![]() |
||||
|
||||
|
|
Stichting KOG 2009 bericht 1 maart 2009 Beste mensen, Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders vraagt van u: - € 15 per jaar (maakt u dit bedrag over als u het nog niet hebt gedaan op rekening 9634691) - uw ervaringen met advocaten, negatief maar vooral positief zodat wij kunnen adviseren - uitspraken van rechters zodat anderen zich erop kunnen beroepen. In Trouw van 21 maart staat een artikel van Iris Pronk: ‘Opa en oma doen er niet toe’. De grootouders die hulp vroegen voor de verzorging van hun kleinkinderen bij Bureau jeugdzorg Limburg kregen een mooi verhaal, “Maar Jeugdzorg koos voor een scenario dat het echtpaar en hun inmiddels uit de kliniek ontslagen dochter compleet overviel. Op de bewuste 30ste september kwam er een telefoontje, vertelt Angela: “Met de mededeling: ‘Je hebt vijf minuten om wat spullen in te pakken. De kinderen worden straks bij de crèche door Jeugdzorg opgehaald’.” Geen tijd om de meisjes voor te bereiden, geen tijd voor fatsoenlijk afscheid. Er was ook geen contact mogelijk met de pleeggezinnen, zegt Raymond: “We weten nog steeds niet waar Fabienne en Marise nu wonen.” De kinderen moesten wennen aan hun nieuwe gezinnen, daarom was het beter als ze hun moeder en grootouders voorlopig niet zagen, zo meldde Jeugdzorg.” Een gewoon mens noemt dit kindermishandeling, maar hier is Jeugdzorg aan het werk. “Hadden we geweten dat het zo zou gaan, dan hadden we nooit de hulp van Jeugdzorg ingeroepen.” Deze grootouders hebben een Hyves-pagina geopend www . opaenoma-verdriet. hyves.nl Lees het artikel van Iris Pronk op www . trouw . nl/achtergrond/de verdieping/article 2059707.ece/Opa en oma doen er niet toe Grootvader Peter Schoorstra heeft geschreven: Jeugdzorg?? Ammehoela!!, een aanklacht tegen handelwijze en organisatie van Bureau Jeugdzorg. (2008ISBN 978-90-367-3230-7) De achterflap zegt: “Inlevingsvermogen en barmhartigheid waren onbekende begrippen voor de mensen van Bureau Jeugdzorg. Mensen die deze begrippen juist huizenhoog in hun functioneren dienden te hebben. Een kind werd roepende in een ruimte waar niemand, noch van de Raad voor de Kinderbescherming, noch binnen Bureau Jeugdzorg naar luisterde. Een jonge moeder en haar familie werden geslachtofferd ten gunste van ‘de hechting met de pleegvader’.” Ook hier een website: www. jeugdzorgammehoela.nl . Relaties, familie, niet alleen Bjz, ook de Minister voor Jeugd en Gezin vindt het moeilijk. Op 14 november 2008 heeft KOG minister Rouvoet verzocht in de wet vast te leggen dat kinderen als zij uit huis geplaatst moeten worden recht hebben op een pleeggezin binnen hun familie als dat mogelijk is. In december kwam er een brief waaruit bleek dat het was opgevat als een vraag over kinderen van gescheiden ouders (waarom??) en zonder argument stelde de minister dat een wettelijk recht op plaatsing binnen de eigen familie “natuurlijk” te ver ging. KOG heeft de vraag van 14 november herhaald; ditmaal kwam er een brief dat KOG mee zou kunnen doen aan de consultatieronde i.v.m. het wetsvoorstel Verbetering rechtspositie pleegouders. Wij hebben 14 maart geschreven dat wij het verband niet zien met de vraag van 14 november maar graag mee doen, en de vraag nu voor de derde maal gesteld. 26 januari schreef de Commissie voor Jeugd en Gezin van de Tweede Kamer dat de KOG-brief over het wettelijk recht van kinderen op een pleeggezin binnen hun familie op 21 januari door de commissie behandeld was en dat de commissie had besloten de minister een kopie te vragen van zijn antwoord. “Na ontvangst van de reactie zal de commissie u laten weten of zij nog nadere stappen wil ondernemen.” KOG heeft de commissie op de hoogte gesteld van het verloop van de correspondentie. Wij merken soms dat kinderen van gescheiden ouders uit huis geplaatst worden zonder dat de vader, bij wie zij niet wonen, hiervan op de hoogte is. Netwerk vertelde op 5 maart het verhaal van ouders die met hun kinderen naar het buitenland gaan uit angst voor jeugdzorg, onder wie vaders die graag voor hun kinderen willen zorgen zodat geen pleeggezin nodig is. Enkele Kamerleden zouden verhuizen naar een ander land onmogelijk willen maken. Daarom hebben wij 13 maart het CDA geschreven: “Des te wranger is de opmerking van uw kamerlid mevrouw Sterk n.a.v. het tv-programma Netwerk op 5 maart over ouders die Nederland ontvluchten uit angst voor Jeugdzorg: ‘Sluit de grenzen voor dit soort gevallen en zorg dat de kinderen de zorg krijgen waar ze recht op hebben.’ Wilt u stichting Kinderen-Ouders-Grootouders laten weten dat uw officiële partijlijn zal zijn - bevorderen dat rechters meer tijd beschikbaar hebben per kinderbeschermingsdossier - bevorderen dat de kwaliteit van jeugdzorg verbetert, zowel die van de Bureaus jeugdzorg als die van de Raad voor de Kinderbescherming - proberen te voorkomen dat vertegenwoordigers van uw partij uitspraken doen als: in verband met kinderbeschermingsmaatregelen moet het ouders verboden worden hun kinderen Nederland te doen verlaten.” en de SP: “Op de website van Trouw lazen wij dat uw partij van mening is dat er snel kinderrechters moeten bijkomen om onzorgvuldige beslissingen over uithuisplaatsingen van kinderen te voorkomen. KOG is het daar van harte mee eens. Zittingen gaan vaak zeer snel, rechters blijken soms dossiers niet gelezen laat staan kritisch bestudeerd te hebben. Het resultaat daarvan is, dat de rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus jeugdzorg kunnen worden aangezien voor de werkelijkheid, terwijl zij daar veelvuldig een karikatuur van schetsen. Hulde voor kamerlid De Wit die zich hier mee bezig heeft gehouden! Des te wranger zijn de opmerkingen van kamerlid mevrouw Langkamp n.a.v. het tv-programma Netwerk op 5 maart. Volgens de SP-site heeft zij gezegd dat ouders niet op vakantie zouden mogen naar het buitenland met hun onder toezicht gestelde kinderen, dat zelfs al gedurende het onderzoek door een Bureau jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming gezinnen het land niet zouden mogen verlaten. Wilt u stichting Kinderen-Ouders-Grootouders laten weten dat de officiële partijlijn zal zijn - te bevorderen dat rechters meer tijd beschikbaar hebben per kinderbeschermingsdossier - te bevorderen dat de kwaliteit van jeugdzorg verbetert, zowel die van de Bureaus jeugdzorg als die van de Raad voor de Kinderbescherming - te proberen te voorkomen dat vertegenwoordigers van uw partij uitspraken doen als: in verband met (mogelijke) kinderbeschermingsmaatregelen moet het ouders verboden worden hun kinderen Nederland te doen verlaten.” Op 23 maart schreef de SP het volgende terug: “… Ten aanzien van de kinderrechters is de SP van mening dat er meer kinderrechters bij moeten komen zodat zij meer tijd beschikbaar hebben per kinderbeschermingsdossier. Ten aanzien van de jeugdzorg is de SP van mening dat de jeugdzorg radicaal anders georganiseerd moet worden. Anders zullen de problemen van de ellenlange wachtlijsten, de langs elkaar heen werkende organisaties, de verstikkende bureaucratie, het groeiend tekort aan ervaren jeugdhulpverleners en het tekort aan tijd voor gezinnen nooit echt opgelost worden. …. De SP is van mening dat het niet langer mogelijk moet zijn dat kinderen die onder toezicht staan zonder toestemming van jeugdzorg met hun biologische ouders meegaan op vakantie naar het buitenland of verhuizen. De Raad voor de Kinderbescherming zou de mogelijkheid moeten hebben om bij de Kinderrechter een verzoekschrift in te dienen dat een gezin gedurende het onderzoek het land niet mag verlaten. …” KOG heeft een brief ontvangen, gedateerd 3 maart, van Ministerie voor J&G, mede namens de ministers van Justitie en Volksgezondheid, in antwoord op een brief van 13 november: “Met uw brief van 13 november 2008, vraagt u mij naar overlappen tussen het elektronisch kinddossier en het elektronisch patiëntendossier. Voorts vraagt u naar de mogelijkheid van het maken van bezwaar tegen het kinddossier en naar de informatie over de invoering van EKD JGZ aan ouders en kinderen.