Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

De ouders staan open voor hulpverlening, maar blijft dat wel zo?

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

3.7.2.

Het hof is op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de rechtbank op goede gronden tot een ondertoezichtstelling van voornoemde kinderen heeft beslist en dat de wettelijke gronden daarvoor nog steeds aanwezig zijn. Het hof neemt hierbij het volgende in aanmerking.

Vaststaat dat de opvoedingsomgeving van de kinderen bedreigend en onveilig is geweest, doordat zij getuige zijn geweest van huiselijk geweld, hetgeen, nu of op termijn, zijn weerslag op hun ontwikkeling heeft. De onlangs opnieuw opgestarte FFT-hulpverlening stelt dit huiselijk geweld en de effecten hiervan voor de kinderen aan de orde, alsmede - onder meer - de rol van de vader en de communicatie binnen het gezin en ondersteunt de moeder en de vader in hun opvoedershandelen. Vanuit deze hulpverlening worden positieve signalen afgegeven over de inzet van de ouders en de ontwikkeling die zij reeds hebben doorgemaakt. Hoewel ook de ouders zich positief uitlaten over de FFT-hulpverlening, heeft de moeder ter zitting gesteld dit traject buiten het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling niet te zullen continueren. Evenals de stichting hebben zij en de vader tot doel, zo is haar verklaring, dat het met de kinderen goed gaat en nu dit reeds het geval is, de bemoeienis van anderen verwarrend is.

Het hof acht de ingezette positieve ontwikkeling in het gezin echter nog te pril om daaraan de conclusie te verbinden dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen is weggenomen. Naar het oordeel van het hof is het voor de ontwikkeling van de kinderen van groot belang dat de FFT-hulpverlening wordt gecontinueerd. Deze voortzetting kan, zoals ter zitting is gebleken, alleen worden gewaarborgd wanneer deze is onderworpen aan het toezicht van de stichting.

3.8.

Het voorgaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.


Ga terug