Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

De moeder staat open voor hulpverlening: het Hof vernietigt de ondertoezichtstelling

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

4.5

Ten aanzien van de overige geconstateerde zorgen is duidelijk dat de moeder deze erkent en hiervoor hulpverlening accepteert. Voor zover de GI heeft gesteld dat de hulpverlening door het optreden of nalaten van de moeder moeizaam tot stand komt, is dat op grond van de stukken en de behandeling ter zitting niet aannemelijk geworden. Het hof betrekt daarbij dat de GI ter zitting heeft verklaard dat volgens het moeder-en-kind-huis de afspraken ten aanzien van hulpverlening niet volledig zijn nagekomen, maar dat het voor de GI onduidelijk is wat de oorzaak daarvan is terwijl de moeder aangeeft dat die oorzaak niet bij haar ligt. Het hof acht de stelling van de moeder aannemelijk omdat ook overigens uit de stukken blijkt dat de moeder openstaat voor hulpverlening en betrokkenheid vanuit verschillende instanties. Tevens neemt het hof in aanmerking dat de moeder zelf hulpverlening heeft aangevraagd bij [E] en [F], zoals zij ter zitting heeft verklaard. Het hof heeft ook anderszins geen aanwijzing dat de hulpverlening in het vrijwillig kader niet of onvoldoende door de moeder wordt geaccepteerd dan wel dat die hulpverlening onvoldoende is gewaarborgd.

4.6

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] rechtvaardigen. Het hof zal dan ook het inleidend verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling afwijzen.


Ga terug