Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Mijn kind
<< vorige pagina   
print pagina
 
Onderstaande tekst valt onder het auteursrecht. Wie er iets anders mee wil doen dan uitprinten voor eigen gebruik, moet contact opnemen met kog@upcmail.nl


MIJN kind ??!
wat ouders kunnen doen en laten bij problemen

Dit is een uitgave van Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders 
tekst Truus Barendse
tekeningen Alice Jansen
vormgeving Johan van der Wal
druk Digital Printing Partners, Houten
Derde druk 2010

Hieronder staat alleen de tekst. 
Het boek is te bestellen bij alicejansen@planet.nl  8,40 per boekje (6,- + verzendkosten)

Inhoud
 5 Voor wie is dit boek?                                                
 7 Wat is er allemaal voor hulp?                                    
13 Wat kun je verwachten van Bureau Jeugdzorg           
14 Jeugdzorg is totaal anders dan gezondheidszorg        
20 Dossiers                                                              
24 Eerste gesprek met Bureau Jeugdzorg                      
26 Na de intake                                                        
28 De indicatie                                                         
31 Gedwongen hulp                                                    
47 Ga niet zitten babbelen!!                                       
51 Weglopers                                                            
55 Praktische zaken                                                   
61 Woordenlijst                                                        
75 Adressen en websites                                            
81 Voorbeeldbrieven                                                   
92 Brief van de Raad voor de Kinderbescherming aan Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders
     van 22 februari 2006                                             
94 Eerste en laatste alinea van brief van het Ministerie voor Jeugd en Gezin aan 
     Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders van 14 december 2007             
96 Brief van het Ministerie voor Jeugd en Gezin aan de Bureaus Jeugdzorg van 7 februari 2008         


5 Voor wie is dit boek?

Dit boekje is bedoeld voor mensen met kinderen onder de 18 jaar. Gewone ouders die dol zijn op hun kinderen. Ouders die alles voor hun kinderen over hebben; die alleen maar willen dat het goed met ze gaat. Gewone ouders die veel van hun kinderen houden, maar die ook af en toe met hun handen in het haar zitten. Dit boekje is dus ook voor ouders die hun kinderen af en toe wel achter het behang willen plakken.

Dit boekje is niet voor ouders van een kind met een verstandelijke beperking.
Het gaat over doorsnee kinderen met doorsnee ouders.

Het is niet makkelijk om kinderen groot te brengen. Iedere ouder is wel eens onzeker en maakt zich zorgen.

Alle kinderen hebben behoefte aan verzorging, zekerheid, en veiligheid. Hun vader en moeder, hun vaste oppas, hun dekentje, hun beer. En aan contacten. Eerst met vaste volwassenen die lief tegen hen zijn. Later ook met kinderen om mee te spelen.

Soms is er een probleem en zoeken ouders advies of hulp. Als het over gezondheid gaat, ga je naar de huisarts. Maar als het over andere zaken gaat, wat dan?
Soms maken ouders zich voor het eerst echt zorgen als hun kind niet wil spelen met andere kinderen. Of als hij alleen maar kan bijten en slaan. Of erg onrustig is en niet alleen wil gaan slapen.

Wat doe je dan? Je praat erover met andere mensen.
Dat moet je tenminste doen. Maar ouders houden soms de schijn op. Hun kind is helemaal volmaakt! Het gaat geweldig!

Wat een onzin. Niemand is volmaakt, en elk kind heeft wel eens een probleem.
Dat hoeft niet aan de ouders te liggen. Het hoeft ook niet aan het kind te liggen.
Misschien heeft hij krampjes.
Misschien wordt hij beroerd van iets wat hij eet.
Misschien is het nooit echt stil in huis en wordt hij daar onrustig van.
Misschien is hij ergens bang van en wil hij daarom niet alleen slapen.
Misschien wil hij nu niet spelen met andere kinderen maar komt dat over een poosje vanzelf goed.
Misschien bijt en slaat hij omdat ze allemaal groter zijn.
En misschien zit het allemaal anders.

Maar in ieder geval mag een ouder wèl trots zijn op een kind als alles goed gaat, maar je mag je niet schamen als het niet goed gaat! Je moet erover praten.
Misschien weet iemand een simpele oplossing. Je zult in ieder geval merken dat je niet de enige bent waar niet alles gladjes loopt.


7 Wat is er allemaal voor hulp?

Als een kind heel jong is gaat u waarschijnlijk naar het consultatiebureau.
Daar krijgt u advies over de voeding en verzorging van uw kind. U kunt daar ook terecht met vragen over opvoeding. Vragen als: mijn kind is bang in het donker, wat doe ik daaraan? kunt u allemaal op het consultatiebureau stellen.

Over een probleem met schoolkinderen kunt u praten met de leerkracht van uw kind. Het is fijn dat de meester of juf uw kind ook goed kent.
Daardoor kunt u uw zorgen heel goed met de leerkracht bespreken.
Mogelijk heeft die ook tips waar u thuis wat aan hebt. Op veel scholen is ook school-maatschappelijk werk. Er komt bijvoorbeeld een keer per week een maatschappelijk werker die met een paar kinderen praat. Dat kan uw kind helpen en misschien u ook. Uw kind kan dan ook vertellen wat hij thuis
moeilijk vindt.

Bekijk de televisieprogramma’s over opvoeden.

Praat met andere ouders.
Is bedplassen met 8 jaar abnormaal? Wat kunt u doen als uw kind snoep pikt? Hoe komt uw kind aan vriendjes?
U zult zien dat u niet de enige bent met vragen. Zoek een ouder met kinderen die net zo oud zijn als die van  u, of iets ouder. Andere ouders hebben vaak al oplossingen bedacht die u zo over kunt nemen.

Dan zijn er ook nog de opvoedwinkels en centra voor kind en gezin. Soms heten ze anders. U vindt de juiste naam en het adres op internet (zoeken op: opvoeden).
De adviezen zijn gratis. Het doel is de situatie voor het kind te verbeteren, voorkomen dat problemen groter worden. Soms zijn er thema-bijeenkomsten over bijvoorbeeld driftbuien, slaapproblemen of zindelijk worden.
Praten met andere ouders en een goed advies kunnen u een stuk verder helpen.

De Bureaus Jeugdzorg bestaan in alle provincies sinds januari 2005. Die zijn dus nog tamelijk nieuw. Daarom gaan wij daar uitgebreid op in.
De Bureaus Jeugdzorg zijn er voor echte problemen met een kind. Problemen die waarschijnlijk niet vanzelf overgaan.
U kunt zelf contact opnemen met Bureau Jeugdzorg. In een paar gesprekken met u en uw kind wordt bekeken hoe ernstig het probleem is:

niet zo ernstig u krijgt nog een paar gesprekken of u wordt doorgestuurd naar schoolmaatschappelijk
                        werk of de opvoedwinkel
ernstig             u krijgt een ‘indicatiebesluit’ waar in staat waar uw kind naar toe moet,
                        bijvoorbeeld een Medisch Kinder Dagverblijf of een Boddaert centrum
bedreigend     Bureau Jeugdzorg schakelt de kinderbescherming in. 
                        Uw kind wordt onder toezicht gesteld, en misschien wordt hij bij u weggehaald.

Het allerbelangrijkste: zorg dat u een verzekering sluit voor hulp voor uw kind.

Als u verzekerd bent, hebt u de keus tussen uw eigen verzekering en Bureau Jeugdzorg.
Als u niet verzekerd bent, moèt u wel naar Bureau Jeugdzorg bij echte problemen.
En wacht niet tot u de hulp nodig hebt, want dan valt die niet onder een nieuwe verzekering. Vraag ook wanneer de verzekering betaalt: ook als u op eigen houtje hulp zoekt, of alleen als de huisarts u doorverwijst?

NEEM TOCH VOORAL EEN VERZEKERINGSMODULE VOOR PSYCHOLOGISCHE OF PSYCHIATRISCHE BEGELEIDING VAN UW KIND!
Dan kunt u een vrij gevestigde psycholoog of orthopedagoog inschakelen. Als dat niet kan bij uw verzekeraar, neem dan een andere verzekering zodra dit kan.
Een groot nadeel van zelf hulp regelen is: het vraagt veel tijd en kost soms veel geld.
U moet dan zelf informeren bij uw verzekering en misschien een andere verzekering kiezen (voor problemen in de toekomst).
U moet ook zelf iemand zoeken om uw kind te helpen.
Misschien weet uw huisarts iemand.
Bijvoorbeeld een psychotherapeut die in een GGZ-instelling werkt. Die kan betaald worden uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de AWBZ. Soms moet u wel een eigen bijdrage betalen.
Ook sommige vrijgevestigde psychotherapeuten hebben een contract met de AWBZ.
U vindt een lijst van deze psychotherapeuten op www.nvvp.nl . Voor elk consult is er een eigen bijdrage.
Maar: als u zelf hulp regelt kunt u zelf beslissen wie u inschakelt. Dus buiten Bureau Jeugdzorg om, betaald door uw verzekering, de AWBZ of uit uw eigen portemonnee.
U blijft ook zelf de baas: u kunt weer stoppen. En u hebt geen last van de lange wachtlijsten bij veel bureaus jeugdzorg. Dat zijn dus voordelen van zelf regelen.

Vooral dat stoppen is belangrijk. Als Bureau Jeugdzorg er niets mee te maken heeft, kunt u in principe ophouden met de hulp wanneer u wilt. Bureaus Jeugdzorg pikken dat vaak niet.
Als u wilt stoppen, kunt u bij een Bureau Jeugdzorg moeilijkheden krijgen. Bureau Jeugdzorg gaat dan uw kind tegen u beschermen. Want u wilt deze hulp niet. Dan moet het maar gedwongen hulp worden. Sinds de drama’s met kinderen van de laatste paar jaar wordt er extra gelet op gezinnen met een probleem.

Er zijn drie soorten ouders bij de Bureaus Jeugdzorg:
1 ouders die tevreden zijn omdat ze er iets aan hebben (advies, doorverwijzing).
2 ouders die iets kregen wat eigenlijk niet de bedoeling was, bij gebrek aan beter 
   of die helemaal niets kregen.
3 ouders die gedwongen hulp kregen.

1 en 2 zijn duidelijk, 3 komt verderop.

De Bureaus Jeugdzorg hebben dus wachtlijsten. Bovendien willen de Bureaus Jeugdzorg soms een bepaald soort hulp opdringen. Daarom is het altijd verstandig eerst te proberen zelf iets aan een probleem te doen.
Gedragsproblemen en leerproblemen gaan vaak samen.
Hoe zit dat?
Een kind met een gedragsprobleem, bijvoorbeeld een kind dat niet kan stilzitten, leert soms moeilijk.
Een kind met een leerprobleem, een kind dat nooit eens de beste van de klas is, gaat vaak gek doen. Je moet toch iets om op te vallen. Dan is er dus een gedragsprobleem.

Het loont de moeite eerst maar eens te praten met andere ouders. Misschien herkennen zij iets. Misschien hebben zij een advies.


13 Wat kun je verwachten van Bureau Jeugdzorg

Ouders gaan soms naar een Bureau Jeugdzorg omdat zij zelf vinden dat hun kind een probleem heeft.
Soms gaan zij omdat iemand anders vindt dat hun kind een probleem heeft. Dat heeft hij tegen ze gezegd.
Soms zegt iemand niets tegen de ouders, maar belt hij wel met Bureau Jeugdzorg.
In alle Bureaus Jeugdzorg zit een afdeling AMK (het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling).
Wat er aan het AMK verteld is, kan heel verschrikkelijk zijn. Maar het kan ook wel iets zijn als “er wordt zo tegen die kinderen geschreeuwd”.
Als er een melding over u gedaan is bij een AMK wordt die doorgegeven aan het consultatiebureau. Als u twijfelt aan wie daar werkt, vraag dan aan uw huisarts of een kinderarts of hij de controle van uw kleine kind voortaan wil doen.
Leg hem uit waarom. Vraag hem het dossier van het consultatiebureau op te vragen (niet ‘kopie van’, maar het originele dossier).
Na een telefoontje aan het AMK kunnen de ouders een uitnodiging krijgen. Als u zo’n uitnodiging krijgt gaat Wat kun je verwachten van Bureau Jeugdzorg u of u gaat niet, want het is niet verplicht.
In ieder geval moet u altijd wel het DOSSIER over uw kind opvragen bij het AMK (Bureau Jeugdzorg). Voorbeeldbrief op blz. 81.