… Het elektronisch kinddossier betreft de digitalisering van het dossier dat reeds wordt bijgehouden door de jeugdgezondheidszorg. Hierin wordt de informatie opgenomen die wordt verkregen tijdens de consulten van de jeugdgezondheidszorg waarin de lichamelijke, sociale en cognitieve ontwikkeling van alle kinderen wordt gevolgd om risico’s bij kinderen vroegtijdig te signaleren en kinderen en ouders de benodigde hulp te bieden. Het elektronisch patiëntendossier (EPD) betreft het uitwisselen van een beperkte set relevante medische gegevens tussen een gespecificeerde groep zorgverleners. Het EKD maakt hiervan vooralsnog geen deel uit. Beide dossiers (EKD GJZ en EPD) dienen elk een ander doel. Omdat het doel van de jeugdgezondheidszorg is preventief te werken worden alle kinderen uitgenodigd en krijgen dan een EKD JGZ. Het EPD dient om informatie uit te wisselen tussen zorgverleners. U vraagt mij verder of het EKD JGZ wordt afgeschaft als het EPD landelijk is ingevoerd. Dit is niet het geval, aangezien het EKD JGZ en het EPD verschillende entiteiten zijn. Vervolgens vraagt u of ouders … bezwaar kunnen maken tegen het elektronisch kinddossier, zoals dat ook het geval is bij het elektronisch patiëntendossier. Een behandelaar is in het kader van de Wet geneeskundige behandelovereenkomst verplicht een dossier in te richten waarin aantekeningen worden bijgehouden over de gezondheid van de patiënt en de verrichte behandeling. Van alle kinderen die in aanraking komen met de jeugdgezondheidszorg wordt daarom een dossier bijgehouden. Tegen het aanleggen van een digitaal dossier door de jeugdgezondheidszorg kan dan ook geen bezwaar worden gemaakt. Bij het EPD is sprake van uitwisseling van medische gegevens tussen verschillende zorgverleners die allemaal een behandelrelatie hebben met dezelfde patiënt. De patiënt dient echter toestemming te geven voor inzage in het dossier door een andere hulpverlener. Bij het EPD betekent weigeren dat bezwaar wordt gemaakt tegen het mogelijk maken van uitwisseling van gegevens via het landelijk EPD-systeem. … en de mogelijkheid tot het maken van bezwaar. Voor het EKD JGZ is dit niet noodzakelijk omdat het gaat om de inrichting van het dossier op basis van de Wgbo. Bij het eerste contact met de jeugdgezondheidszorg moeten ouders / verzorgers geïnformeerd worden over de werkwijze, het doel en de aanleg van een dossier. Ook moet toestemming worden gevraagd om het dossier binnen de jeugdgezondheidszorg over te dragen in geval van bijvoorbeeld het bereiken van de leeftijd van vijf jaar of in geval van verhuizing. Uitwisselen van informatie met andere hulpverleners is niet het doel van het EKD. Indien gegevensuitwisseling noodzakelijk is zal de hulpverlener hier toestemming voor vragen en kan tegen die gegevensuitwisseling bezwaar worden gemaakt. Gelet op de dossierplicht uit de Wgbo kan er geen bezwaar worden gemaakt tegen de aanleg van het EKD.” In Perspectief van maart 2009 staat het eerste artikel van een reeks van 6 ‘Het Elektronisch Kinddossier en De Verwijsindex Risicojongeren: c’est quoi?’ Uit dit artikel: “ICT kan bijdragen aan het bereiken van vier doelen in de jeugdsector, die uiteindelijk zouden moeten helpen om de tijdigheid en kwaliteit van hulpverlening te verbeteren: - Het signaleren van risico’s het liefst voordat zij zich manifesteren en er problemen ontstaan. - Het verbeteren van de overdracht: als jeugdigen tegelijkertijd of na elkaar met verschillende hulpverleners te maken hebben. - Het vergroten van de efficiëntie: doordat administratieve handelingen minder tijd vergen. - Het vakinhoudelijk ondersteunen van professionals door beslissingsondersteuning op basis van kenmerken van de jeugdige, opgeslagen in databases. … Enerzijds zijn er levenscyclus gebaseerde systemen. Zij registreren op verschillende momenten in het leven van een jeugdige een aantal inhoudelijke gegevens. Denk hierbij aan leerdossiers die scholen bijhouden, politieregisters en dossiers van de jeugdgezondheidszorg. … Levenscyclus gebaseerde systemen zijn in staat om bij te dragen aan risicosignalering, verbeterde overdracht, efficiëntie en beslissingsondersteuning. Incident gebaseerde systemen hebben een andere doelstelling en opzet. Zij