Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 oktober beslist zoals vaker beslist zou moeten worden: deze ots werkt averechts.

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

11.Het hof wenst - mede gelet op het verhandelde ter zitting - te benadrukken dat de moeder een wettelijke plicht heeft om de vader te informeren over zaken aangaande [kind 2], ook wanneer zij met het eenhoofdig gezag over [kind 2] belast is. Zij mag zich niet verschuilen achter het feit dat de hulpverlening en/of de school de vader wel zullen informeren over [kind 2]. Daarnaast heeft de vader - ook indien hij niet met het gezag over [kind 2] is belast - niet alleen recht op omgang met [kind 2], maar ook een verplichting dienaangaande. Daarenboven merkt het hof op dat het hier niet alleen om de omgang tussen de ouders en de kinderen draait, doch ook om de onderlinge contacten tussen de kinderen. Uit het dossier blijkt dat de kinderen elkaar missen en graag met elkaar omgaan. De ouders dienen, naar het oordeel van het hof, in het belang van de kinderen, over hun problematiek als ex-partners heen te stappen en zich als verantwoordelijke ouders te gedragen. Zij moeten ervoor zorgen dat de kinderen met elkaar kunnen opgroeien en zich vrij voelen om contact te hebben met de andere ouder en elkaar. Ondanks dat er op dit punt nog problemen bestaan, acht het hof een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] ook op dit punt niet gerechtvaardigd. Immers, de kinderen staan sinds 26 mei 2010 onder toezicht en er zijn tot op heden geen verbeteringen op dit punt waargenomen. Op grond van het dossier is bij het hof de indruk ontstaan dat de tussenkomst van de gezinsvoogd(en) juist voor een vertroebeling van de communicatie tussen de ouders heeft gezorgd, in ieder geval heeft de ondertoezichtstelling ouders er niet toe aangezet om zelf te communiceren met de andere ouder.
12. Gelet op het vorenstaande zal het hof het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] met ingang van de datum van de beschikking afwijzen.
...

16.Daarbij komt dat [kind 1] en de vader aangeven dat de ondertoezichtstelling volgens hun geen enkele toegevoegde waarde heeft, terwijl de ondertoezichtstelling veel stress veroorzaakt bij de vader en (daardoor) ook bij [kind 1]. Het is misgelopen in de samenwerking tussen de vader en BJZ en vervolgens LJ&R en er is nadien onvoldoende ondernomen om uit deze impasse te geraken. LJ&R heeft ter zitting ook niet aangegeven hoe zij uit deze impasse denken te geraken. Ook de moeder heeft ter zitting aangegeven dat LJ&R zaken heeft laten liggen in de ondertoezichtstelling van [kind 1]. De vader is thans niet langer in staat om te communiceren met LJ&R en opent daardoor de brieven niet meer die door LJ&R worden gestuurd. Zowel [kind 1] als de vader geven aan dat er - sinds de vader de brieven van LJ&R niet meer opent - meer rust is ontstaan in de thuissituatie.

17.Het hof acht het aannemelijk geworden dat mede door de ondertoezichtstelling van [kind 1] is de relatie tussen de vader en [kind 1] meermaals onder druk is komen te staan. De situatie die in de zomervakantie is ontstaan, waarbij de vader [kind 1] uit huis zou hebben gezet, ligt volgens [kind 1] genuanceerder dan uit het dossier naar voren komt. [kind 1] geeft aan dat de vader rust nodig had om tot zichzelf te komen. [kind 1] zou daarom de vakantie bij de moeder doorbrengen. De moeder heeft met LJ&R een gastgezin voor [kind 1] geregeld. Nadat [kind 1] enige tijd in het gastgezin heeft verbleven - zonder dat de vader hiervan op de hoogte was gesteld - is [kind 1] weer bij de vader komen wonen. De relatie tussen de vader en [kind 1] is thans goed. Er zijn minder ruzies tussen de vader en [kind 1] en er is meer ruimte voor affectie. [kind 1] vindt dat er ook in het verleden - in het kader van de ondertoezichtstelling - beslissingen zijn genomen die niet in zijn belang zijn geweest. Zo is er enige tijd geen omgang geweest tussen de vader en [kind 1] en heeft [kind 1] een jaar in 'Het Poortje' verbleven. Dit alles heeft [kind 1], naar eigen zeggen, geen goed gedaan.

18.De ondertoezichtstelling van [kind 1] lijkt naar het oordeel van het hof geen effect te sorteren en lijkt zelfs contraproductief te werken. Dit kan niet in het belang van [kind 1] worden geacht. Het hof ziet derhalve aanleiding om de vader en [kind 1] de gelegenheid te geven om in alle rust de door hen ingeschakelde hulpverlening voort te zetten. Het hof heeft er vertrouwen in dat er op die wijze voldoende toezicht wordt gehouden op de ontwikkeling van [kind 1], zodat de ondertoezichtstelling van [kind 1] niet langer noodzakelijk is. Het spreekt daarbij voor zich dat als de situatie daar aanleiding toe geeft te alle tijde een nieuw verzoek tot ondertoezichtstelling kan worden ingediend.

19.De zorgelijke situatie aangaande [kind 1] lijkt bovendien voor een groot gedeelte in de communicatie tussen de ouders te liggen. Ook daarin ziet het hof geen noodzaak voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 1]. Zoals het hof onder rechtsoverweging 11 reeds heeft overwogen, is juist op grond van het dossier de indruk ontstaan dat de tussenkomst van de gezinsvoogd(en) voor een vertroebeling van de communicatie tussen de ouders heeft gezorgd.

20.Weliswaar geeft LJ&R aan dat [kind 1] de mogelijkheid moet houden om de hulp van de gezinsvoogd in te schakelen indien er problemen ontstaan, doch het hof gaat er vanuit dat [kind 1] - die thans 16 jaar oud is - in staat is om de (juiste) weg naar de hulpverlening te vinden indien er zich problemen zullen voordoen.

21.Gelet op het vorenstaande zal het hof het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 1] met ingang van de datum van deze beschikking afwijzen.

Slotsom

22.De beschikking waarvan beroep dient gedeeltelijk te worden vernietigd en er zal opnieuw worden beslist zoals hieronder aangegeven.

De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover het de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] betreft voor de periode met ingang van de datum van deze beschikking;

 


Ga terug