Handig is www.lcfj.nl , de website van het Landelijk CliëntenForum Jeugdzorg.
Klik in de linkerkolom aan: cliëntenroute.

Het DOSSIER is alles wat een instantie over uw kind heeft, op papier of in de computer.
En er ís een dossier, al was het alleen maar de aantekening over dat ene telefoontje.
Anders had u geen uitnodiging gekregen.
Waarom zeggen we niet alleen maar: u gaat of u gaat niet? Waarom maken we hier zo’n punt van? Omdat jeugdzorg iets totaal anders is dan gezondheidszorg.

14 Jeugdzorg is totaal anders dan gezondheidszorg

Niemand kan u verplichten de tanden van uw kind te laten rechtzetten.
Maar als u eenmaal bij Bureau Jeugdzorg zit, kunt u wel verplicht worden tot van alles.
Dan gaat het over opvoeding of over een behandeling.
Behandeling van het kind, de ouders, of zelfs het hele gezin.
Ook als u vrijwillig naar Bureau Jeugdzorg was gegaan.
Verplicht worden kan u ook overkomen bij een Centrum voor Jeugd en Gezin.
Als Bureau Jeugdzorg vindt dat het ernstig is met uw kind en u toch geen hulp wilt, kan Bureau Jeugdzorg naar de Raad voor de Kinderbescherming gaan.
Soms doet Bureau Jeugdzorg dat ook als u wel hulp wilt maar niet de hulp die u kunt krijgen, en ook als u wilt stoppen.

Als de Raad voor de Kinderbescherming het met Bureau Jeugdzorg eens is, schakelt de Raad de kinderrechter in.

Als die het er ook mee eens is, dan komt er een kinderbeschermingsmaatregel.
U krijgt dan dus gedwongen hulp.
En dan bent u een ouder uit de derde groep op bladzijde 11: heel iets anders gekregen dan de bedoeling was!
De kinderbeschermingsmaatregelen komen verderop.

Het lijkt wel veilig:
> bijvoorbeeld een leraar op de school denkt iets over uw kind en belt Bureau Jeugdzorg
> Bureau Jeugdzorg vindt het ook zorgelijk
> de Raad voor de Kinderbescherming is het ermee eens
> de rechter moet het bovendien ook nog eens vinden.
Maar het is niet zo dat ze allemaal naar de feiten kijken. Ze vertrouwen elkaar en denken: dat zegt hij toch niet voor niets? Het moet wel zo zijn.
Jeugdzorg is ècht iets totaal anders dan gezondheidszorg.

In de gezondheidszorg zijn er heel duidelijke opleidingen. Het ligt bijvoorbeeld vast wat een arts geleerd heeft, en wat alle mensen die in het ziekenhuis werken moeten weten en moeten kunnen.

In de jeugdzorg ligt heel weinig vast. Op een Bureau Jeugdzorg werken mensen met allerlei opleidingen. Vaak hebben ze een algemene opleiding maatschappelijk werk. Soms weten ze dan van heel veel een klein beetje. Het belangrijkste werk in Bureau Jeugdzorg is het afgeven van de indicatie. Zelfs voor dit werk bestaat geen opleiding. De overheid wil namelijk eerst maar eens afwachten hoe het op de Bureaus Jeugdzorg in de praktijk gaat lopen. (De Bureaus Jeugdzorg bestaan dus in alle provincies pas sinds 2005.)

Als u in een ziekenhuis denkt dat de specialist niet goed naar u luistert, vraagt u de volgende afspraak bij zijn collega. Dat is heel gewoon. Maar u kunt geen Bureau Jeugdzorg kiezen, want u moet naar een Bureau Jeugdzorg in de buurt. En op een Bureau Jeugdzorg hebt u weer niets te kiezen. En ALLE medewerkers van ALLE Bureaus Jeugdzorg zijn verplicht ALTIJD met beschermers-ogen te kijken.
Ze moeten zich dus STEEDS afvragen of het probleem van uw kind misschien door u komt. In Trouw van 6 januari 2007 zegt de directeur van Bureau Jeugdzorg Amsterdam: “Want kinderen die met problemen bij jeugdzorg komen, zijn meestal niet zelf de aanleiding, maar hun ouders.”

Bureau Jeugdzorg kan gaan proberen uw kind tegen u te beschermen, bijvoorbeeld omdat u de hulp niet wilt. Dan krijgt u dus te maken met kinderbescherming.
In de jeugdzorg bestaat er geen recht op een second opinion. In de gezondheidszorg is een second
opinion heel gewoon. Het recht op een second opinion is er in de jeugdzorg alleen voor de gebruikte
test- en onderzoeksgegevens.

U kunt het prima treffen op Bureau Jeugdzorg.
U hebt dan mensen die verstand hebben van kinderen en die samen met de ouders proberen een oplossing te vinden.
U kunt het ook slecht treffen op Bureau Jeugdzorg.
En dan zit u met de gebakken peren.
Er werken op de Bureaus Jeugdzorg drie soorten mensen: goede, gewone en slechte.
Er zijn ook drie soorten ouders: goede, gewone en slechte.
Veel mensen op de Bureaus Jeugdzorg gooien alle ouders voor de veiligheid op één hoop: slechte ouders.
Daar kun je dus niets aan over laten. De beslissingen over de kinderen kan de vakman beter nemen.

Denkt u eraan dat scholen, opvoedwinkels, thuiszorg enzovoort soms achter uw rug om Bureau Jeugdzorg bellen als zij denken dat uw gezin een gevaar is voor uw kind. Let u maar altijd goed op uw woorden. Ga niet zitten babbelen!!

18 Dossiers

Vanaf de uitnodigingsbrief voor het eerste gesprek moet u elk snippertje papier over uw kind bewaren.
Alles wat u ontvangt en alles wat u zelf verstuurt. Geef nooit iemand een origineel, maar altijd een kopie.

U hebt nu het dossier opgevraagd (zie voor een brief achterin dus), het dossier ontvangen en het gelezen. Als het contactjournaal er niet bij zit, vraag daar dan nog apart om. Daarin staat wie over uw gezin heeft gepraat met Bureau Jeugdzorg /AMK. Nu weet u misschien wie begonnen is over uw gezin tegen Bureau Jeugdzorg. Vraag hem te spreken en praat ook met iedereen die verder nog in het dossier staat.
Klopt het wat Bureau Jeugdzorg heeft opgeschreven?
Is dit echt gezegd? En is het waar wat er gezegd is?
Als het niet waar is, hoe komt het dan dat deze man of vrouw dat denkt?

Vraag ook inzage in het dossier van het consultatiebureau of van de schoolarts, en van de huisarts en de tandarts (sommige mishandelingen zijn door de tandarts te zien). Vraag inzage in het dossier van elke arts die uw kind de laatste paar jaar behandeld heeft. Stel vragen over alles wat u niet begrijpt.
En inzage in het schooldossier van uw kind en vooral ook in het dossier van de thuiszorg.

Als de school gebeld had, vraag dan een gesprek met de beller met de directeur erbij.
Sta erop, dat hij schriftelijk alles terugneemt wat hij niet echt weet. Dus alles wat hij niet met eigen ogen gezien en met eigen oren gehoord heeft. Probeer hem zover te krijgen dat hij in neutrale woorden op papier zet wat hij werkelijk weet.

Veronderstellingen moet u niet accepteren. De leerkracht kan bijvoorbeeld taalachterstand neutraal melden. Gewoon als feit dus. Maar waar komt die achterstand vandaan? Daar iets over zeggen is andere koek. Misschien wordt het kind wel mishandeld. Maar misschien heeft hij gewoon thuis niet genoeg Nederlands gesproken. En is er ook een taalachterstand in de taal die hij thuis hoort? Kan de leerkracht daar over oordelen?

Als er in het dossier informatie zit van een arts, vraag hem dan of hij dat echt gezegd heeft. Het is namelijk mogelijk dat hij niet gezien heeft wat er van zijn woorden gemaakt is. Als het niet klopt, vraag hem dan een kopietje van wat hij wel had gezegd of geschreven.
Als het wel is gezegd, kan het niet-medische informatie zijn die volgens u niet deugt. Bijvoorbeeld van een vertrouwensarts met wie u had gepraat. Of van de schoolarts. Misschien zeggen zij dingen over uw gezin die zij helemaal niet kunnen weten.
Vraag of ze schriftelijk hun woorden terugnemen. Als ze dit niet willen kunt u overwegen een klacht in te dienen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Dit kan als het een arts, GZ-psycholoog of een psychotherapeut betreft. Vraag advies en ondersteuning bij het IKG (Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg) bij u in de buurt. Dit is vaak een afdeling van Zorgbelang of Cliëntenbelang. U wordt gratis geholpen met de klachtbrief en de hele verdere procedure. Het adres vindt u in het telefoonboek of op internet.
Vraag uw huisarts een verklaring over de gezondheid van uw kind.
U maakt pas een afspraak met Bureau Jeugdzorg als u alles hebt gelezen en als u met iedereen hebt gepraat die u spreken wilde.
U kunt ook besluiten niet te gaan, maar dan doet Bureau Jeugdzorg waarschijnlijk toch een onderzoek
naar uw gezin.
Als het niet bij het eerste gesprek met Bureau Jeugdzorg blijft, is het verstandig bijvoorbeeld 1x per maand het dossier in te zien. Dan weet u wat er bijgekomen is.

22 Eerste gesprek met Bureau Jeugdzorg

In het eerste gesprek op Bureau Jeugdzorg krijgt u een of meer folders: in elk geval over de algemene
gang van zaken, over de klachtenregeling en over het privacyreglement.
Vraag ernaar als dat niet gebeurt. Als u zoiets moeilijk vindt, neem dan dit boekje mee.
U zegt dan: hier staat dat ik folders moet krijgen. Hebt u die voor mij?

Neem uw eigen vertrouwenspersoon mee. Uw zus, de buurman, wie u maar wilt.
Het geeft zelfvertrouwen, en een paar extra ogen en oren komen altijd van pas.
Iemand meebrengen mag altijd.

Blijf kalm en zakelijk. Of u hier vrijwillig zit of niet, ga niet uw hart uitstorten! Praat in ieder geval niet negatief over uw (ex-)partner. Probeer nooit een hulpverlener aan uw kant te krijgen. U zit niet op Bureau Jeugdzorg om over uw relatie te praten. Geef rustig informatie over het probleem waar u voor komt. Als u naar Bureau Jeugdzorg gekomen bent omdat uw kind met de verkeerde vrienden omgaat, met de politie in aanraking is gekomen, en niet naar u luistert, laat het daar dan bij. Laat het niet merken als u kwaad wordt.
Blijf (uiterlijk) kalm, maar houd wel vast aan de feiten.
Zeg rustig “daar ga ik niet op in” als u vindt dat iets er niet direct mee te maken heeft. Probeer alleen te praten over wat het probleem is volgens u.
Of wat het probleem is volgens de melder. Als u gaat zitten babbelen, kunnen er allerlei zaken in het rapport komen die u daar misschien liever niet in wilt. Wat er dan in het rapport staat is misschien allemaal waar, en u hebt het misschien allemaal zelf gezegd. En het kan toch een heel verkeerd beeld geven van de werkelijkheid. Misschien hebt u wel gezegd dat de zwangerschap niet de bedoeling was. Maar u hebt ook gezegd dat u ongelofelijk veel van de baby hield toen hij eenmaal geboren was. Dan wilt u niet dat er in het rapport alleen staat dat het kind niet gewenst was.
(En van ‘ongewenst’ naar ‘mishandeld’ is maar een kleine stap.) Zeg zoiets dus niet. Spreek niet over het verleden. Zeg dat het niet om het verleden gaat, maar om het heden en de toekomst. Dat het er niet om gaat wat u zelf in uw jeugd hebt meegemaakt. Dat het er alleen om gaat of een probleem van uw kind opgelost moet of kan worden.
Ga niet zitten babbelen! Wat u niet in een rapport wilt zien staan moet u niet zeggen. Vraag of u het
gespreksverslag toegestuurd krijgt. Lees goed om te zien of het klopt en stop het in uw eigen dossier. Daar zit in ieder geval al de uitnodigingsbrief in en het dossier van Bureau Jeugdzorg.