zijn juist bedoeld om verschillende organisaties en domeinen met elkaar te laten samenwerken, als dat nodig is. Een tweede doelstelling is het ondersteunen van risicosignalering. Bij gebrek aan inhoudelijke (‘wat’) informatie moeten incidentgebaseerde systemen het doen met een beperkt aantal basisgegevens (‘dat’), maar hun bereik kan veel groter zijn. Informatie-uitwisseling komt op gang als er bezorgdheid is of een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die overleg (mogelijk) noodzakelijk maakt. Deze systemen bevatten veel minder inhoudelijke informatie en gaan vooral uit van het goed vastleggen van de relevante betrokkenen, zodat professionals elkaar kunnen bereiken om mondeling of telefonisch de situatie rondom de jeugdige te bespreken. … Het doel van het Elektronisch Kinddossier wordt veelvuldig verkeerd begrepen, omdat elektronisch kinddossier vaak als containerterm wordt gebruikt. Het EKD zoals dat nu in Nederland wordt ingevoerd, behelst echter alleen het automatiseren van de jeugdgezondheidszorg. … Na een haalbaarheidsstudie heeft Rouvoet een voorzichtige positie ingenomen: voorlopig blijft het EKD beperkt tot de jeugdgezondheidszorg. … Het EKD kan veel doelen dienen, maar is vooralsnog wellicht niet het systeem dat het meest gaat bijdragen aan verbeterde informatie-uitwisseling en daarmee aan betere samenwerking en coördinatie in de jeugdketen. Daarvoor zouden de regionale en landelijke verwijsindexen wel eens met de eer kunnen gaan strijken. Het incident gebaseerde systeem, dat momenteel het meest in de belangstelling staat, is de Verwijsindex Risicojongeren. …Als er twee of meer professionals zijn die een risicomelding hebben gedaan over hetzelfde kind, worden zij op de hoogte gebracht van elkaars contactgegevens. Matches worden gemaakt op basis van adresgegevens van de jongere, idealiter met hulp van het burgerservicenummer. Momenteel wordt nagedacht over het matchen op gezinsniveau, zodat signalen van broertjes, zusjes en wellicht ook over ouders worden betrokken bij een kind. … Een andere lokale uitbreiding, die het programmaministerie voor Jeugd & Gezin wellicht landelijk gaat opschalen, is ketenregistratie. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt welke organisaties hulp verlenen aan een kind, zonder dat per se sprake hoeft te zijn van een zorgelijke situatie. Het onderscheid met risicosignalen is echter niet altijd even gemakkelijk te maken. Het hangt dan ook sterk van de lokale invulling af wat men precies onder verschillende vormen van melden verstaat.” Perspectief, redactie Kromme Elleboog 14, 9751 RC Haren, abonnementen € 24,95. Van MIJN kind??! is in 2009 de tweede oplage gedrukt. Bestellen: alicejansen @ planet.nl € 6 per stuk, donateurs € 4, + verzendkosten. Binnenkort komt er een tweede boek, gedetailleerder, meer gericht op mensen die al met jeugdzorg te maken hebben. Veel mensen hebben het gevoel dat de gesloten deuren van de rechtzaal niet in de eerste plaats gesloten zijn om de privacy van ouders en kinderen te beschermen. Daarom was de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 2006 dat de gesloten deuren in strijd zijn met het Verdrag voor de Rechten van de Mens zo opwindend. Voorlopig lijkt de Nederlandse Minister van Justitie die opwinding niet te delen, evenmin als de Commissie voor Justitie in de Tweede Kamer. Op 20 februari 2009 heeft KOG geschreven aan de Minister van Justitie: Betreft: uitspraak Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 21 september 2006 over onwenselijkheid gesloten deuren in rechtspraak familie- en jeugdrecht Zeer geachte Heer, In 2006 doet het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een ook voor Nederland belangrijke uitspraak. Op 31 januari 2007 schrijft stichting Kinderen-Ouders-Grootouders n.a.v. deze uitspraak een brief aan de Minister-President; op 21 augustus 2007 laat de Minister-President stichting KOG weten dat de brief is doorgestuurd aan de Minister van Justitie. Op 29 september 2008 verzoekt stichting KOG u om een reactie. Op 12 december 2008 verstuurt stichting KOG een tweede