Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Het Hof Den Haag heeft een ots met onmiddellijke ingang opgeheven, o.a. omdat wat er bereikt is door de moeder zelf is georganiseerd.

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

... Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van de minderjarigen:
-[minderjarige 1], geboren [in] 1999 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 1]);
-[minderjarige 2], geboren [in] 2004 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 2]), en
-[minderjarige 3], geboren [in] 2009 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 3]),
(hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen) verlengd tot 5 april 2014. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1.In geschil is de verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen tot 5 april 2014.
2.De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de verleende verlenging voor ondertoezichtstelling voor alle minderjarigen in te trekken, subsidiair deze in te trekken voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3]. Een en ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad.
3.Jeugdzorg verweert zich daartegen en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep, strekkende tot vernietiging van de beschikking, af te wijzen.
4.De moeder voert aan dat er in de huidige situatie geen aanleiding is voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. De minderjarigen verkeren niet meer in de zorgelijke situatie van vorig jaar. De wettelijke gronden voor de uithuisplaatsing zijn niet aanwezig. De moeder heeft ervoor gezorgd dat [minderjarige 1] een dagbesteding heeft, een geordende structuur en leefomgeving gecreëerd, alsmede een cluster 4 indicatie en CIZ indicatie verzorgd, zonder hulp van de gezinsvoogd. Het gaat relatief goed op school met [minderjarige 1]. Zij heeft grote stappen gemaakt wat betreft haar gedrag en resultaten. De moeder heeft haar het afgelopen jaar goede zorg en begeleiding geboden. Ook [minderjarige 2] en [minderjarige 3] boeken vooruitgang op school en thuis. Volgens de moeder is vooral ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onvoldoende reden om de ondertoezichtstelling te verlengen.
5.Jeugdzorg verweert zich daartegen als volgt. De belangen van de minderjarigen worden verwaarloosd bij de opheffing van de ondertoezichtstelling. De zorgen over de minderjarigen zijn nog steeds bij Jeugdzorg aanwezig. De moeder ontkent die en stelt zich zorgvermijdend op. De zorgaanbieder kan daardoor geen hulpverlening aanbieden. In het verleden zijn de minderjarigen blootgesteld aan gevaarlijke situaties door de moeder. Inmiddels werkt de moeder zes avonden per week in haar eigen café. Jeugdzorg acht de door de moeder geregelde oppas onvoldoende om de zorg over de minderjarigen te dragen gedurende die avonden.
6.Het hof stelt voorop dat ter toetsing voorligt de vraag of de minderjarigen zodanig opgroeien, dat hun zedelijke of geestelijke belangen of hun gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald, of, naar is te voorzien, zullen falen.
7.Naar het oordeel van het hof heeft de kinderrechter terecht geoordeeld dat de gronden voor de verlenging van de ondertoezichtstelling aanwezig waren. Het hof is van oordeel dat de gronden daarvoor thans niet meer aanwezig zijn. Het hof neemt daarbij het volgende in aanmerking. Er was sprake van een zorgelijke situatie in het gezin van de moeder. Zo waren er zorgen rondom de ontwikkeling van de minderjarigen, die in het verleden waren blootgesteld aan huiselijk geweld. Ten aanzien van [minderjarige 1] was sprake van seksueel overschrijdend gedrag. Daarnaast waren er aan de zijde van de moeder problemen rondom haar huisvestiging en financiële situatie. Jeugdzorg had de intentie [minderjarige 1] eind 2012 te laten deelnemen aan een intensieve gedragsbehandeling voor haar problematiek bij Huize La Salle.Op het moment dat aldaar een plaats voor [minderjarige 1] beschikbaar was, bleek dat de verleende machtiging tot plaatsing van de minderjarige was verlopen. Op dat moment weigerden de moeder en [minderjarige 1] hun medewerking te verlenen aan een vrijwillige plaatsing bij Huize La Salle.Jeugdzorg heeft vervolgens haar voorwaardelijke goedkeuring verleend voor verder verblijf van [minderjarige 1] thuis. Slechts als de moeder een school voor [minderjarige 1] zou vinden met een cluster 4 indicatie, kon zij thuis blijven wonen. Dit is gebeurd. Sindsdien is de inmenging van Jeugdzorg in het gezin beperkt gebleven. Het is de moeder gelukt om, naast het organiseren van een plek op school voor [minderjarige 1], haar eigen huisvestingsproblematiek zelfstandig op te lossen. Daarnaast is zij een eigen café gestart om haar financiële situatie te verbeteren. Het hof is van oordeel dat de moeder de verzorging van de minderjarigen tijdens haar werk in het café voldoende heeft geregeld. Ook heeft de moeder in ieder geval al gedurende één jaar geen voor de minderjarigen bedreigende relaties meer zodat ook van daaruit voortvloeiende problemen geen sprake meer is. Voor zover Jeugdzorg betoogt dat sprake is geweest van veelvuldig schoolverzuim van de minderjarigen het afgelopen jaar, overweegt het hof dat niet gebleken is van enig actief optreden van Jeugdzorg op dat gebied. Thans - zo heeft Jeugdzorg ter zitting verklaard - houdt de leerplichtambtenaar zicht op de schoolgang van de minderjarigen, zodat het hof ervan uit gaat dat die gewaarborgd is.
8.Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn. Het hof zal dan ook de ondertoezichtstelling van de minderjarigen per heden opheffen.

 


Ga terug