Let op: als Bureau Jeugdzorg de Raad voor de Kinderbescherming inschakelt, krijgt de raad het hele dossier van Bureau Jeugdzorg. Dat is niet tegen te houden.

24 Na de intake

Na het gesprek zegt Bureau Jeugdzorg
> u kunt het probleem gewoon zelf oplossen;
   of
> u kunt wel advies gebruiken; bijvoorbeeld: u moet naar een opvoed-spreekuur;
   of
> korte hulp kan nuttig zijn; bijvoorbeeld een paar gesprekken met u, en met uw kind, en met u en
   uw kind samen;
   of
> het hele gezin moet eerst bekeken worden;
   of
> uw kind moet een INDICATIE krijgen voor bijvoorbeeld een dagbehandeling.

U kunt Bureau Jeugdzorg ook vragen u een indicatie te geven voor een PERSOONSGEBONDEN BUDGET. Dan kunt u zelf hulp regelen voor een bepaald bedrag per maand. Maar dit kan alleen voor geestelijke gezondheidszorg, en dan nog alleen voor training en begeleiding; niet voor behandeling en verblijf.
Verder bestaat er nog het PERSOONSVOLGEND BUDGET. De landelijke vereniging Per Saldo kan u hier informatie over geven.
www.persaldohulpgids.nl
www.pgb.nl
www.lcti.nl
Verder kunt u nog een EIGEN KRACHT CONFERENTIE vragen.
Dat betekent dat samen met u bekeken wordt van welke mensen u wel hulp zou willen hebben. Die mensen worden tegelijk uitgenodigd. Samen met hen maakt u een plan om het probleem van uw kind op te lossen.
Ook beslist u samen wie het plan gaat uitvoeren. Komt uw zus uw kind elke dag halen om het naar school te brengen? Gaat u een cursus volgen om van de drank af te komen?
Als het plan klaar is wordt het bekeken door Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg keurt het alleen af als het niet goed genoeg lijkt voor de veiligheid van uw kind.
Zie www.eigen-kracht.nl
Ook de assistentie van een GEZINSCOACH is soms een mogelijkheid. Vraag er Bureau Jeugdzorg naar.

26 De indicatie

De indicatie is een officieel besluit van Bureau Jeugdzorg. De indicatie geeft uw kind RECHT op de jeugdzorg die in het indicatiebesluit wordt genoemd. Een indicatiebesluit is een soort toegangskaart voor gespecialiseerde jeugdzorg. Als Bureau Jeugdzorg geen indicatie wil geven of alleen voor iets anders dan u bedoelde, kunt u schriftelijk BEZWAAR MAKEN.
Ook kunt u bezwaar maken als Bureau Jeugdzorg juist wel een indicatie wil geven maar u het zelf niet nodig vindt.
Vraag het zwart op wit. Dus de weigering om een indicatie te geven. Of de indicatie die Bureau Jeugdzorg wel wil geven maar die u niet wilt.
U schrijft een brief aan Bureau Jeugdzorg met daarboven BEZWAAR. In die brief legt u uit waarom u het niet eens bent met de beslissing. Doe er een kopie bij van het indicatiebesluit of van de weigering.
Vraag aan Bureau Jeugdzorg om een CLIENTVERTROUWENSPERSOON om u te helpen bij het bezwaar. (Dat is dus niet uw eigen vertrouwenspersoon die u had meegebracht naar het gesprek.) Het lijkt een beetje raar om dat aan Bureau Jeugdzorg te vragen, maar dat is het niet.
De cliëntvertrouwenspersoon is er speciaal voor mensen die te maken hebben met Bureau Jeugdzorg.
Hij is niet in dienst bij Bureau Jeugdzorg, maar u kunt hem alleen bereiken via Bureau Jeugdzorg.
Of vraag hulp bij een rechtswinkel / juridisch loket of bij een kinderrechtswinkel. Of bel stichting Kinderen-Ouders-Grootouders: 023-5321223 op ma, wo, vr tussen 9.00 en 10.30 uur.

Als Bureau Jeugdzorg uw bezwaar heeft ontvangen wordt u uitgenodigd voor een gesprek.
Dat gesprek heet hoorzitting. Neem gerust weer iemand mee. Misschien moet u het maar gelijk groot aanpakken: neem een advocaat mee. U kunt nog eens uitleggen waarom u iets anders wilt dan Bureau Jeugdzorg.
Daarna krijgt u de definitieve beslissing van Bureau Jeugdzorg.
Als u nu tevreden bent, kan de hulpverlening van start gaan, al kan dat nog wel even duren.
Als u nog niet tevreden bent, kunt u nog in BEROEP bij de kinderrechter. Doe dat niet op eigen houtje. Schakel een advocaat in, of vraag weer de cliëntvertrouwenspersoon.

Daarna kan gebeuren:
> U krijgt wat u wilde. Dus een indicatie voor een bepaalde hulp of juist helemaal niets!
   of
> U krijgt niet wat u wilde, maar u doet het er mee.
   of
> U krijgt niet wat u wilde en u blijft weigeren. Dan gaat Bureau Jeugdzorg misschien naar de Raad 
   voor de Kinderbescherming. Die bekijkt dan of er reden is voor kinderbescherming.
   Voor een ondertoezichtstelling. Wat dat is komt verderop.

Na de indicatie krijgt uw kind de hulp die in het indicatiebesluit stond, of tweede-keuze-zorg. Waarschijnlijk komt u op een wachtlijst. Pas op: als de hulp niet binnen 3 maanden is begonnen, is het indicatiebesluit verlopen. U hebt dan een nieuw indicatiebesluit nodig.

Als de hulp dan van start zal gaan, komt er een HULPVERLENINGSPLAN.
U moet dit goedkeuren als het niet om kinderbescherming gaat, niet om gedwongen hulp dus. Bureau Jeugdzorg moet altijd het hulpverleningsplan goedkeuren.
Een van de punten waar Bureau Jeugdzorg op let, is of wel duidelijk is wat er bereikt moet worden.

Opgelet. Het volgende is mogelijk:
U gaat zelf naar een Bureau Jeugdzorg. U vertelt het probleem. Dan krijgt u een indicatie voor iets wat u niet wilt voor uw kind. Bureau Jeugdzorg houdt vol en van de rechter krijgt u ook geen gelijk. U houdt ook vol, u wilt het echt niet. Na een paar tussenstappen raakt uw kind in een pleeggezin of in een tehuis.

29 Gedwongen hulp

Sinds 2006 krijgen kinderen eerder een ondertoezichtstelling dan vroeger. Gedwongen hulp dus.

De Raad voor de Kinderbescherming
Als Bureau Jeugdzorg de Raad voor de Kinderbescherming heeft gevraagd om een onderzoek, stuurt de raad u een uitnodiging voor een gesprek.

Net als bij Bureau Jeugdzorg: u kunt naar de Raad voor de Kinderbescherming gaan of er niet heen gaan. In ieder geval moet u het DOSSIER van de Raad voor de Kinderbescherming opvragen. Dan weet u wat Bureau Jeugdzorg heeft opgestuurd naar de raad.

Het kan ook zijn dat Bureau Jeugdzorg vindt dat er een crisis is. Dan wordt het onderzoek voorlopig overgeslagen en kan de Raad voor de Kinderbescherming zelfs even vlug telefonisch toestemming krijgen van de kinderrechter om uw kind bij u weg te halen.
Dit heet een voorlopige ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing.

Het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming

Voor het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming geldt hetzelfde als voor Bureau Jeugdzorg.
Neem uw vertrouwenspersoon mee. Ook uw kind mag een vertrouwenspersoon meenemen. En het belangrijkste: ga niet zitten babbelen. Wat u niet in een rapport wilt hebben, moet u niet vertellen. Vraag ook hier naar de folder over de algemene gang van zaken, over het privacyreglement, over de klachtenregeling. Meestal krijgt u die zonder te vragen.
Heel belangrijk is dat de ouders elkaar niet afvallen.
Als u gelukkig getrouwd bent, is dat niet heel moeilijk.
Anders soms wel, zeker als u (pas) uit elkaar bent.
Vrouwen vertellen vaak over hun (ex-)partner dat hij gek is of aan de drank, mannen hebben het makkelijk over ‘borderline’. Doe het niet!! Hij is niet gek, zij heeft geen borderline, u bent alleen heel kwaad. En dit gaat heel slecht uitpakken voor de kinderen. Probeer nooit een hulpverlener aan uw kant te krijgen tegenover de andere ouder. Dit is echt niet de gelegenheid die eens flink te grazen te nemen. Houd het belang van uw kinderen voor ogen.
Wij raden u aan het gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming op te nemen.

De Landelijke Directie van de Raad heeft op 22 februari 2006 aan stichting Kinderen-Ouders-Grootouders geschreven, dat ouders kunnen verzoeken om het gesprek op te mogen nemen. Dat mag, als “deze geluidsopname bestemd is voor eigen gebruik en niet voor andere doeleinden.”
Natuurlijk is uw opname bestemd voor eigen gebruik: de memorecorder kan beter onthouden dan uzelf!
Deze brief van de raad staat op www.stichtingkog.info en helemaal achterin dit boek. Neem het voor alle zekerheid mee.

De Raad voor de Kinderbescherming vraagt vaak aan allerlei mensen en bij instanties inlichtingen over uw hele gezin. En die inlichtingen worden bijna altijd gegeven. Daarom moet u het schooldossier en het dossier van de schoolarts of het consultatiebureau of de thuiszorg inzien. Vraag speciaal of het dossier compleet is (kijk nog eens hierboven onder DOSSIER).
Als daar verkeerde gegevens over uw kind of over uw gezin in staan, weet u dat tenminste en kunt u er misschien nog iets aan laten veranderen.
Sinds 2004 is er een nieuw wetsartikel in het Burgerlijk Wetboek, namelijk artikel 240: ‘Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan de Raad voor de Kinderbescherming inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de taken van de raad.’
Dat betekent dus dat echt iedereen inlichtingen mag geven aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming
Na de gesprekken en de inlichtingen is de Raad voor de Kinderbescherming het niet met Bureau Jeugdzorg eens, of wel. Als de raad het wel met Bureau Jeugdzorg eens is, komt er een rapport. U krijgt het concept, zeg maar het klad of de voorlopige tekst, en u mag er commentaar op geven. Steek daar maar geen tijd in: de Raad voor de Kinderbescherming verandert niets. De raad hangt alleen uw commentaar met een nietje achteraan het rapport. (Als u in het rapport leest dat u iets gezegd hebt wat u in werkelijkheid niet hebt gezegd, kunt u de opname van het gesprek gebruiken.
U moet het dan wel helemaal uittikken. De rechter gaat namelijk niet een opname beluisteren, maar een uitgetikt stuk kunt u indienen met erop vermeld dat u de opname hebt.)

Gaat u dus maar niet tegen de raad in. Anders loopt u namelijk ook nog kans dat de raad u of een gezinslid laat onderzoeken door een externe deskundige. Die deskundige krijgt voor het onderzoek begint informatie van de raad. Zijn rapport gaat samen met het raadsrapport naar de rechter.
Dat maakt de kans kleiner dat de rechter het straks met u eens is en niet met de raad.
Spaar uw energie maar voor de KINDERRECHTER.

De Kinderrechter
Als de Raad voor de Kinderbescherming vindt dat u gedwongen moet worden hulp te accepteren, vraagt de raad de kinderrechter om een ONDERTOEZICHTSTELLING (OTS).

De zitting bij de kinderrechter
Het heeft bijna geen zin om zonder ADVOCAAT naar de kinderrechter te gaan. Het mag wel, maar de kans dat de rechter echt naar u luistert is dan klein.
Het is toch al moeilijk om het als ouder bij de rechter te winnen van de Raad.
Dat komt doordat
> een enkele kinderrechter van te voren overlegt met de raad ook al mag dat absoluut niet,
   en doordat
> veel kinderrechters (gelukkig niet alle!) een blind vertrouwen hebben in de raad.
   Die rechters moeten het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming toetsen,
   maar ze doen dat niet. Ze vinden het niet nodig om te weten wat er in dat rapport staat.
   Ze zien alleen dat de raad vindt dat uw kind moet worden beschermd tegen u of tegen uw
   beslissingen.
   En ze vertrouwen de Raad voor de Kinderbescherming, dus ze zetten hun handtekening.