verzoek om een reactie. KOG heeft geen enkele reactie van u ontvangen, noch een inhoudelijke, noch een mededeling op welke termijn u ons op de hoogte zou brengen van het traject dat de kwestie zou doorlopen. Vooralsnog nemen wij aan dat Nederland niet van plan is de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, gedaan op 21 september 2006, te negeren. Wilt u nu reageren op de brief van stichting KOG d.d. 31 januari 2007? In kopie aan de Commissie voor Justitie en de Commissie voor Jeugd en Gezin De Commissie voor Justitie heeft op 19 maart geschreven: “is op 11 maart 2009 … behandeld. In deze vergadering heeft de commissie besloten de inhoud van uw brief voor kennisgeving aan te nemen. Dit betekent dat de commissie als zodanig verder geen actie zal ondernemen.” Je gelooft je ogen toch niet. Nadat KOG minister Rouvoet had geschreven “HANDHAVING van omgangsregelingen en HANDHAVING van ouderschapsplannen is ABSOLUTE NOODZAAK. Waarom steelt men het kind van de buren niet? Omdat de maatschappij dit niet tolereert. Iedereen weet dat het gezag van de ouders van dat kind gehandhaafd wordt. Dus gebeurt het bijna nooit. Op dezelfde manier moet de maatschappij niet tolereren dat een ouder de kinderen mishandelt door ze te beroven van de andere ouder omdat hij/zij door eigen negatieve gevoelens niet verdraagt dat de kinderen ook van de andere ouder houden. Een ouder die dit niet kan verdragen, moet geholpen worden. Maar van te voren moet iedereen weten dat kinderen recht hebben op hun eigen relatie met allebei hun ouders en dat dat recht GEHANDHAAFD wordt” kwam op 14 december 2008 de reactie die u al hebt zien staan in de nieuwsbrief van december 2008: “Ik begrijp de frustratie die kan ontstaan als een zorgverdeling voor kinderen niet wordt nagekomen als partners uit elkaar zijn gegaan. De wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, die de verplichting van een ouderschapsplan kent, is gericht op de communicatie tussen ouders. Expliciet wordt de norm gesteld dat kinderen recht hebben op omgang met beide ouders en dat beide ouders de plicht hebben die te stimuleren. Naast een zorgverdeling moet ook worden aangegeven hoe ouders elkaar informeren en op welke wijze de kinderen zijn betrokken. Voor de niet verzorgende ex-partner die de kinderen niet te zien krijgt, bestaan er ook op dit moment verschillende mogelijkheden om dit “af te dwingen”. Zo is het mogelijk de rechter te vragen een dwangsom op te leggen. Een verdergaande stap is het inschakelen van de politie. Allereerst zullen ouders zelf moeten afwegen of dat voor hen de beste weg is. De rechter zal vervolgens altijd een afweging maken waarbij het belang van het (individuele) kind voorop staat. Hierbij wordt hij geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. Het afdwingen van afspraken die door individuele ouders worden gemaakt, is voor die ouders niet altijd gemakkelijk. Voor kinderen is vaak het afdwingen nog extra pijnlijk en complicerend. Het is daarom van extra belang te voorkomen dat dit soort situaties ontstaan. De wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding zet hierop in. Onlangs heb ik de nota gezinsbeleid aan de Tweede Kamer gezonden (zie hiervoor de website www. Jeugdengezin . nl) . Daarin ga ik in op maatregelen om te bevorderen dat ouders met elkaar (blijven) communiceren om op die manier een te zware nadruk op het juridische proces te voorkomen.” In de Eerste Kamer heeft de Minister voor Jeugd en Gezin evaluatie van de wet toegezegd. Om er zeker van te zijn dat er in ieder geval een objectieve evaluatie mogelijk zal zijn, is ingesteld Project Meldpunt Ouderschapsplan - Peter Prinsen Inleiding. Op 18 november 2008 behandelde de Eerste Kamer plenair de wet Voortgezet Ouderschap. Op 25 november 2008 is de wet door de Eerste Kamer aangenomen. Op 16 december 2008 werd de wet in Staatsblad 500 afgekondigd. Op 1 maart 2009 is de wet in werking getreden (Staatsblad 56, 6 februari 2009). Op zondag 26 oktober 2008, kort vóór de plenaire behandeling door de EK dus, vond in Oosterbeek de jaarlijkse donateursdag van STOZO