Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Hof Den Bosch houdt zich aan de wet: ots niet verlengd

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>
3.11.2.

Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat er (nog altijd) sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] gelet op de kwetsbaarheid van [minderjarige 1] en de problematiek uit het verleden, die aanzienlijk is. Deze problematiek ziet bijvoorbeeld op persoonlijkheidsproblemen van de moeder, huiselijk geweld, huisvestingsproblematiek, drugsgebruik, financiële problemen en criminele activiteiten. Ook heeft de moeder zich eerder ambivalent getoond in het accepteren van de haar geboden hulpvelening. Hoewel de moeder de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, zoals bijvoorbeeld het vinden van huisvesting, een baan en zij aangeeft geen middelen meer te gebruiken, is het op dit moment nog te vroeg om te kunnen concluderen dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] . Gelet op deze ernstige ontwikkelingsbedreiging en de ambivalente houding van de moeder ten opzichte van de hulpverlening in het verleden, is het hof van oordeel dat de rechtbank op goede gronden de ondertoezichtstelling heeft uitgesproken.

Inmiddels is het hof echter wel gebleken dat de moeder de zorg die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen voldoende accepteert. De GI heeft aangegeven zeer tevreden te zijn over hoe de moeder haar leven inricht, hulp accepteert en de gemaakte afspraken nakomt. Bovendien is gebleken dat de moeder in het dagelijks leven veel steun ervaart van de medewerkster van [instelling] . Deze hulp kan volgens de GI de moeder geboden blijven worden, óók indien de ondertoezichtstelling zou komen te vervallen. Het hof heeft bovendien de gerechtvaardigde verwachting dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] in staat is te dragen. Dit betekent dat niet voldaan is aan het tweede, cumulatieve, criterium van artikel 1:255 lid 1 BW, zodat de ondertoezichtstelling niet in stand kan blijven.

3.12.

Het voorgaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking vernietigd wordt met ingang van de datum van deze beschikking en wordt bekrachtigd tot de datum van deze beschikking.


Ga terug