Maar u kunt heus wel een kinderrechter treffen die doet wat hij moet doen: rechtspreken.
Die bestudeert dus wel het rapport en ziet dan wat daar misschien niet in klopt. Hij luistert naar uw bezwaren tegen het rapport en naar uw bezwaren tegen de gedwongen hulp.
Uw bezwaar tegen de gedwongen hulp kan zijn dat het probleem minder erg is, of helemaal niet (meer) bestaat.
Uw bezwaar tegen de gedwongen hulp kan ook zijn dat het probleem er wel is, maar dat u zelf voor hulp zorgt en dus niet gedwongen hoeft te worden. U moet niet denken dat het dan niet uitmaakt of het gedwongen hulp is of niet. U wou die hulp immers wel? Ja, maar als er eenmaal een ondertoezichtstelling (OTS) is, gaat de gezinsvoogd (zie verderop) zich waarschijnlijk bemoeien met meer zaken dan dit ene probleem.
De helft van de kinderen met een OTS gaat naar een pleeggezin of naar een tehuis. Dat kan meteen, of later.

Het is nooit nuttig om te zeggen dat het probleem er wel is, maar dat het uw schuld niet is.
Het gaat er namelijk niet om of het uw schuld is. Het gaat er alleen maar om of het probleem bestaat.

Uw advocaat
Een goede advocaat voor kinderbescherming is lastig te vinden.
Kijkt u op www.alleadvocaten.nl . Hier staan alle advocaten, ook op woonplaats, met hun specialisatie. Als u een advocaat hebt gevonden die voor u bereikbaar is en die familierecht of jeugdrecht achter zijn naam heeft staan, bent u nog niet klaar.
Bel de advocaat op die u voorlopig hebt uitgezocht, en vraag of hij werkt voor een zogenaamde toevoeging. Met een toevoeging betaalt u een stuk minder.
De advocaat kan voor u nakijken wanneer u teveel verdient voor een toevoeging. Ook een rechtswinkel kan dat voor u nakijken. Als u minder verdient hebt u er misschien wel recht op. Misschien, want als u een eigen huis hebt zit u er waarschijnlijk naast.

Vraag een kennismakingsgesprek. Veel advocaten rekenen weinig of zelfs niets voor zo’n gesprek. U legt de kwestie zo goed mogelijk uit en u zorgt ervoor dat u alle papieren bij u hebt. Nu kan de advocaat u inschatten, hij kan de zaak inschatten, en u kunt de advocaat inschatten.
Krijgt u de indruk dat hij u niet gelooft? Gelooft hij niet dat er kletskoek is gerapporteerd bij het AMK, dat onderzoeken geen onderzoek waren maar alleen maar elkaar napraten?
Misschien weet hij te weinig van de praktijk. Dat wordt dan geen prettige samenwerking.
Zeg maar dat u waarschijnlijk een andere advocaat zult vragen. En dan belt u de volgende!

Let op: het heeft geen enkele zin een beroemde advocaat in te schakelen! Financieel komt u daar niet meer overheen, en de praktijk van het jeugdrecht is zo speciaal dat een uitstekende strafpleiter in deze zaken dommer dan de poes kan lijken.

Ondertoezichtstelling
Stel, de kinderrechter vindt het verhaal van de Raad voor de Kinderbescherming beter dan het verhaal vanu en uw advocaat. Dan spreekt hij een OnderToezicht-Stelling uit.
OTS betekent dat uw kind Onder Toezicht Staat van een Bureau Jeugdzorg. Soms besteedt Bureau Jeugdzorg het werk uit aan een landelijke instelling. Als de rechter meteen op de zitting zegt dat hij een OTS gaat uitspreken, vraag dan om een provinciaal Bureau Jeugdzorg liever dan een landelijke instelling. Landelijke instellingen zijn Leger des Heils (AJL en UJL), SGJ (christelijke jeugdzorg), William Schrikker Groep en Joods Maatschappelijk Werk. Over de provinciale Bureaus Jeugdzorg hoort men betere berichten dan over landelijke instellingen. Als de rechter u toch een landelijke instelling geeft, is het zelfs de moeite waard alleen daartegen in hoger beroep te gaan en een Bureau Jeugdzorg daarvoor in de plaats te vragen.

Hoger beroep
Als de kinderrechter een OTS heeft uitgesproken, kunt u in hoger beroep gaan. Dat betekent dat een andere rechter ook nog eens naar de kwestie kijkt. Een advocaat is verplicht voor een hoger beroep. Als uw advocaat liever niet in hoger beroep wil, of zegt: dat is niet gebruikelijk, moet u heel vlug een andere zoeken.

Gezinsvoogd
U krijgt te maken met een maatschappelijk werker die in dienst is van Bureau Jeugdzorg (zeggen we verder voor het gemak). Dit is de GEZINSVOOGD.
U moet doen wat de gezinsvoogd zegt als het over verzorging en opvoeding gaat.
Het betekent dus in feite dat uw opvoeding en verzorging Onder Toezicht Staan.

Maar u hebt nog steeds het ouderlijk gezag. Dat betekent dat u doet en beslist wat u altijd deed. Dus naar de ouderavond op school, uw kind op voetballen doen of hem eraf halen, hem naar de tandarts sturen, verhuizen. U hebt nergens toestemming voor nodig.
Wilt u bijvoorbeeld uw kind voor een jaar bij zijn grootmoeder in Egypte laten wonen? Zeg het niet tegen de gezinsvoogd maar doe het gewoon. Als uw kind bij zijn oma aangekomen is, vertelt u het pas. Anders wordt het waarschijnlijk krachtig tegengewerkt.

Als de gezinsvoogd u een SCHRIFTELIJKE AANWIJZING geeft, dus u in een brief vertelt dat u iets moet doen of laten, wordt het ernstig. Als u het een paar keer niet doet, kunt u uw ouderlijk gezag kwijtraken.

Uithuisplaatsing
Als de gezinsvoogd het nodig vindt, vraagt Bureau Jeugdzorg aan de kinderrechter om een uithuisplaatsing. Dat kan in een pleeggezin zijn of in een tehuis.
De helft van de kinderen met een OTS wordt bij hun ouders weggehaald. Vertel over de uithuisplaatsing aan de school, en leg meteen uit dat u nog gewoon het ouderlijk gezag hebt.
U bent dus degene die toestemming geeft voor de schoolarts, u bent degene die zijn rapport moet krijgen. Scholen weten vaak niet hoe het zit. Laat dit boekje zien!

Soms haalt een Bureau Jeugdzorg een kind weg zonder de toestemming van de kinderrechter. Daar hoeft u absoluut niet aan mee te werken. Wat u ook te horen krijgt, dat bent u niet verplicht.
Laat hem nu maar even logeren bij uw vriendin. Als Bureau Jeugdzorg toch nog de kinderrechter gaat
inschakelen, zegt u op de zitting dat hij niet thuis is.
Hij logeert of hij is van schrik weggelopen als hij daar oud genoeg voor is. En u wilt misschien wel hulp, maar hij komt niet tevoorschijn zolang het niet zeker is dat hij thuis kan blijven.
Net als bij de OTS is er voor de uithuisplaatsing ook een zitting bij de kinderrechter. Daar kunt u aan de rechter vertellen waarom het niet nodig is om uw kind bij u weg te halen. Als de rechter uw kind toch uit huis plaatst, gaat u misschien in hoger beroep. Dat betekent dus dat een andere rechter ook nog eens naar de zaak kijkt. Maar: voordat die rechter dat heeft gedaan, wordt uw kind wel uit huis geplaatst. Als u in hoger beroep wint, komt hij weer terug. Als uw advocaat niet in hoger beroep wil: zoek een andere advocaat.
Als uw kind eet of slaapt bij een hulpverlenende organisatie, dus ook bij uithuisplaatsing, krijgt u van het LBIO (zie blz 71) te horen welk bedrag u hiervoor moet betalen. Wat er ook gezegd of geschreven wordt door de hulpverlener, zelfs in officiële folders, meer dan het LBIO zegt hoeft u niet te betalen. U betaalt alleen meer als u dat zelf wilt. Wie u tot meer betalen wil dwingen, gaat maar naar de rechter.
U kunt heel vaak de kinderbijslag houden. De Sociale Verzekeringsbank weet daar alles van.

Contact met uw uithuisgeplaatste kind
Als u uw kind niet zo vaak ziet als u zou willen, moet u eerst in een briefje aan de gezinsvoogd vragen of u hem vaker mag zien. Of misschien mag u hem wel vaak zien, maar mag hij niet thuis komen, of zit er altijd iemand bij. Voorbeeldbrieven op blz 82 en 84.

U krijgt nu de toestemming, of niet.
Als u niet de toestemming krijgt, moet u eerst een briefje schrijven waarboven u zet: BEZWAAR. U legt uit waarom u het er niet mee eens bent. Voorbeeldbrief op blz. 86.
Nu krijgt u de toestemming, of niet.
Als het nog steeds niet mag, vraagt u het aan de kinderrechter.
Het is heel verstandig hier een advocaat voor in te schakelen. De kinderrechter moet een kopie
krijgen van: uw verzoek aan de gezinsvoogd, de reactie, uw bezwaar tegen dat antwoord, de reactie op uw bezwaar.
U vertelt de kinderrechter dat u meer contact wilt. Of dat u het contact anders wilt, bijvoorbeeld zonder dat er iemand bij zit. Of gewoon thuis.
En dan:
> De kinderrechter is het niet met u eens. Dan kunt u nog in hoger beroep.
   Daarvoor is een advocaat verplicht.
   of
> De kinderrechter is het met u eens en het probleem is opgelost.
   of
> De kinderrechter is het wel met u eens maar Bureau Jeugdzorg doet het niet.
   Dan spant u een kort geding aan en vraagt u een dwangsom. Dit moet echt met een advocaat.



Hoe komt het dat ouders een heel andere kijk op jeugdzorg hebben dan de hulpverleners?

Het onderstaande schema brengt in beeld waar knelpunten zitten.

             Gezin                                                                                 Hulpverlening
Kinderen groeien op bij hun                                   De hulpverlening heeft de deskundigheid
ouders. Deze ouders bieden hun                           om vast te stellen met welk probleem
kinderen alles wat ze nodig hebben                      de jongere/het gezin te kampen heeft
(emotioneel, materieel enz)                IDEAAL      en biedt passende hulp.
om harmonieuze volwassenen te                          Het probleem wordt daardoor (grotendeels)
worden die verantwoordelijkheid                          opgelost en men kan weer zonder
kunnen dragen voor zichzelf en                             hulp verder.
anderen.      


Opvoeden gaat met vallen en                               Wachtlijsten en veel wisseling van
opstaan. Er zijn af en toe problemen:                   hulpverleners. Hulp “van de plank”
ziekte, pech, leerproblemen,                                 i.p.v. hulp op maat. Onvoldoende
emotionele problemen e.d. Door       PRAKTIJK    deskundigheid. Veel dezelfde
de grote inzet van ouders en de                           diagnose: ouders zijn de oorzaak
veerkracht van kinderen, worden                          van het probleem van hun kind.
deze problemen meestal overwonnen.                 Oplossing: ouders aan de kant 
                                                                              zetten.

Ouders worden zo in beslag genomen                  Geen echte hulp; problemen verergeren
door hun eigen vele problemen:                           alleen maar. Machtsvertoon
verslaving, schulden, relatieproblemen                 van hulpverleners. Kind/ jongere
enz. dat ze geen oog            UITZONDERINGEN is in tehuis niet veilig: geweld en
hebben voor hun kind. Het kind is                        seksueel misbruik door medebewoners
niet veilig. Ernstige verwaarlozing.                       en de groepsleiding.



In de gesprekken met hulpverleners blijkt keer op keer dat het beeld dat hulpverleners van ouders hebben bepaald wordt door de slechtste ervaringen n.l. met de ouders uit het onderste vak; de uitzonderingen. Het beeld van de hulp daarentegen wordt bepaald door het bovenste vak:
hoe de hulp bedoeld is (het ideaalbeeld). Daar wordt het beleid op afgestemd. Het ideaalbeeld van de hulp wordt gezet naast gezinnen die een uitzondering zijn op de regel.
Dit leidt tot foute aannames:
> Ouders zijn incompetent en alleen als een kind maar hulp krijgt komt het goed.
> Ouders zijn druk met hun eigen belangen maar de hulpverlening staat voor de belangen van
   het kind.
> Beter slechte hulp dan geen hulp.
> Ouders zijn het probleem en jeugdzorg is de oplossing.
> Ouders moeten sneller aan de kant geschoven kunnen worden, zodat ze de hulp niet belemmeren.

