Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Deze ouders heeft het niet geschaad (geen verlenging OTS), maar alles te laat of zelfs helemaal niet: het moet niet gekker worden.

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>
5.1

Ingevolge artikel 2.4.8 sub a en b van het Procesreglement civiel jeugdrecht dient een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling te worden ingediend en is een verlengingsverzoek dat is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk.

De GI was te laat, maar toe maar.


Deze beschikking is gegeven voor het expireren van de eerdere verlenging van de ondertoezichtstelling op 1 maart 2015 en binnen de in het procesreglement genoemde termijnen. Dat de beschikking pas op 4 mei 2015 is verzonden en kennelijk - naar het oordeel van het hof ten onrechte - niet naar de moeder, maakt dit oordeel niet anders.

Geen deurwaarder, zelfs geen bericht, maar toe maar.


De gronden voor de OTS zijn niet meer aanwezig:

Van gronden die een ondertoezichtstelling van [kind] op dit moment nog langer kunnen rechtvaardigen is naar het oordeel van het hof thans echter niet gebleken. Uit de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling is verhandeld blijkt dat de positieve ontwikkeling zich heeft doorgezet en dat aan de omgangsregeling zonder tussenkomst van de gezinsvoogd naar aller tevredenheid uitvoering wordt gegeven. Zowel de moeder als de vader en de GI hebben ter mondelinge behandeling bevestigd dat de omgangsregeling naar behoren verloopt en dat de ouders daarbij geen hulp nodig hebben van de GI. Dat er af en toe een misverstand optreedt in de communicatie, doet hieraan niet af.

Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen tot aan heden en vernietigen met ingang van heden.


Ga terug