Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Geen ots, wel met instemming ouders gesloten jeugdhulp

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Het verzoek tot ondertoezichtstelling

Niet is komen vast te staan dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Ouders accepteren immers alle vorm van hulpverlening en stemmen tevens in met een plaatsing van [de minderjarige] in een instelling voor gesloten jeugdhulp.

De rechtbank zal het verzoek tot ondertoezichtstelling derhalve afwijzen. Dat beide ouders instemmen met een ondertoezichtstelling kan daaraan niet afdoen.

Het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp

Nu bij afzonderlijke beschikking van 7 mei 2015 het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot een machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de wettelijk vertegenwoordigers wordt toegewezen en deze beschikking op grond van artikel 6.1.12 eerste lid van de Jeugdwet uitvoerbaar bij voorraad is, is dit deel van het verzoek van de Raad overbodig geworden en zal het daarom worden afgewezen.


Ga terug