Hulpverleners moeten zich realiseren dat al deze zes vakken bestaan. In de discussie moet eerst vastgesteld worden over welk aspect van het geheel we praten. Praten we over de praktijk of het ideaalbeeld of de uitzonderingen?

Ouders zoeken hulp voor hun kind. Zij verwachten de voorgespiegelde ideale hulp, maar ze krijgen hulp uit het middelste vak en als ze pech hebben zelfs uit het onderste vak. Daardoor zeggen ouders het vertrouwen in de hulpverlening op.
Ook ouders met slechte ervaringen in de zorg moeten zich realiseren dat hun beeld ook bepaald wordt door het onderste vak. Ook dit is niet het hele beeld van de jeugdzorg.


47 Ga niet zitten babbelen

Aan de ene kant is het verstandig met andere mensen te praten over een probleem, aan de andere
kant moet je wel goed uitkijken wat je zegt. Zeker als het om instanties gaat, ook scholen. Hou het bij het probleem van uw kind.

Mensen die het in hun jeugd slecht hebben getroffen met hun ouders, lopen een grotere kans zelf slechte ouders te worden. Als u dus vertelt dat u vroeger bent mishandeld, vertelt u al bijna dat u zelf uw eigen kinderen mishandelt. Daarom is het zo gevaarlijk in te gaan op vragen over uw familie of over uw eigen jeugd.
Doe dat niet! Hou het bij het probleem van uw kind.

Als mensen een probleem overwonnen hebben, zijn ze daar trots op. Ze willen dat graag vertellen. Doe dat niet! Hou het bij het probleem van uw kind.

Als u drugs gebruikt hebt en daarmee al jaren geleden bent gestopt juist omdat u zwanger was, en u bent zo dom om dat te vertellen, wordt u in een rapport misschien een drugsgebruikster.
Eens verslaafd, altijd verslaafd. Dat is wat veel hulpverleners denken.

Als u problemen hebt gehad, bijvoorbeeld in uw relatie,en daarbovenop komt een probleem met uw kind, is het verleidelijk te praten over de relatie.
Doe dat niet! Hou het bij het probleem van uw kind.
Praat over de relatie maar met uw nicht. Uw vriend mepte u door de kamer, maar hij woont nu ergens
anders. Voor een hulpverlener kan dat toch een reden zijn om uw kind bij u weg te halen. Want hij kan toch terugkomen?!

Als u psychiatrische problemen hebt en daarom hulp krijgt van THUISZORG, al is het maar voor het huishouden, moet u zeker regelmatig het thuiszorg-dossier inzien. Als u daarin leest dat de huishoudelijke hulp ineens de deskundige gaat uithangen, moet die hulp maar niet meer binnenkomen. Het is tijd om de thuiszorg-instelling te vertellen dat u een andere hulp wilt, of beter nog om een andere thuiszorg-instelling te nemen. De instelling heeft in ieder geval een klachtencommissie, daarna is er nog de Landelijke Beroepscommissie Klachten. Is de thuiszorg-instelling lid van de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg en in het bezit van het kwaliteitskeurmerk? Meld de kwestie ook bij de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg via de website www.lvt.nl . Het kan de instelling het kwaliteitskeurmerk van de LVT kosten.
Juist als u samen koffie drinkt is het verleidelijk van alles te vertellen. Doe het niet.
Ga niet zitten babbelen.

Geef ook geen toestemming aan een thuiszorg-instelling om uw medisch dossier in te zien of te overleggen met artsen. NIET doen. Willen ze dan niet komen? Blijf dan maar weg.
Het is heel raar dat er thuiszorg-instellingen zijn die dit soms als eis stellen, ook als ze alleen maar de ramen hoeven te lappen bij wijze van spreken. Wie zijn neus in zaken wil steken waarvoor zijn hulp niet was gevraagd, is niets goeds van plan. En wie wil oordelen over zaken waarvoor hij niet is opgeleid, maakt waarschijnlijk brokken.

Als u met een instantie over uw kind praat, moet u goed op uw woorden passen.
‘Ik kan hem wel de nek omdraaien’ is misschien gewoon uw manier van praten. Maar u kunt wel verzinnen wat daar van kan komen.
Kijk ook heel goed uit als u iets over u zelf zegt. ‘Ik dacht toen, het hoeft voor mij niet meer.’ Misschien bedoelt u dat u toen de toekomst somber inzag. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat een kind werd weggehaald omdat de hulpverlening dacht dat die ouder een eind aan zijn leven wou maken.

Praat met instanties alleen over de problemen waar die instanties voor zijn. Ook met school en thuiszorg. Overdrijf niet (om sneller hulp te krijgen), vertel niet over het verleden, maak geen grappen: het kan alleen maar misverstanden geven. Vertel zo duidelijk en zo zakelijk mogelijk wat u te vertellen hebt. Uw hart uitstorten doet u maar in het café op de hoek.
Ga niet zitten babbelen!



51 Weglopers

Het komt nogal eens voor dat kinderen van een jaar of 14, 15 weglopen. Vooral meisjes doen dat makkelijk. Natuurlijk kan er een goede reden zijn. Sommige kinderen worden mishandeld. Maar kinderen vinden ook wel dat zij mishandeld worden terwijl dat niet zo is. Zij mogen van hun ouders niet in de nacht thuiskomen, zij mogen geen drugs of drank gebruiken, zij mogen niet met een bepaalde persoon omgaan, zij accepteren niet dat hun moeder een andere man in huis haalt: weglopen! En voor veel instanties staat het als een paal boven water: zo’n kind heeft een goede reden.
Als zo’n instantie dan contact opneemt met de Raad voor de Kinderbescherming, vraagt die bijna ALTIJD een uithuisplaatsing aan de kinderrechter. Werk dus maar niet mee aan het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming: dat heeft bijna nooit nut.

Ons advies is om met geen enkele instantie in zee te gaan. Probeer alleen contact met uw kind te krijgen en te houden. Als u niet weet waar uw kind zit, kunt u haar misschien bij school treffen.
Soms doet een kind alles wat u altijd verboden hebt.
Slechte vriendjes, lellebellenkleding en dikke make-up.
Schaam u niet: u loopt er niet mee! Realiseer u dat uw kind u nog steeds nodig heeft maar nu even afstand wil. Blijf vriendelijk en uitnodigend, maar dring niets op.
Laat haar weten dat ze terug kan komen. Laat haar weten dat ze ook alleen voor een kopje thee even terug kan komen.
U gaat heus niet proberen iemand tegen te houden die weer weg wil.
Maar: ga niet in op verzoeken via een ander. Wie iets nodig heeft moet daar zelf om vragen en het zelf komen halen. Zo ziet en hoort u uw kind weer even en volgt u hoe het gaat.
Praat ook niet negatief over uw kind tegenover anderen.
Maar verspil geen energie aan praten met instanties om uw kind weer thuis te krijgen. U krijgt er alleen een maagkwaal van.
Bovendien zal uw kind uw onenigheid met een instantie voelen als een ruzie met haar.
Begin dus helemaal niet aan instanties. En onderteken nooit iets! De Raad voor de Kinderbescherming zal waarschijnlijk toch een rapport over uw gezin maken.
Stuur uw reactie op het rapport op tijd naar de rechtbank.
Praat alleen met de kinderrechter. Op de zitting dus.

Er is een grote kans dat uw kind na een poosje haar verstand, haar gevoel, terug krijgt.
En maar hopen dat er ondertussen niet al te veel rottigheid gebeurd is.

Soms wordt er tegen weglopers en tegen hun ouders gezegd dat een kind van 16 zelf mag beslissen waar hij wil wonen. Dat is onzin. Bureau Jeugdzorg wil uw kind ergens laten wonen, maar vraagt geen uithuisplaatsing aan de kinderrechter.
De rechter kàn het dus niet goed vinden. U vindt het ook niet goed.
Als iemand uw kind dan toch onderdak geeft, is dat een strafbaar feit.
De Minister voor Jeugd en Gezin heeft in 2007 aan de Bureaus Jeugdzorg geschreven dat zij een uithuisplaatsing van kinderen van 16 en 17 wel zelf konden regelen, dus zonder de Raad voor de Kinderbescherming en zonder de rechter. Daar wilde hij de wet voor veranderen. Na protest van stichting Kinderen-Ouders- Grootouders heeft hij in februari 2008 aan de Bureaus Jeugdzorg geschreven dat voor uithuisplaatsing toch echt altijd toestemming van de kinderrechter nodig is.
Laat u dus niets wijsmaken!
Let op: U stuurt een aangetekende brief naar het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). U schrijft dat u het niet goed vindt dat jeugdzorg zich met uw kind bemoeit en dat u niet gaat betalen. Schrijf erboven of aan het eind:
“Dit is niet het begin van een bezwaarprocedure maar een mededeling op grond van artikel 71 van de Wet op de Jeugdzorg.” Voorbeeldbrief op blz. 88.
U krijgt dan een brief van het LBIO dat u niet hoeft te betalen. Het LBIO licht Bureau Jeugdzorg in. Misschien krijgt u nu een brief van Bureau Jeugdzorg waarin u wordt uitgenodigd voor een hoorzitting in verband met uw bezwaar. Het is verstandig om niet te gaan. Stuur alleen een kopie van uw brief aan het LBIO naar Bureau Jeugdzorg. Geef maar een mooi kleurtje aan de zin “Dit is niet het begin van een bezwaarprocedure maar een mededeling op grond van artikel 71 van de Wet op de Jeugdzorg”.
Als Bureau jeugdzorg wil dat u betaalt voor de “uithuisplaatsing” van uw kind moet Bureau jeugdzorg maar zorgen dat de kinderrechter toestemming geeft.

Waarschijnlijk helpt het als u een instantie die uw kind onderdak wil geven, dit boek laat zien.
Op www.stichtingkog.info en achterin dit boek staan de brieven van het ministerie voor Jeugd en Gezin aan stichting Kinderen-Ouders-Grootouders van 14 december 2007 en aan de Bureaus Jeugdzorg
van 7 februari 2008. Wijst u op de allerlaatste zin van de brief van 14 december:
“...kan een uithuisplaatsing die tegen de wil van de ouders is, nooit zonder tussenkomst van de rechter worden gerealiseerd.”


55 Praktische zaken

Wat kost het allemaal?
Zolang uw kind niet eet of slaapt bij een instantie of een pleeggezin kost het allemaal niets als de hulp via Bureau Jeugdzorg gaat. Als er ergens anders gegeten of geslapen wordt, ontvangt u van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) maandelijks een acceptgiro. Wat u moet betalen heeft niets te maken met uw inkomen, het hangt alleen af van de leeftijd van het kind en van ergens eten of slapen. U bent verplicht het LBIO te betalen, ook als het gedwongen hulp is.
Het heeft geen zin te proberen hier onderuit te komen.
Er zijn organisaties die zelfs in hun folders zetten dat u nog meer moet betalen.
Dat is niet waar. Gewoon niet doen dus als u het niet wilt.

Als u een bepaald bedrag of meer per kwartaal uitgeeft voor uw uit huis geplaatste kind, houdt u recht op kinderbijslag. De Sociale Verzekeringsbank, die de kinderbijslag uitkeert, kan u vertellen hoe groot dat bedrag moet zijn.
Bewaar de bonnetjes, en echt alle bonnetjes, van de kosten die u maakt! Dus van de LBIO-bijdrage, van kosten om naar uw kind toe te gaan, van cadeautjes, de sportclub, een verzekering, wat u ook maar uitgeeft voor uw kind. Het kan bij elkaar de kinderbijslag opleveren.

Als uw kind recht heeft op studiefinanciering, blijft dat recht bestaan als hij uit huis is geplaatst.


Ouderlijk gezag

Wat betekent ouderlijk gezag? Een ouder met ouderlijk gezag bepaalt wat er met een kind gebeurt. Bijvoorbeeld of hij een medische behandeling krijgt (tot een zekere leeftijd).