plaats. Te voorzien was op dat moment dat het (toen nog) wetsontwerp zou worden aangenomen. Op die STOZO-dag heb ik de dreiging van rampzalige gevolgen van deze wet besproken. Ik heb er op gewezen dat de wet alleen maar de mediationlobby in de kaart speelt zonder in de praktijk ook maar iets op te lossen op het vlak van dwarse “zorgouders”. Sterker nog, met het begrip ‘hoofdverblijf’ hercodificeert de wet enerzijds de vroegere almacht van de één-ouder-voogd en anderzijds de totale rechteloosheid van de vroegere vader-toeziend voogd, ondanks ferme woorden zoals gezamenlijk gezag, gelijkwaardig ouderschap. Ferme woorden, dat wel, maar een papieren tijger. En dat ‘hoofdverblijf’ zou, nu het in de wet staat, wel eens de dood in de pot kunnen betekenen voor de recente strafrechtelijke doorbraak van Peter Brons. Daarover later meer. Evaluatie Op die STOZO-dag heb ik erop gewezen dat er ongetwijfeld bij de verdere behandeling door de EK gesproken zal worden over evaluatie van de wet in de praktijk. Inderdaad, bij de plenaire behandeling op 18 november 2008 (waarom heb ik behalve Eric Schleicher en verder enkele dwarse moeders niemand uit onze kring op de publieke tribune gezien?) heeft de EK gesproken over evaluatie. Minister Rouvoet, in antwoord op de leden Franken (CDA) en Holdijk (SGP): "Wij zijn graag bereid om na een jaar of drie te bekijken of dit onderdeel van het wetsvoorstel over het ouderschapsplan goed functioneert. Dan kan worden bezien of het ouderschapsplan een meerwaarde heeft. De vraag moet dan zijn of het leidt tot minder conflictueuze situaties rondom echtscheiding. Dan zal in zo'n evaluatie aantoonbaar moeten zijn dat het ouderschapsplan werkelijk in het belang van het kind is. Bij veel woordvoerders waren de bezwaren niet zozeer principieel, maar praktisch. Zij vroegen zich af of het ouderschapsplan wel heel veel meerwaarde zou opleveren. Wij zijn graag bereid om aan de hand van een evaluatie daar nog eens naar te kijken. Ik zeg dat graag toe." Op de STOZO-dag had ik ervoor gewaarschuwd dat die evaluatie gekaapt zal worden door de mediation-lobby . Dan zullen we de situatie hebben van de slager die zijn eigen vlees keurt. Als dat gebeurt dan zullen er lovende evaluatieonderzoeken verschijnen die klakkeloos door allerlei gezaghebbende commissies zullen worden geciteerd en die Nederland ten voorbeeld zullen stellen als het land waar het echtscheidingsprobleem is opgelost ….. terwijl oude en nieuwe protestgroepen van vaders elkaar zullen blijven verdringen om aandacht te krijgen voor de voortdurende schending van de integriteit van hun ouderschap. Protestgroepen die opnieuw het wiel proberen uit te vinden en die, niet gehinderd door enige filosofie, de oude wijn in nog weer nieuwere zakken willen verpakken – net als wat de wetgever nu heeft gedaan en wat het vaderprotest al jaren niet anders doet: papieren tijgers opzetten. Ik maak dit al 30 jaar mee… Meldpunt Ouderschapsplan Om het gevaar van een door de mediationlobby gekleurde evaluatie te bezweren heb ik op de bewuste STOZO-dag mijn plan gelanceerd om een Meldpunt Ouderschapsplan in het leven te roepen. Ik heb in het kort uiteengezet wat de bedoeling was: een website inrichten om daarmee in de rechtspraktijk gesloten ouderschapsplannen en de contactgegevens van de melders te verzamelen, zodat in de loop van een paar jaar gevolgd kan worden in hoeverre het ouderschapsplan wordt gerespecteerd en gehandhaafd. Dat is een enorme klus, en ik heb de medewerking gevraagd van enkele aanwezigen, allereerst om deel te nemen aan een brainstormsessie op 30 oktober 2008 in Amsterdam om op basis daarvan tot de organisatie te komen. Helaas is de brainstormsessie niet geworden wat ik ervan had gehoopt. Toch is er enigszins pragmatisch een begin gemaakt. Peter Tromp heeft aangeboden een provisorische website in het (gratis) Wordpress-domein op te zetten om het meldpunt “in de lucht” te hebben op het moment dat de media aandacht zouden besteden aan de wet (de stemming door de EK, inwerkingtreding). Het Meldpunt Ouderschapsplan is ingesteld op 10 december 2008, de