Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling
<< vorige pagina   
print pagina
 

Achterhaalde feiten

Jurisprudentie i.v.m. ondertoezichtstelling >>

Namens de Raad zijn de verzoeken ter zitting toegelicht. De ontwikkelingsbedreigingen bestaan er volgens de Raad uit dat er sprake is van een 22-jarige moeder met vijf jonge kinderen in een te kleine woning waarvan onduidelijk is of ze die kan behouden. De moeder heeft een belaste voorgeschiedenis en er zijn zorgen vanuit het wijkteam. De moeder krijgt weliswaar hulp van Queeste, maar de regie mist en gebleken is dat het wijkteam die regie niet op zich kan nemen. Tenslotte leert de geschiedenis dat de moeder in conflict kan komen met de hulpverlening en het is de vraag of Queeste wel de juiste weg weet om een melding te doen wanneer de samenwerking tussen Queeste en de moeder niet meer gaat zoals het zou moeten. De Raad heeft zich uiteindelijk gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter.

De standpunten

De moeder blijft bij haar standpunt dat een ondertoezichtstelling niet nodig is. Hoewel de woning klein is, is deze huisvesting gewaarborgd omdat zij aanspraak kan maken op huurbescherming. Het gaat goed thuis. De woning is netjes en ook in financieel opzicht heeft moeder geen problemen. De kinderen hebben allemaal een eigen bed en ze krijgen goed te eten. Hoewel de kinderen volgens moeder niet in hun ontwikkeling worden belemmerd door de kleine woning, is ze wel op zoek naar een grotere woning wat lastig is omdat ze geen urgentie krijgt.

Door het overlijden van de vader van [minderjarige] en [minderjarige] is een groot deel van de spanningen thuis weggevallen, ook voor de kinderen die nu niet meer bang hoeven te zijn. Het gaat goed met de kinderen zowel in lichamelijk als geestelijk opzicht. Er is voldoende hulp voor de kinderen. Ze krijgen therapie, school kijkt mee en ook het consultatiebureau komt op huisbezoek. Moeder erkent dat ze problemen heeft met jeugdzorg. Ze is zelf een jeugdzorgkind geweest en is daarom kritisch op die hulpverlening. Moeder heeft zelf hulp gezocht bij Queeste en is blij met de hulp die Queeste haar biedt, zowel voor zichzelf als voor de kinderen. Wanneer er toch iets mis mocht gaan, dan gaat moeder ervan uit dat Queeste daar melding van zal doen en anders school.

Mr. Boskma bepleit afwijzing van de verzoeken tot ondertoezichtstelling. Er waren aanvankelijk wel zorgen die vooral gelegen waren in de mogelijke huisuitzetting en de spanningsvolle situatie met de vader van [minderjarige] en [minderjarige] . Deze zorgen zijn thans echter niet meer aan de orde. De raadsman bevestigt dat een mogelijke uitzetting van het gezin uit de woning van de baan is. Daarnaast is er veel stress weggevallen door het overlijden van [de vader] . Dat de moeder een belaste voorgeschiedenis heeft, is een feit dat niet terug te draaien is, maar ze heeft inmiddels wel laten zien dat zij in staat is om haar verantwoordelijkheid te nemen door zelf hulp te zoeken bij Queeste. Deze hulpverlening verloopt goed en moeder werkt goed mee.

De hele situatie rondom de verzoeken tot ondertoezichtstelling levert nu eigenlijk vooral meer stress op en gebleken is dat de regierol die de GI zou krijgen bij een ondertoezicht-stelling, eigenlijk dezelfde is als wat [medewerker Queeste] van Queeste op dit moment doet.

