Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Gezamenlijk gezag, dat alleen uitgeoefend kan worden onder permanente regie: dat leek de GI wel wat

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

4.9

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het hof genoegzaam gebleken dat partijen niet in staat zijn tot de voor de uitoefening van gezamenlijk gezag noodzakelijke communicatie. Deze situatie is niet in het belang van de kinderen; zij zitten hierdoor klem tussen de ouders en de voortdurende strijd tussen de ouders zal schadelijke gevolgen voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben. Er is in het verleden, onder meer vanuit de ondertoezichtstelling van de kinderen, naast de nodige ondersteuning in de opvoedingssituatie van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , hulpverlening ingezet gericht op verbetering van de onderlinge verhouding tussen partijen. Niettemin blijft er sprake van een (heftige) strijd tussen partijen. De ouders zijn niet in staat om in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] met elkaar te overleggen of om de kinderen buiten hun strijd te houden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat er niet sprake lijkt van bewust frustreren van de communicatie door één of beide ouders maar van onmacht bij beiden. Door de omstandigheid dat het vertrouwen van partijen in elkaar volledig ontbreekt en het gegeven dat zij beiden kampen met hun eigen problematiek, zijn partijen niet capabel om samen in overleg beslissingen van enig belang over de kinderen te nemen, zodat moet worden aangenomen dat er thans geen basis is voor het door de vader en de moeder gezamenlijk uitoefenen van het gezag over de kinderen.

4.10

Nu het hof, gelet op de hulpverleningsgeschiedenis, onvoldoende vertrouwen heeft gekregen dat het partijen zal lukken de nodige stappen te nemen, terwijl geforceerd overleg over belangrijke beslissingen ten aanzien van de kinderen in hun situatie een negatieve invloed kan hebben op de mogelijkheid van omgang tussen de vader en de kinderen, kan gezamenlijke gezagsuitoefening door partijen niet in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] worden geacht.

In geval van eenhoofdig gezag is minder communicatie nodig tussen partijen, omdat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen over de kinderen zonder hiervoor eerst de goedkeuring te hoeven vragen en te krijgen van de vader. Aldus ontstaat ook minder strijd tussen de vader en de moeder, hetgeen in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is. Zij ervaren daardoor minder spanningen en komen niet klem te zitten tussen hun ouders. Toewijzing van het verzoek van de moeder haar voortaan alleen met het gezag over [de minderjarige1] te belasten en afwijzing van het verzoek van de vader om partijen gezamenlijk te belasten met het gezag over [de minderjarige2] is dan ook in het belang van de kinderen noodzakelijk.

4.11

De GI en de raad geven aan dat partijen met behulp van (intensieve) hulpverlening in staat zouden moeten zijn tot overleg, maar gaan voorbij aan het feit dat de maatregel van ondertoezichtstelling van de kinderen eens eindig zal moeten zijn en het evident is dat partijen niet in staat zijn en ook niet zullen zijn tot zelfstandig overleg over zaken aangaande de kinderen. Gezamenlijk gezag, dat alleen uitgeoefend kan worden onder permanente regie van professionele hulpverlening, vormt geen basis voor het uitoefenen daarvan.


Ga terug