over. Zoals haar geadviseerd is laat ze [de minderjarige] tijdens de omgang niet alleen met de vader en de vader accepteert dat. Een half jaar geleden is er nog wel een incident geweest tussen de ex-vriend van de moeder en de vader. Daardoor is het reclasseringscontact van de vader met een jaar verlengd. De moeder heeft op dat incident adequaat gereageerd. Ze laat haar ex-vriend niet meer bij haar thuis komen, waardoor ze het risico op een confrontatie tussen de vader en de ex-vriend vermindert. .

De moeder heeft bij [E] (een GGZ-instelling) geleerd om meer zelfvertrouwen te krijgen en een beter gevoel van eigenwaarde. Haar training is succesvol afgerond. Haar weerbaarheid is gegroeid en ze gaat beter om met de druk van de vader en van derden. Ze gaat anders om met de ‘social media’ en zet er (nagenoeg) niets meer op, waardoor de druk van derden ook afneemt.

De moeder heeft een goede ontwikkeling doorgemaakt sinds het begin van de ondertoezichtstelling, hetgeen door de GI ook wordt erkend. Het hof heeft hierdoor voldoende vertrouwen gekregen dat de moeder in toekomstige onveilige situaties adequaat zal handelen en zelf hulpverlening zal inschakelen als dat nodig is. Daar waar de GI de ondertoezichtstelling wenst te handhaven om nog tot nadere afspraken met de vader te komen volgt het hof de GI daarin niet. De vader heeft nog gedurende langere tijd reclasseringstoezicht en heeft daarnaast begeleiding van [F] , hetgeen ook een waarborg geeft voor het gedrag van de vader.

4.5

Omdat het hof de maatregel thans niet meer noodzakelijk acht, zal het hof de ondertoezichtstelling per heden opheffen. Voor zover er nog gesprekken tussen de ouders onder leiding van hulpverlening nodig dan wel wenselijk zijn kunnen die in een vrijwillig kader plaatsvinden.


Ga terug