Dag van de Rechten van de Mens. Zelf heb ik me gezet aan: - Wettekst oud/nieuw naast elkaar - Samenvatting van de vernieuwingen - Toelichting op het nieuwe door de wet beloofde paradigma. Deze teksten vormen nu het hoofdbestanddeel van de provisorische website maar zijn daar wat lastig te raadplegen. Ze staan ook op http : // peterprinsen.nl/Content/Samenvatting. Verder heb ik zelf in het .nl-domein de definitieve domeinnaam aangevraagd en inmiddels verkregen. De bedoeling is om, zodra de .nl-site gereed is, de bezoeker die nog de provisorische Wordpress-site bezoekt automatisch door te linken naar de definitieve .nl-site. Doordat ik in beslag werd genomen door enkele andere activiteiten (o.a. het hoofdstuk in het boek ‘Verpasseerd Ouderschap’ onder redactie van Joep Zander - a.s. zaterdag wordt het gepresenteerd in Amersfoort - en verder de recente strafrechtelijke ontwikkelingen in Leeuwarden en Maastricht) is de definitieve site nog niet in de lucht. Gelukkig heeft de voorlopige site, zoals voorzien, in opiniërende zin kunnen profiteren van de recente media-aandacht voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Op het Meldpunt Ouderschapsplan is een aantal meldingen binnengekomen, die echter een andere strekking hebben dan die waarvoor het meldpunt is bedoeld: het zijn veel gestelde vragen of vragen om advies. Het is prettig dat Peter Tromp een voorlopig secretariaat en protocol heeft opgesteld om deze vragen af te handelen. Scepsis Mijn lancering van het Meldpunt is voortgekomen uit scepsis ten aanzien van het effect van de nieuwe wet en de onbevangenheid van de ministeriële evaluatie. Die scepsis is gebaseerd op wantrouwen van civielrechtelijke oplossingen waarin de rechter een taak krijgt in de handhaving van zijn eigen uitspraken: bij niet naleving verwijst de wet partijen ten eeuwige dage terug naar de rechter of de mediator om de twist over het belang van het kind voort te zetten. Deze constructie (‘terug naar de rechter’) verdringt de eigenlijke civielrechtelijke handhavingsmiddelen ‘sterke arm’ en ‘dwangsom’ (die er wel zijn, maar die om allerlei redenen inadequaat en veel te kostbaar blijken), evenals gezagswijziging. Niemand onderkent dat een dergelijke wet, die de rechter vol toetsend (=niet-marginaal!) belast met handhaving van zijn eigen uitspraken, een staatsrechtelijk monstrum is, dat zich in de praktijk als monstrum bewijst, zoals wij allemaal aan den lijve ervaren. Waarom onderkent niemand dit? Omdat er op staatsrechtelijk niveau geen enkele aandacht is voor het Familie- en Jeugdrecht. Omdat in de praktijk het dogma “Belang van het Kind” en artikel 3 van het IVRK ("belang van het kind i.c. voorop bij alle interventies) alle staatsrechtelijk perspectief doet verbleken. Noch in de academische discussie, ja zelfs ook niet van de kant van de Raad van State of in de E.K. loopt men hiervoor warm. In het Familie- en Jeugdrecht is filosofie ingeruild voor pragmatisme van het Belang van het Kind. Richtingenstrijd binnen onze gelederen De geschiedenis van het ouderactivisme op het gebied van het omgangsrecht heeft al sinds jaar en dag een richtingenstrijd laten zien. De ene richting (de civielrechtelijke richting) wedt op papieren tijgers: wetswijzigingen die in het civiele recht met ferme woorden maar zonder daadwerkelijke en onafhankelijke handhaving de gelijkwaardigheid van het ouderschap moeten vastleggen. Die contact van het kind met de vader tot een prevalent belang van het kind hopen te promoveren. Die woorden zijn niet verkeerd, maar toch heeft de ene na de andere wetswijziging laten zien dat dit een doodlopende weg is. Geen wonder: elke wetswijziging in deze richting (‘rechter belast met handhaving van eigen uitspraken’) baart een staatsrechtelijk monstrum. En wat erger is: iedere evaluatie juicht over de resultaten, en voor zover in onze eigen kring zo’n wetswijziging als een eigen wapenfeit wordt gezien juichen wij graag mee en laten we alle scepsis varen. De andere richting, mijn richting, de strafrechtelijke handhavingsrichting, kijkt niet zozeer naar de individuele