[medewerker Queeste] heeft onder meer naar voren gebracht dat zij vanuit Queeste zorgverantwoordelijke en het aanspreekpunt voor de moeder is en dat zij alle zorg coƶrdineert die in het gezin betrokken is. Queeste is tweeƫneenhalf jaar geleden op verzoek van de moeder betrokken geraakt in het gezin. Toen zij voor het eerst bij Queeste kwam, had de moeder eigenlijk zelf al bedacht wat er allemaal moest gebeuren. Moeder wordt gezien als een krachtige vrouw en niet als iemand die hulpverlening afhoudt. Hoewel ze veel hulpverleningscontacten heeft, werkt ze goed mee en houdt ze zich goed aan afspraken. Queeste werkt regelmatig samen met de jeugdbescherming en wanneer dit nodig mocht zijn dan weet Queeste welke wegen er moeten worden bewandeld om een zorgmelding te doen.
...

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat niet is voldaan aan de gronden voor een ondertoezichtstelling.

De kinderrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Op het moment dat de verzoeken werden ingediend, was er sprake van een zorgelijke situatie. De kinderrechter acht het begrijpelijk dat de Raad toen heeft besloten om te verzoeken om de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. Moeder heeft een belast verleden en de dreiging van een woninguitzetting en de spanningsvolle situatie met de vader van [minderjarige] en [minderjarige] , [de vader] , veroorzaakten veel stress in het gezin. Dat alles had een negatief effect op het welzijn van de kinderen.

In de periode tussen het opstellen van de rapportages door de Raad en de huidige behandeling van de verzoeken, is die situatie echter aanzienlijk veranderd. Hoewel de moeder aangeeft weerstand te voelen als het om hulpverlening gaat, heeft zij op eigen initiatief gezocht naar hulpverlening voor haarzelf en haar kinderen en die gevonden bij Queeste. Uit de informatie van Queeste blijkt dat er inmiddels een goede samenwerkingsrelatie is opgebouwd met de moeder en dat de moeder door Queeste gezien wordt als een sterke vrouw die het belang van haar kinderen voorop stelt. Ter zitting is die indruk door [medewerker Queeste] bevestigd. Aannemelijk is dat van een dreigende uitzetting van het gezin uit de woning geen sprake meer is. Verder is [de vader] inmiddels overleden. Hoe tragisch dit ook is, het betekent ook dat daarmee een bron van spanningen in het gezin van de moeder is weggevallen. Op grond van dit alles is de kinderrechter van oordeel dat de zorgen over het gezin zijn afgenomen ten opzichte van de rapportage van de Raad van 19 oktober 2018 en dat aannemelijk is dat de moeder haar verantwoordelijkheid zal blijven nemen en in het belang van haar kinderen zal blijven meewerken aan de vrijwillige hulpverlening

Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat op dit moment geen sprake is van zodanig ernstige ontwikkelingsbedreigingen van de vijf kinderen dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter acht zelfs aannemelijk dat de weerstand van moeder tegen een ondertoezichtstelling en hulpverlening van jeugdzorg ervoor kan zorgen dat het uitspreken van een ondertoezichtstelling contraproductief zal werken voor de effectiviteit van de hulpverlening in het gezin.

De kinderrechter zal de verzoeken tot ondertoezichtstelling daarom afwijzen

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat niet is voldaan aan de gronden voor een ondertoezichtstelling.

De kinderrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Op het moment dat de verzoeken werden ingediend, was er sprake van een zorgelijke situatie. De kinderrechter acht het begrijpelijk dat de Raad toen heeft besloten om te verzoeken om de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. Moeder heeft een belast verleden en de dreiging van een woninguitzetting en de spanningsvolle situatie met de vader van [minderjarige] en [minderjarige] , [de vader] , veroorzaakten veel stress in het gezin. Dat alles had een negatief effect op het welzijn van de kinderen.