Wie hebben ‘ouderlijk gezag’?
Een meerderjarige moeder heeft vanzelf het ouderlijk gezag over haar kind.
Een vader heeft vanzelf het ouderlijk gezag als hij op het moment van de geboorte getrouwd was met de moeder, ook als hij daarna van haar gescheiden is, en ook als hij op het moment van de geboorte een geregistreerd partnerschap had met de moeder.
En verder heeft hij, maar dan niet vanzelf, het ouderlijk gezag over zijn kind als hij zijn kind heeft erkend en bovendien is ingeschreven in het gezagsregister.
Let op: alleen erkenning geeft nog geen ouderlijk gezag. “Het kind heeft zijn naam” betekent dus nog
niet dat de vader ook ouderlijk gezag heeft.

Vaders en moeders hebben ook het ouderlijk gezag over hun geadopteerde kind.
Verder hebben gezag over minderjarigen (dus over kinderen onder de 18) die mensen aan wie de rechter dit gezag heeft toegekend. Dit gezag heet voogdij.

Ouders zonder ouderlijk gezag
Ouders zonder ouderlijk gezag zijn vaders die op het moment van de geboorte niet getrouwd waren met de moeder en ook niet een geregistreerd partnerschap hadden met de moeder en die niet staan ingeschreven in het gezagsregister.
In een enkel geval heeft een vader of moeder na een scheiding geen ouderlijk gezag meer, namelijk als de rechter dat zo heeft bepaald.

Verder zijn er nog ouders die het ouderlijk gezag zijn kwijtgeraakt. Zij zijn door de rechter ontheven van het gezag of ontzet uit het gezag.
Dat kan betekenen dat zij zich slecht hebben gedragen tegenover hun kind, maar dat hoeft helemaal niet. Ouders van uit huis geplaatste kinderen raken nogal eens het ouderlijk gezag kwijt, omdat zij willen dat hun kind terugkomt naar huis en daar steeds weer om vragen.


Rechten en plichten van een ouder

U hebt de plicht en het recht uw kind te verzorgen en op te voeden. Wat dat is, weet iedereen.
Dat niet alle ouders het doen, is een ander verhaal. Dat niet alle ouders het goed doen, is ook bekend. Mensen denken verschillend over goede verzorging en goede opvoeding.
Als ouders twijfelen aan hun opvoeding, of aan de opvoeding van één kind in hun gezin, gaan zij soms naar een Bureau Jeugdzorg. Of zij worden erheen gestuurd. Dat kan er op uitdraaien dat zij niet langer het recht hebben hun kind te verzorgen en op te voeden, omdat het kind uit huis geplaatst wordt.
Altijd, ook als het kind uit huis is geplaatst, hebben ALLE ouders (ook ALLE ouders zonder ouderlijk gezag!!) RECHT OP INFORMATIE OVER HUN KIND van iedereen die in zijn beroep omgaat met het kind. Dus bijvoorbeeld informatie van de school, van de gezinsvoogd, van de pleegzorgwerker (maar niet van de pleegouder, want dat is geen betaald beroep).

Als uw kind alleen onder toezicht is gesteld (dus wel een kinderbeschermingsmaatregel heeft maar nog thuis woont) hebt u nog steeds het RECHT uw kind te verzorgen en op te voeden, maar hebt u ook de PLICHT te doen wat de gezinsvoogd zegt over verzorging en opvoeding.
Wat er volgens de gezinsvoogd moet gebeuren staat in een HULPVERLENINGSPLAN. Natuurlijk kunt u er over praten met de gezinsvoogd als hij vindt dat iets moet worden gedaan en u vindt dat niet.
Als hij u tenslotte een briefje schrijft dat het echt moet, kunt u daar nog schriftelijk bezwaar tegen maken. En als hij volhoudt kunt u ook nog in beroep gaan bij de kinderrechter.
Vraag u wel af of de gezinsvoogd niet gewoon gelijk heeft. Als hij de moeite neemt een schriftelijke aanwijzing te geven, is het voor u de moeite waard er heel goed over na te denken. Bespreek een SCHRIFTELIJKE AANWIJZING waar u het niet mee eens bent ook met andere mensen, bijvoorbeeld van de school.

U hebt als ouder ook altijd het recht een KLACHT in te dienen. Klachten kunnen nuttig zijn.
In ieder geval geeft het een goed gevoel als een klacht gegrond wordt verklaard, dus als u gelijk krijgt. Maar verwacht er niet altijd resultaat van. Het kan soms gebeuren dat een klacht gegrond is verklaard, en dat alles waarover u had geklaagd toch gewoon vrolijk doorgaat.
Als een klacht niet gegrond wordt verklaard hoeft dat trouwens niet te betekenen dat de klachtencommissie uw klacht onzin vond. Het kan ook betekenen dat de commissie er niet uit kwam. Dat de commissie niet duidelijk kon zien dat u gelijk had.

Stuurt u altijd een kopie van uw klacht en van de uitspraak van de klachtencommissie aan de Inspectie Jeugdzorg en aan Gedeputeerde Staten van uw provincie. Zij doen er niet meteen iets mee, maar alleen door klachten kunnen zij te weten komen wat er allemaal verbeterd moet worden.

Als u in een dossier van uw kind dingen ziet die u er niet in wilt hebben, kunt u vragen die eruit te halen. Het is het beste zoiets schriftelijk te vragen. U moet natuurlijk uitleggen waarom u vindt dat ze er niet in horen. Als u een briefje krijgt dat ze blijven staan, of als u helemaal geen antwoord krijgt, kunt u schrijven aan het College Bescherming Persoonsgegevens. Doe er een kopie bij van uw verzoek en van het antwoord.
De volgende antwoorden zijn mogelijk:
> het College legt u in een brief uit waarom u ongelijk hebt; of
> het College geeft u gelijk en neemt dan ook contact op met de instantie.
Het College Bescherming Persoonsgegevens kan een dwangsom opleggen om er voor te zorgen dat het dossier wordt zoals het hoort te zijn.
U kunt het College Bescherming Persoonsgegevens ook om hulp vragen als u het dossier niet mag inkijken, of als u geen inzage krijgt in het hele dossier.
Voorbeeldbrief op blz. 89.


61 Woordenlijst

Aanwijzing of schriftelijke aanwijzing

Bij de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling kan een aanwijzing worden gegeven door de gezinsvoogd aan een ouder met ouderlijk gezag en aan een kind van minstens 12 jaar.
Als een gezinsvoogd een opdracht heeft gegeven die ouders niet uitvoeren, kan hij een schriftelijke aanwijzing geven. Een aanwijzing moet absoluut opgevolgd worden. Soms wil een gezinsvoogd met een aanwijzing een omgangsregeling veranderen die de rechter had bepaald. Dat mag niet. De verblijfplaats van het kind veranderen met een aanwijzing mag ook niet. Als u een aanwijzing beslist niet wilt opvolgen, schrijf dan een BEZWAARSCHRIFT aan Bureau Jeugdzorg.
Misschien krijgt u gelijk.
Als Bureau Jeugdzorg vindt dat de gezinsvoogd gelijk heeft, kunt u een BEROEPSCHRIFT aan de kinderrechter sturen. Hij kan de aanwijzing vervallen verklaren. Hij zegt dan dus dat het niet hoeft.
Maar als iedereen blijft vinden dat u geen gelijk hebt moet u het gewoon doen. Anders kan het gezag over uw kind naar Bureau Jeugdzorg gaan.

AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling)
is de afdeling van Bureau Jeugdzorg waar iedereen mee kan bellen als hij denkt dat een kind misschien wordt verwaarloosd of mishandeld.
Het AMK, Bureau Jeugdzorg dus, schakelt de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING in als het AMK denkt dat een kind tegen zijn ouders beschermd moet worden.

Beroep
Als u het niet eens wordt met Bureau Jeugdzorg kunt u een probleem voorleggen aan de kinderrechter. De brief waarmee u dat doet heet BEROEPSCHRIFT.
Dat kan alleen als u eerst een bezwaarschrift hebt ingediend bij Bureau Jeugdzorg zelf.

Bezwaarschrift
Brief aan Bureau Jeugdzorg
> om bezwaar te maken tegen een beslissing (bijvoorbeeld de beslissing om een kind dat in een
   pleeggezin woont naar een ander pleeggezin te sturen;
   of de beslissing om geen indicatie te geven;
   of om een andere indicatie te geven dan de ouders willen).
> om bezwaar te maken tegen een aanwijzing.
   Een aanwijzing is een opdracht die absoluut uitgevoerd moet worden (bijvoorbeeld een verbod om
   het uit huis geplaatste kind vaker dan eens per week te bellen.)
> om bezwaar te maken tegen het hulpverleningsplan bij een OTS
   of tegen een deel van het hulpverleningsplan.
   Een hulpverleningsplan bij een OTS is in feite één en al aanwijzing.

Om in BEROEP te kunnen gaan bij de kinderrechter moet er eerst een bezwaarprocedure geweest zijn. Als er niet eerst een bezwaarschrift is ingediend bij Bureau Jeugdzorg, begint de kinderrechter er niet aan. Het beroepschrift is dan “niet ontvankelijk”.

Bureau Jeugdzorg
geeft de indicatie voor toegang tot “zwaardere” jeugdzorg.
Dit heet geïndiceerde zorg. Deze geïndiceerde zorg wordt door andere organisaties gegeven.

Bureau Jeugdzorg schakelt de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING in als men denkt dat een kind tegen zijn ouders beschermd moet worden. Als de raad het daarmee eens is, verzoekt de raad de kinderrechter om een ondertoezichtstelling, soms met uithuisplaatsing.
Na de tussenschakel KINDERRECHTER komt de klant dan weer terug bij Bureau Jeugdzorg.
Want Bureau Jeugdzorg voert ook de JEUGDBESCHERMING uit.
Bureau Jeugdzorg is namelijk de werkgever van de GEZINSVOOGDEN. Die moeten ervoor zorgen dat het kind de opvoeding, verzorging en hulp krijgt die Bureau Jeugdzorg nodig vindt.
Bureau Jeugdzorg heeft een afdeling AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling).
Het AMK is dus Bureau Jeugdzorg.
Bureau Jeugdzorg is verantwoordelijk voor de KINDERTELEFOON.
Wie belt met de Kindertelefoon belt dus met Bureau Jeugdzorg.
Bureau Jeugdzorg heeft nog een paar andere taken.

Cliënten
De klanten van Bureau Jeugdzorg of van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat zijn kinderen tot 18 jaar, ouders, stiefouders, soms pleegouders. Het maakt niet uit of het vrijwillige klanten zijn of gedwongen klanten.

Cliëntvertrouwenspersoon
Alle cliënten van de bureaus jeugdzorg en andere instellingen kunnen vragen om een cliëntvertrouwenspersoon. De cliëntvertrouwenspersoon kan niet uit zichzelf iets doen. Hij ondersteunt cliënten als zij daarom vragen. Hij geeft informatie.
Bij een klacht regelt hij een gesprek tussen een cliënt en een medewerker van bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg.
Let op: dit gesprek is niet verplicht (maar meestal wel verstandig.) U kunt ook meteen een klacht indienen. De cliëntvertrouwenspersoon helpt ook bij een klachtprocedure.

College Bescherming Persoonsgegevens
Prins Clauslaan 20
2595 AJ Den Haag
www.cbpweb.nl
Het CBP let erop of er wel gebeurt wat in de Wet Bescherming Persoonsgegevens staat.
Als u denkt dat een instantie niet goed omgaat met de gegevens in het dossier of u geen inzage geeft, en de instantie blijft weigeren, kunt u een klacht indienen
bij het CBP.
Het CBP onderzoekt de zaak en kan een instantie ook dwingen om te doen wat de wet zegt.

Contactjournaal
Onderdeel van het DOSSIER, namelijk een lijst van alle gesprekken en telefoontjes en brieven die er zijn geweest over en met uw kind.
Het contactjournaal geeft vaak geduvel. Men wil het niet laten inzien, niet afgeven, het maar heel gedeeltelijk laten zien. Daar kan bijvoorbeeld achter zitten dat er persoonlijke aantekeningen in geslopen zijn, zoals een 06-nummer van iemand. Aarzel niet om het College Bescherming Persoonsgegevens te hulp te roepen.

Dossier
Alles wat er over uw kind bij een instantie op papier staat of in de computer zit. Waar de boel bewaard wordt doet er niet toe. Ook brieven die bij de administratie worden bewaard horen bij het dossier. Vraag altijd voor de zekerheid of het dossier compleet is.

