![]() |
||||
|
||||
|
|
Ondertoezichtstelling voor jongeren vanaf 12 jaar OTS Een ondertoezichtstelling (ots) wil zeggen, dat de kinderrechter bepaald heeft dat behalve je ouders nog iemand anders zich met je opvoeding moet bezig houden. Deze persoon, de gezinsvoogd, mag dingen over jou beslissen. In eerste instantie duurt de ots een jaar. DE GEZINSVOOGD In principe moet je doen wat de gezinsvoogd zegt. Soms zegt hij iets anders dan je ouders. Denk dan eerst maar eens heel diep na: wie heeft er gelijk? Als je denkt dat de gezinsvoogd meer gelijk heeft, doe dan wat hij wil. Als je denkt dat je ouders meer gelijk hebben doe je wat zij zeggen. Tenslotte hebben zij het ouderlijk gezag over jou. Wat je ook doet, het is dus altijd goed! HULPVERLENINGSPLAN Zes weken na het begin van de ots heeft de gezinsvoogd in overleg met je ouders en jou een hulpverleningsplan gemaakt. Jij en je ouders moeten dat voor akkoord tekenen. Als jullie het niet eens worden met de gezinsvoogd, kun je een brief aan de kinderrechter schrijven. Als er geen hulpverleningsplan komt en de gezinsvoogd laat zich bijna niet zien, dan kun je de kinderrechter vragen om de ots op te heffen. DOSSIER Een gezinsvoogd houdt een dossier over je bij. Daar zitten alle papieren in die over jou gaan. Daarin kun je zien hoe de gezinsvoogd over jou denkt, en met wie hij over jou gesproken heeft. Vooral dat laatste is belangrijk: hebben die mensen wel gezegd wat daar staat? Vraag het maar na. Konden ze wel weten wat ze gezegd hebben of praten ze maar iemand na? Mochten ze eigenlijk wel vertellen wat ze verteld hebben? Als een leraar op school zonder toestemming van je ouders met de gezinsvoogd over jou gepraat heeft, dan kunnen je ouders naar de klachtencommissie van de school gaan. Je hebt recht op inzage van je dossier en recht op een kopie. Vraag ook om het contactjournaal. Daarin staat van wie hij informatie over jou gekregen heeft. Zorg ervoor dat je zelf ook steeds opschrijft wanneer, hoe lang, en waarover je met de gezinsvoogd gepraat hebt en wat er afgesproken is. VERLENGING OTS Als de gezinsvoogd een ots wil verlengen, moet de kinderrechter ook jou naar je mening vragen. Zeg tegen de rechter wat je werkelijk wilt: wil je een gezinsvoogd of niet. Als je niet echt het gevoel hebt dat hij steun biedt, en als je niet snapt waarom er een ots is, zeg dan rustig dat je wilt dat de ots opgeheven wordt. Als je ouders hetzelfde zeggen, sta je natuurlijk sterker. UITHUISPLAATSING Zolang je thuis woont, merk je weinig van de gezinsvoogd. Toch is het heel goed mogelijk dat je er steun van ondervindt. Als de gezinsvoogd je uit huis wil plaatsen, heeft hij een zogenaamde machtiging van de kinderrechter nodig, in die machtiging staat dat je uit huis geplaatst mag (niet moet) worden. Er staat ook in waarheen: naar een pleeggezin, naar een instelling of naar een gesloten inrichting. Als je het ermee eens bent, hoef je niets te doen. Denk erom: als er een machtiging is voor plaatsing in een gesloten inrichting heb je recht op een eigen kosteloze advocaat; dat is heel belangrijk als je niet gesloten geplaatst wilt worden. Je moet met hem spreken voor de zitting. Als hij dingen tegen de rechter zegt die niet met jou waren afgesproken, ontsla hem dan en sta erop dat je een andere advocaat krijgt. Als jij en je ouders het niet eens zijn met de uithuisplaatsing, is het van groot belang om dat op de zitting duidelijk tegen de rechter te zeggen. Als je niet uit huis wilt en je bent er heilig van overtuigd dat het niet nodig is, is het misschien beter te weigeren aan een uithuisplaatsing mee te werken. In dat geval moet een van je ouders beslist naar de zitting gaan, zelf schrijf je de rechter een brief met daarin jouw mening (dan kan het in ieder geval niet gebeuren dat je de kans niet meer krijgt terug naar huis te gaan). Als de rechter toch de machtiging tot uithuisplaatsing geeft, kun je met een ouder “onderduiken”, totdat de bui overgewaaid is en iedereen redelijker staat tegenover jouw wens. ONDERDUIKEN Onderduiken is niet simpel: je komt op de politietelex, je kunt niet naar school, je vader of moeder die met je mee is kan niet werken, jullie gastgezin houdt het misschien geen drie maanden met jullie uit, en wat dan? Je krijgt ongeveer een hartklap van de zenuwen. Onderschat het niet. Na drie manden is de machtiging verlopen. De gezinsvoogd moet een nieuwe machtiging