In de periode tussen het opstellen van de rapportages door de Raad en de huidige behandeling van de verzoeken, is die situatie echter aanzienlijk veranderd. Hoewel de moeder aangeeft weerstand te voelen als het om hulpverlening gaat, heeft zij op eigen initiatief gezocht naar hulpverlening voor haarzelf en haar kinderen en die gevonden bij Queeste. Uit de informatie van Queeste blijkt dat er inmiddels een goede samenwerkingsrelatie is opgebouwd met de moeder en dat de moeder door Queeste gezien wordt als een sterke vrouw die het belang van haar kinderen voorop stelt. Ter zitting is die indruk door [medewerker Queeste] bevestigd. Aannemelijk is dat van een dreigende uitzetting van het gezin uit de woning geen sprake meer is. Verder is [de vader] inmiddels overleden. Hoe tragisch dit ook is, het betekent ook dat daarmee een bron van spanningen in het gezin van de moeder is weggevallen. Op grond van dit alles is de kinderrechter van oordeel dat de zorgen over het gezin zijn afgenomen ten opzichte van de rapportage van de Raad van 19 oktober 2018 en dat aannemelijk is dat de moeder haar verantwoordelijkheid zal blijven nemen en in het belang van haar kinderen zal blijven meewerken aan de vrijwillige hulpverlening

 

Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat op dit moment geen sprake is van zodanig ernstige ontwikkelingsbedreigingen van de vijf kinderen dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter acht zelfs aannemelijk dat de weerstand van moeder tegen een ondertoezichtstelling en hulpverlening van jeugdzorg ervoor kan zorgen dat het uitspreken van een ondertoezichtstelling contraproductief zal werken voor de effectiviteit van de hulpverlening in het gezin.

 

De kinderrechter zal de verzoeken tot ondertoezichtstelling daarom afwijzen

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat niet is voldaan aan de gronden voor een ondertoezichtstelling.

De kinderrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Op het moment dat de verzoeken werden ingediend, was er sprake van een zorgelijke situatie. De kinderrechter acht het begrijpelijk dat de Raad toen heeft besloten om te verzoeken om de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. Moeder heeft een belast verleden en de dreiging van een woninguitzetting en de spanningsvolle situatie met de vader van [minderjarige] en [minderjarige] , [de vader] , veroorzaakten veel stress in het gezin. Dat alles had een negatief effect op het welzijn van de kinderen.

In de periode tussen het opstellen van de rapportages door de Raad en de huidige behandeling van de verzoeken, is die situatie echter aanzienlijk veranderd. Hoewel de moeder aangeeft weerstand te voelen als het om hulpverlening gaat, heeft zij op eigen initiatief gezocht naar hulpverlening voor haarzelf en haar kinderen en die gevonden bij Queeste. Uit de informatie van Queeste blijkt dat er inmiddels een goede samenwerkingsrelatie is opgebouwd met de moeder en dat de moeder door Queeste gezien wordt als een sterke vrouw die het belang van haar kinderen voorop stelt. Ter zitting is die indruk door [medewerker Queeste] bevestigd. Aannemelijk is dat van een dreigende uitzetting van het gezin uit de woning geen sprake meer is. Verder is [de vader] inmiddels overleden. Hoe tragisch dit ook is, het betekent ook dat daarmee een bron van spanningen in het gezin van de moeder is weggevallen. Op grond van dit alles is de kinderrechter van oordeel dat de zorgen over het gezin zijn afgenomen ten opzichte van de rapportage van de Raad van 19 oktober 2018 en dat aannemelijk is dat de moeder haar verantwoordelijkheid zal blijven nemen en in het belang van haar kinderen zal blijven meewerken aan de vrijwillige hulpverlening

 

Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat op dit moment geen sprake is van zodanig ernstige ontwikkelingsbedreigingen van de vijf kinderen dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter acht zelfs aannemelijk dat de weerstand van moeder tegen een ondertoezichtstelling en hulpverlening van jeugdzorg ervoor kan zorgen dat het uitspreken van een ondertoezichtstelling contraproductief zal werken voor de effectiviteit van de hulpverlening in het gezin.

 

De kinderrechter zal de verzoeken tot ondertoezichtstelling daarom afwijzen


Ga terug