Externe deskundige
De Raad voor de Kinderbescherming schakelt soms een psycholoog of pedagoog of psychiater in om een kind of een gezinslid te onderzoeken. Zijn rapport kan reden zijn voor de raad om de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel te vragen. Ook kan het rapport van de externe deskundige reden zijn om dat toch maar niet te doen.

Geïndiceerde jeugdzorg
“Zwaardere” jeugdzorg. Voor deze zorg is een verwijsbrief nodig van Bureau Jeugdzorg. Bijvoorbeeld psychologische hulp die tot 2005 gegeven werd op indicatie van de huisarts, gaat nu op indicatie van Bureau Jeugdzorg. De huisarts kan nog wel rechtstreeks verwijzen als hij de klachten zeer ernstig vindt. Dan wordt de hulp betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Gezag
Wie ouderlijk gezag over een kind heeft, bepaalt wat er met dat kind mag gebeuren.
Mag hij op voetbal, gaat hij naar een bepaalde school.
Ook als er een OTS is.
Iemand anders dan een ouder die het gezag heeft over een kind,
is VOOGD en dat gezag heet VOOGDIJ.

Gezinsvoogd
Werknemer van een Bureau Jeugdzorg. Hij geeft ouders advies over verzorging en opvoeding van hun kind als dat kind een OnderToezichtStelling (OTS) heeft. Ouders en ook het kind als hij minstens 12 jaar is, moeten doen wat hij zegt. Hij maakt een HULPVERLENINGSPLAN waarin iedereen kan zien wat er moet gebeuren om de OTS te laten ophouden.
Alle punten in het hulpverleningsplan zijn in feite AANWIJZINGEN.
Als een ouder meer dan eens een aanwijzing niet opvolgt, kan hij zijn ouderlijk gezag kwijtraken.
Bureau Jeugdzorg schakelt daarvoor de kinderrechter in. Als die het ermee eens is, verliezen de ouders hun ouderlijk gezag over het kind.
Bureau Jeugdzorg krijgt dan een extra taak, Bureau Jeugdzorg krijgt dan namelijk zelf het gezag. Dit gezag heet voogdij.

Hoger beroep
Als u het niet eens bent met een uitspraak van de rechter, kunt u de kwestie voorleggen aan een andere rechter. Dat heet: u gaat in hoger beroep. Dat kan alleen met een advocaat.
Gaat u vooral altijd in hoger beroep tegen een Onder-ToezichtStelling (OTS), want de helft van de kinderen met een OTS wordt bij hun ouders weggehaald. Meteen of later. Advocaten willen het vaak niet doen, soms met de reden ‘dat is niet gebruikelijk’. Zoek dan een andere advocaat.
Als onder de beslissing van de rechter staat “uitvoerbaar bij voorraad”, wordt die beslissing toch uitgevoerd, ook al gaat u in hoger beroep. Maar als u in hoger beroep gelijk krijgt, wordt de beslissing teruggedraaid. De kinderrechter heeft bijvoorbeeld beslist dat uw kind naar een pleeggezin gaat. U gaat in hoger beroep. Hij wordt wel weggehaald, maar als u in hoger beroep gelijk krijgt, komt hij weer thuis.

Hoorzitting
Als u een bezwaarschrift hebt ingediend bij Bureau Jeugdzorg, wordt u uitgenodigd voor een gesprek om het bezwaar te bespreken. Dit gesprek heet hoorzitting. Na het gesprek krijgt u een brief met de beslissing. Bureau Jeugdzorg blijft bij zijn mening, of u krijgt gelijk. Als u het niet eens wordt, kunt u in beroep gaan bij de rechter. Het adres waar u uw beroepschrift moet indienen staat onderaan de beslissing.

Hulpverleningsplan
> Plan waar in staat wat er gaat gebeuren bij geïndiceerde jeugdzorg.
> Plan waar in staat wat er gaat gebeuren bij een OTS.
   Bureau Jeugdzorg maakt dit plan binnen 6 weken.
   Als het goed is, staat daarin precies wat er moet gebeuren om de OTS te laten ophouden.
   Als er niet op tijd een hulpverleningsplan is, vindt Bureau Jeugdzorg het blijkbaar niet zo erg nodig.
   Een mooi argument om de kinderrechter te vragen de OTS weer op te heffen.

Indicatiebesluit
Besluit van Bureau Jeugdzorg. Als het ware een toegangskaartje voor “zwaardere” jeugdzorg, voor de
geïndiceerde jeugdzorg dus.
Als u het niet eens bent met het besluit kunt u een BEZWAARSCHRIFT indienen bij Bureau Jeugdzorg.
Wordt u het niet eens, dan kunt u in BEROEP gaan bij de kinderrechter.

Jeugdbescherming
Door de rechter opgelegde jeugdzorg, de KINDERBESCHERMINGSMAATREGELEN:
> ondertoezichtstelling (ouders moeten doen wat een gezinsvoogd zegt over opvoeding
   en verzorging)
> uithuisplaatsing (kind gaat ergens anders wonen)
> ontzetting en ontheffing van het ouderlijk gezag (ouders hebben niets meer over hun kind
   te zeggen, Bureau Jeugdzorg heeft nu het gezag).

Ongeveer de helft van de kinderen met een ondertoezichtstelling wordt bij hun ouders weggehaald.
Na een uithuisplaatsing verliezen ouders soms het gezag omdat zij blijven volhouden dat hun kind terug naar huis moet (ontheffing of ontzetting). Bureau Jeugdzorg krijgt dan het gezag.

Jeugdzorg
Hulp en steun bij opvoedingsproblemen. Dit kan vrijwillig zijn of gedwongen.
Gedwongen jeugdzorg is opgelegd door de KINDERRECHTER op verzoek van de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING die op verzoek van BUREAU JEUGDZORG aan het werk was gegaan.

Kinderbeschermingsmaatregelen =jeugdbescherming
Alle maatregelen die de kinderrechter kan nemen om een kind te beschermen tegen het gezin.
De kinderbeschermingsmaatregelen zijn:
> ondertoezichtstelling: ouders moeten doen wat de werknemer van Bureau Jeugdzorg,
   de gezinsvoogd, zegt
> uithuisplaatsing: kind gaat in pleeggezin of inrichting wonen
> ontheffing en ontzetting: ouders verliezen het ouderlijk gezag,
   hebben dus niets meer over hun kind te zeggen. Bureau Jeugdzorg krijgt het gezag.

Kinderrechter

De rechter die een kinderbeschermingsmaatregel kan uitspreken. Vaak zijn ouders teleurgesteld in de kinderrechter omdat ze vinden dat hij alles voor zoete koek slikt wat de Raad voor de Kinderbescherming of Bureau Jeugdzorg schrijft en zegt.
De kinderrechter is ook de rechter bij wie ouders in beroep kunnen gaan tegen een hulpverleningsplan of andere beslissing van de gezinsvoogd.
De kinderrechter is ook de rechter bij wie ouders in beroep kunnen gaan tegen een indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg. Dat kan als ze het niet eens geworden zijn met Bureau Jeugdzorg. Ook kunnen ouders bij de kinderrechter in beroep gaan als zij niet de indicatie krijgen die zij wèl willen.

Kindertelefoon
De kindertelefoon is van Bureau Jeugdzorg.
Wie belt met de kindertelefoon belt met Bureau Jeugdzorg.

Klachten
U kunt in een brief een klacht indienen bij een instantie als u het niet eens bent met een beslissing of een behandeling.
Een klacht wordt gegrond verklaard of ongegrond verklaard.
Gegrond verklaard wil zeggen: de klager heeft gelijk, er is iets misgegaan.
Ongegrond verklaard hoeft NIET te zeggen: de klager heeft ongelijk. Dat kan wel, maar het hoeft niet. Ongegrond kan ook betekenen: het is de klachtencommissie niet echt duidelijk, de commissie komt er niet uit, de commissie kan niet duidelijk zien dat de klager gelijk heeft.
Als uw klacht gegrond is verklaard, zal de instelling waarover u hebt geklaagd laten weten wat er nu gaat gebeuren. Soms gebeurt er niets. Zo’n gegrond verklaarde klacht kunt u wel gebruiken bij de rechter.
Ook met een klacht die gegrond is verklaard door een Medisch Tuchtcollege staat u sterker bij de rechter. Wat de arts of gezondheidszorg-psycholoog of psychiater heeft geschreven is als het ware doorgestreept.
Het is verstandig u te laten bijstaan bij een klacht: door de cliëntvertrouwenspersoon, of door een IKG voor een klacht bij een Medisch Tuchtcollege, of door stichting Kinderen - Ouders - Grootouders (voor donateurs).

Landelijk Bureau InningOnderhoudsbijdragen (LBIO)
Postbus 800
2800 AV Gouda
tel. 018 257 20 20
www.lbio.nl
Het LBIO stelt vast wat u moet betalen voor uw kind, als hij in een instelling eet of slaapt of in een pleeggezin woont. En wat een kind zelf moet betalen als hij een baantje heeft. Een pleeggezin moet een kind met een baantje wel geld laten afdragen, want de pleegvergoeding wordt gekort.
Het bedrag dat de ouders moeten betalen hangt alleen af van de leeftijd van het kind en van het soort hulp.
Met uw inkomen heeft het bedrag niet te maken.
Als u niet betaalt, kan het LBIO de deurwaarder beslag laten leggen op uw bezittingen of op (een deel van) uw salaris. Daar is niet eerst een rechter voor nodig. Uw werkgever heeft ook niets te kiezen. Als hij niet inhoudt op uw salaris, wordt bij hemzelf beslag gelegd.

Ondertoezichtstelling (OTS)
Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming beslist de kinderrechter of er een OTS moet komen. De beslissing is voor hoogstens een jaar, maar kan ieder jaar verlengd worden. Bij een OTS moeten ouders doen wat een gezinsvoogd (Bureau Jeugdzorg) zegt als het over verzorging en opvoeding gaat.
Het is verstandig in Hoger Beroep te gaan tegen een OTS, want als een kind eenmaal onder toezicht staat, kan Bureau Jeugdzorg ook nog een uithuisplaatsing
aan de kinderrechter vragen. De helft van de kinderen met een OTS wordt bij hun ouders weggehaald.

Raad voor de Kinderbescherming

Op verzoek van Bureau Jeugdzorg bekijkt de Raad voor de Kinderbescherming of een kind beschermd moet worden tegen zijn ouders.
Als het antwoord ja is, vraagt de Raad voor de Kinderbescherming aan de kinderrechter om een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing, ontheffing, ontzetting).

Uithuisplaatsing
Een kind gaat ergens anders wonen dan bij zijn ouders.
Dat kan in een pleeggezin zijn of in een kindertehuis.

Verzoekschrift
Brief aan de kinderrechter
> van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad vraagt een kinderbeschermingsmaatregel.
> van Bureau Jeugdzorg. Bjz vraagt uithuisplaatsing of verlenging van
   de OTS of van de uithuisplaatsing.
> van een ouder om opheffing van een kinderbeschermingsmaatregel te vragen.
> van een ouder of ander familielid van een kind om een omgangsregeling te bepalen.

Voogdij
Gezag over een kind van iemand anders dan de ouders.
Bijvoorbeeld van Bureau Jeugdzorg, of een grootouder bij wie het kind woont. Voogdij wordt door de rechter toegekend.