aanvragen. Misschien krabben zij zich nog eens achter hun oren, misschien heb je een andere rechter die de uithuisplaatsing niet nodig vindt. Soms helpt het als je zegt dat “zij” wel hun zin door kunnen drijven, maar dat je dan elke dag wegloopt. Laat je niet wijsmaken dat je dan in een gesloten inrichting komt, want dat is onzin. In een gesloten inrichting kom je als je bijvoorbeeld steelt of zwerft, niet als je gewoon naar huis gaat (ook als je veel spijbelt!) Gebruik je gsm zo weinig mogelijk: daar ben je mee op te sporen. Het hangt helemaal van de plaatselijke politie af of je opgespoord wordt. Er zijn politiekorpsen die er niet over piekeren, er zijn korpsen die met 6 man 1 meisje uit huis halen. Meestal is 2x weglopen genoeg. De politie zegt dan: wij zijn geen taxibedrijf. Alles moet je heel goed met je ouders bespreken en verschrikkelijk goed voorbereiden, want het geeft gegarandeerd ontzettend veel problemen. TERUG NAAR HUIS Als je toch uit huis geplaatst bent, kan het zijn dat je terug naar huis wilt. Realiseer je, dat weglopen terug naar huis natuurlijk geen weglopen is, het is juist teruggaan. Je ouders laten je binnen, bellen op naar het pleeggezin of tehuis (niemand hoeft ongerust te zijn voor niets), maar brengen je niet terug. Als jullie er voor zorgen dat alles thuis goed gaat, is er kans dat je thuis mag blijven. CONTACT MET THUIS Soms mag je weinig contact hebben met thuis. Als de rechter een omgangsregeling heeft vastgesteld met een van jouw ouders, kan de gezinsvoogd daar niets aan veranderen buiten de rechter om, maar verder kan de gezinsvoogd ongeveer doen en laten wat hij wil. Als je contact wilt houden met je ouders of familie en het mag zogenaamd niet, weten wij niet waarom je dat niet gewoon kunt doen. Ga er heen, bel ze op, gebruik alle andere mogelijkheden van je mobiel, mail ze, schrijf ze. Als er niet meegewerkt wordt, kijk dan of je iemand kunt vinden die iets voor je kan regelen. Als jij en je ouders vinden dat jullie te weinig contact mogen hebben, kun jij het beste protesteren. Ouders worden soms erg tegengewerkt. Als zij protesteren mogen jullie elkaar misschien helemaal niet meer zien. RECHTEN Het is niet onze bedoeling je opstandig te maken tegen de volwassenen in je omgeving. Het is wel de bedoeling je erop te wijzen dat je rechten hebt, mensenrechten, extra beschermd door het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Ideeën van gezinsvoogden en reglementen lijken daar soms niet mee te kloppen. Verdedig zelf je rechten, houd de contacten vast met de mensen van wie je houdt. In het begin is dat moeilijk, maar je wordt er iedere dag beter in, en je wordt ook iedere dag minder lastig gevallen met verboden en beperkingen als mensen merken dat jij er een sterke behoefte aan hebt. Lees ook de tekst voor ouders. Jij hebt dezelfde rechten als je ouders bij de kinderrechter. KLACHTEN Elke keer als er iets gebeurt waar je het niet mee eens bent, kun je dat in een brief aan de kinderrechter schrijven. Verstuur de brief met ontvangstbevestiging, dan heb je een bewijs dat de rechter de brief ontvangen heeft. Bewaar altijd zelf een kopie. Als de gezinsvoogd je geen kopie van het dossier wil geven, dien dan een schriftelijke klacht in bij de klachtencommissie van de gezinsvoogdij-instelling/bureau jeugdzorg. Zet er “klacht” boven. Verstuur hem met ontvangstbevestiging. Het is waarschijnlijk handig contact op te nemen met een van de mensen die genoemd staan in de map CONTACT. Je kunt ook hulp bij het schrijven vragen bij een kinderrechtswinkel. Die vind je in Alkmaar, Amsterdam, Assen, Breda, Den Haag, Groningen, Hengelo, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. Het hoofdkantoor weet alle adressen en telefoonnummers: Staalstraat 19, 1011 JK Amsterdam, tel. 020-6260067, info@krwa.demon.nl Ook kun je iets hebben aan de delen 1 en 3 van de serie Kinderbescherming en valkuilen, allebei te lezen op deze site in de map PUBLICATIES; misschien te vinden in jouw bibliotheek, en te koop in de boekhandel. Van deel 1 hebben wij op deze site een “2e druk” gezet, in de bibliotheek en de boekhandel vind je de eerste druk: ISBN 90 57 86 80 16 (dat is een bestelnummer), prijs € 8,--. Deel 3, dat speciaal geschreven is voor jongeren, is ook te vinden in bibliotheek en boekhandel, kost € 5,75 en heeft nummer ISBN 90 57 86 80 91. |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||