75 Adressen en websites

www.internethulpverlening.nl

De ADHD stichting wil de situatie van mensen met ADHD verbeteren.
www.adhd.nl
Stichting KIND EN GEDRAG
www.adhdenvoeding.nl

Eetstoornissen
www.sabn.nl
www.eetstoornis.info
www.trimbos.nl
www.rivm.nl

Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA).
www.autisme-nva.nl
www.autismeinfocentrum.nl
www.kindmetautisme.nl
www.landelijknetwerkautisme.nl

BALANS, vereniging voor ouders van kinderen met leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen.
Onder andere autisme, ADHD, dyslexie en PDD-NOS.
Helpdesk 0900-2020065.
Bureau Balans, Postbus 93, 3720 AB Bilthoven, tel. 030-2255050.
www.balansdigitaal.nl
www.steunpuntdyslexie.nl

Stichting DYSLEXIE NEDERLAND beantwoordt vragen over de toepassing van wetenschappelijke kennis en inzichten over dyslexie.
www.stichtingdyslexienederland.nl

Vereniging WOORTBLIND voor dyslektici.
www.woortblind.nl

Gesproken uitgaven van kranten, tijdschriften, boeken, vakliteratuur
www.anderslezen.nl

Omschrijvingen van verschillende softwarepakketten voor dyslectische kinderen
www.programmamatrix.nl

Dyslexieprotocollen en toetsen van het Nederlands Expertisecentrum, informatie over het werken ermee, boekentips en links naar websites
www.taalonderwijs.nl/dyslexie

Een lijst met boeken over dyslexie van kleuterjuf Sanne van de Lusthofschool in Voorburg
www.jufsanne.com/boeken/boekendyslexie.htm

DE KNOOP
Vereniging van ouders van kinderen met een hechtingsstoornis / geen-bodem-syndroom
www.deknoop.org

OVAK
vereniging van en voor ouders waar ouders van kinderen met psychiatrische problemen elkaar ondersteunen.
Ovak betekent OnopVallend Anders Kind.
Tel. 010-2025762 op dinsdag, woensdag en vrijdag van 9 tot 12 uur.
www.ovak.nl

Voor ouders van kinderen die wegens ziekte of een leerprobleem niet in het gewone onderwijs terecht
kunnen:
www.kennisnet.nl
www.gewoonanders.nl
www.passendonderwijs.nl

EIGEN KRACHT CONFERENTIE
bijeenkomst rond een kind en een gezin, waarin zij samen met anderen een plan bedenken om een probleem op te lossen.
Die anderen kunnen familieleden zijn, vrienden, buren of andere mensen.
Van te voren kunnen hulpverleners informatie geven over mogelijke ondersteuning.
Hoe deze conferentie en de uitvoering van de plannen worden betaald, verschilt per regio.
www.eigen-kracht.nl

Stichting KINDEREN-OUDERS-GROOTOUDERS
secretariaat Koninginneweg 90, 2012 GR Haarlem
tel. 023 532 12 23 ma, wo, vr van 9.00 tot 10.30 uur
kog@upcmail.nl
kosteloze algemene informatie over jeugdzorg voor iedereen persoonlijke ondersteuning voor donateurs (€ 15 per jaar) o.a. bij klachten
www.stichtingkog.info

Op internet staan nog meer organisaties van ouders die proberen eruit te komen en de kennis die er is bekend te maken.

www.alleadvocaten.nl
geeft adressen van advocaten, ook gerangschikt op woonplaats

In Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel en Flevoland zijn de cliëntvertrouwenspersonen in dienst van het AKJ (Advies- en KlachtenBureau Jeugdzorg). Zij geven ook kosteloze hulp bij het indienen van klachten.
Nijenburg 150
1081 GG Amsterdam
tel. 020 521 99 50
www.akj.nl
Ook in de andere regio’s geven de cliëntvertrouwenspersonen kosteloze klachtondersteuning. Bureau
Jeugdzorg weet het adres.
Let u op met vertrouwenspersonen en vertrouwensartsen?
De naam wil nog niet zeggen dat ze allemaal altijd te vertrouwen zijn, dus niets doorvertellen zonder uw toestemming.
Informeer naar het privacyreglement.
Vraag om alle folders.

Landelijke vereniging PER SALDO
organisatie van en voor mensen met een persoonsgebonden budget.
www.persaldohulpgids.nl
www.pgb.nl

COLLEGE BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS
Prins Clauslaan 20
2595 AJ Den Haag
www.cbpweb.nl

INSPECTIE JEUGDZORG
Sint Jacobsstraat 16
3511 BS Utrecht
www.inspectiejeugdzorg.nl

Hoofdkantoor KINDERRECHTSWINKELS
Staalstraat 19
1011 JK Amsterdam
tel. 020 626 00 67

LANDELIJK BUREAU INNING ONDERHOUDSBIJDRAGEN
Postbus 800
2800 AV Gouda
tel. 018 257 20 20
www.lbio.nl 

MTC Amsterdam (Noord-Holland en Utrecht)
Postbus 84500, 1080 BN Amsterdam,
tel. 020-541 27 76

MTC Den Haag (Zuid-Holland en Zeeland)
Postbus 97831, 2509 GE Den Haag,
tel. 070-350 09 73

MTC Eindhoven (Noord-Brabant en Limburg)
Postbus 840, 5600 AV Eindhoven,
tel. 040-235 95 40

MTC Groningen (Groningen, Friesland, Drente)
Ebbingestraat 91, 9712 HG Groningen,
tel. 050-314 06 40

MTC Zwolle (Overijssel, Flevoland en Utrecht)
Postbus 10067, 8000 GB Zwolle,
tel. 038-428 94 11


81 Voorbeeldbrieven

Brief om dossier op te vragen

(uw eigen naam en adres)

Aan: (de afzender onder de uitnodiging)
Betreft: (naam van uw kind), geboren (datum)
(uw woonplaats, datum)

Geachte Heer/Mevrouw,

Uw brief van (datum van de uitnodiging) heb ik ontvangen. Voor ik besluit of ik kom praten, wil ik
graag kopie ontvangen van het volledige dossier over mijn zoon/dochter (naam).
Wilt u erop letten dat er in ieder geval ook bijzit: het hele contactjournaal, telefoonbriefjes en “professionele werkaantekeningen”.

Met vriendelijke groet,
(handtekening)


Brief om meer contact met uw uit huis geplaatste kind te vragen

(uw eigen naam en adres)

Aan: (de naam van uw gezinsvoogd)
Bureau Jeugdzorg
(adres)
(postcode woonplaats)

Betreft: (naam van uw kind), geboren (datum)
(uw woonplaats, datum)

Geachte heer of mevrouw (naam gezinsvoogd),

Met deze brief vraag ik u officieel om mijn uit huis geplaatste zoon/dochter (naam kind) vaker te
mogen ontmoeten. Wij zien elkaar nu 1x per maand (bijvoorbeeld) en dat is te weinig om normaal met elkaar te kunnen omgaan. Ik ben bang dat Pietje/ Marietje langzamerhand van mij zal vervreemden, en dat is natuurlijk niet goed voor een kind.
Ik vraag dit ook omdat ik nog nooit een argument heb gehoord waarom wij elkaar niet bijvoorbeeld 2x
per maand zouden kunnen ontmoeten.
Ik verzoek u mij binnen enkele weken te antwoorden. In het antwoord verwacht ik toestemming, òf
een weigering met argumenten, òf de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om toestemming te
krijgen.

Met vriendelijke groet,
(handtekening)

In kopie aan de praktijkleider van (naam gezinsvoogd)



Brief om ander contact met uw uit huis geplaatste kind te vragen

(uw eigen naam en adres)

Aan: (de naam van uw gezinsvoogd)
Bureau Jeugdzorg
(adres)
(postcode woonplaats)

Betreft: (naam van uw kind), geboren (datum)
(uw woonplaats, datum)

Geachte heer of mevrouw (naam gezinsvoogd),

Met deze brief vraag ik u officieel om mijn uit huis geplaatste zoon/dochter (naam kind) onder andere
omstandigheden te mogen ontmoeten. Wij zien elkaar nu steeds in aanwezigheid van anderen, en
dat helpt niet om normaal met elkaar te kunnen omgaan.
Ik zou Pietje/Marietje graag eens meenemen naar Mac Donalds of naar opa en oma. Ik zou dus een
normaler contact willen. Ik belast mijn kind niet met verhalen over procedures en instanties. Ik doe hem geen beloften die ik niet waar kan maken. Maar ik ben wel zijn vader/moeder en zou graag af en toe eens een spelletje met hem spelen zonder dat er iemand bij zit te kijken en te luisteren. Ik ben er heilig van overtuigd dat dit ook beter is voor mijn kind. Als ik op bezoek ben is de situatie niet normaal, maar doordat wij elkaar nooit zonder toezicht ontmoeten wordt hij nodeloos nog abnormaler gemaakt. Wat moet mijn kind wel niet van mij gaan denken? Het is al erg genoeg dat hij niet thuis kan wonen. Moet er ook nog een engerd van mij gemaakt worden, iemand die je niet kunt vertrouwen
als je met hem alleen bent?
Ik vraag dit ook omdat ik nog nooit een argument heb gehoord waarom het niet zou kunnen.
Ik verzoek u mij binnen enkele weken te antwoorden. In het antwoord verwacht ik toestemming, of
een weigering met argumenten, òf de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om toestemming te krijgen.

Met vriendelijke groet,
(handtekening)

In kopie aan de praktijkleider van (naam gezinsvoogd)



Bezwaarschrift voor Bureau Jeugdzorg

(uw eigen naam en adres)

Aan: De Directie van Bureau Jeugdzorg
(adres)
en aan (naam van uw gezinsvoogd)

BEZWAARSCHRIFT

Betreft: uw brief van (datum)
(uw woonplaats, datum)

Geachte Directie, geachte heer of mevrouw (naam gezinsvoogd),

Met deze brief maak ik officieel bezwaar tegen uw weigering om mijn uit huis geplaatste zoon/dochter
(naam kind) te mogen ontmoeten zonder toezicht. Ik maak bezwaar tegen de weigering omdat ik nog
nooit een reden heb gehoord waarom wij elkaar niet gewoon zonder toezicht zouden kunnen ontmoeten.
Ook in uw brief lees ik geen argument. U doet ook geen enkele poging om uit te leggen wat er gebeuren moet om wel toestemming te kunnen geven voor onbegeleid contact.
Het gaat hier niet om de weigering van een ijsje aan een kind, het gaat hier om de weigering van een
normaal, onbegeleid, contact voor een kind en zijn ouder.

Ik vraag u mijn verzoek te heroverwegen en mij binnen enkele weken te antwoorden.
In het antwoord verwacht ik ditmaal toestemming, òf een weigering met argumenten, òf de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om toestemming te krijgen.

Met vriendelijke groet,
(handtekening)

In kopie aan de praktijkleider van (naam gezinsvoogd)


Brief aan het LBIO over uw weggelopen kind

(uw eigen naam en adres)

Aan het Landelijk Bureau
Inning Onderhoudsbijdragen
Postbus 800
2800 AV Gouda

Betreft: (naam van uw kind), geboren (datum)

Geachte Dames en Heren,

Deze brief is niet het begin van een bezwaarprocedure, maar een mededeling op grond van artikel 71
van de Wet op de Jeugdzorg.

Mijn zoon/dochter (naam van uw kind), geboren (datum) is zonder toestemming van een van haar
ouders en zonder machtiging van de kinderrechter ergens ondergebracht. Ik ben het hier niet mee
eens, en zal hier zeker niet voor betalen.

Ik verzoek u mij bericht te sturen dat ik ook niet verplicht ben hiervoor te betalen.

Met vriendelijke groet,

(handtekening)

 

Brief aan het College Bescherming Persoonsgegevens

(uw eigen naam en adres)

Aan het College Bescherming Persoonsgegevens
Prins Clauslaan 20
2595 AJ Den Haag
(uw woonplaats, datum)

Geachte Dames / Heren,

Met deze brief roep ik uw hulp in. De kinderrechter heeft een kinderbeschermingsmaatregel uitgesproken over mijn dochter (naam en geboortedatum). Zij staat onder toezicht van Bureau Jeugdzorg (bijvoorbeeld Utrecht of bijvoorbeeld AJL), adres ....
Ik heb inzage verzocht van het volledige dossier van mijn kind, maar de gezinsvoogd wil het dossier eerst schonen. Als er geschoond moet worden, is het misschien extra belangrijk om te zien wat ik niet mag lezen.
Ik meen dat ik recht heb op inzage van het volledige dossier.
Hopelijk kunt u mij laten weten wat ik nu kan doen.

Met vriendelijke groet,

(handtekening)

In kopie aan Bureau Jeugdzorg (Utrecht of AJL of wat het maar is in uw geval).

De bedoeling van deze kopie is, dat u gewoon inzage krijgt. Misschien helpt het als een instantie weet dat het College Bescherming Persoonsgegevens ingeschakeld wordt.


Brief van de Raad voor de Kinderbescherming aan Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders,
van 22 februari 2006



Eerste en laatste alinea van brief van het Ministerie voor Jeugd en Gezin aan Stichting Kinderen-
Ouders-Grootouders,
van 14 december 2007



Brief van het Ministerie voor Jeugd en Gezin aan de Bureaus Jeugdzorg,
van 7 februari 2008


De drie bovenstaande brieven worden binnenkort geplaatst