gevallen, maar wil de cultuur beïnvloeden met behulp van het strafrechtelijk instrument dat bewezen heeft over het geheel genomen uiterst doeltreffend te zijn, maar dat slechts selectief gebruikt wordt (werd!) tegen de “bij-ouder”, meestal de vader. Het effect van het strafrecht is niet te beoordelen aan de hand van individuele gevallen maar moet beoordeeld worden aan de hand van de gehele populatie tegen wie het wordt toegepast. Het strafrecht wil niet de misdadiger corrigeren, maar de samenleving beïnvloeden. Eventueel corrigerend effect op de misdadiger is slechts een (niet te versmaden) neveneffect. Dat is zeer paradoxaal en daarom zo moeilijk te begrijpen, zeker waar het IVRK (‘belang van het kind voorop bij elke interventie’) verleidt om uitsluitend naar de individuele zaak te kijken. De beide recente strafzaken (als eerste de zaak van Peter Brons) brengen voor de individuele vader het herstel van het contact met zijn kind niet dichterbij, maar het cultuurhervormend effect is enorm. Peter Brons was zich daar als geen ander van bewust. Recentelijk was in de media een accepterende attitude voor deze vervolgingen waar te nemen, zelfs bij bolwerken van conservatisme. Ik was daar zelf door verrast, even verrast als ik was dat de doorbraak voor zover ik kan nagaan geheel door een vader individueel (Peter Brons) bereikt werd, onafhankelijk van welk georganiseerd activisme dan ook. Filosofie en Methodologie Als projecteigenaar leg ik met het bovenstaande vast wat de filosofie en de methodologie achter het Meldpunt Ouderschapsplan is. De evaluatiemethodologie is die van de gezonde, wetenschappelijke scepsis bij de evaluatie van de wet, en het open oog voor de ‘andere’ filosofie. Er is gegronde vrees dat de gevestigde orde vooral het tot stand komen van ouderschapsplannen zal boekstaven en de definitie van succesvol ouderschapsplan aan de gewenste uitkomst zal aanpassen. Zo gaat het al jaren. (Vergelijk de studie van het Verwey-Jonkerinstituut van Chin A Fat en Steketee en de cum laude (!) dissertatie van Chin A Fat, maar er zijn vele andere voorbeelden te geven van au fond pseudowetenschappelijk onderzoek). Popperiaanse methodologie (“niet verificatie maar falsificatie”) is aan de wetgever niet besteed en aan de familierechtwetenschappers evenmin. Aan ons dan ook de taak om te onderzoeken wat er van al die ouderschapsplannen terecht komt. De filosofie heb ik in het voorgaande aan de hand van de richtingenstrijd in hoofdlijnen al uiteengezet: niet die van de civielrechtelijke ferme woorden, maar die van de onbevangen handhaving met strafrechtelijke gezagsdaden, ongeacht of de verdachte nu een vader is of een moeder. Niet het (tot op het bot gemarginaliseerde!) incidentele belang najagen maar het globale belang dienen, wat zich op termijn vertaalt in grootschaligere en volwaardigere incidentele belangen. Belang van het Kind Hiermee samenhangend is de rol van het belang van het kind. Ik heb daar al veel over geschreven, en zal dat ten behoeve van het Meldpunt Ouderschapsplan nog eens formuleren, vooral nu er vragen beantwoord moeten worden van individuele “melders”. Wie is er nu tegen het belang van het kind? Niemand toch? Dus wie zich op het belang van het kind beroept komt kennelijk echte argumenten tekort, en staat aan de verkeerde kant van de demarkatielijn tussen wetenschap en pseudowetenschap. Woordvoering Het is van het grootste belang om met één mond te spreken. Het Meldpunt Ouderschapsplan is opgezet op basis van een filosofie en met een methodologie die hierboven is omschreven. Dat vereist een weloverwogen dialectiek. Elke verzetsbeweging kampt met het grote probleem van innerlijke verdeeldheid, van onderlinge richtingenstrijd. Dat werkt verlammend, en de gevestigde orde spint daar garen bij. Wat het Meldpunt Ouderschapsplan betreft: hierin is geen plaats voor die richtingenstrijd en de woordvoering moet eenduidig zijn. De woordvoering en uitingen in het openbaar namens het Meldpunt Ouderschapsplan zullen dan ook exclusief door mij geschieden en dit dient in alle publicaties te worden aangegeven. 12 maart 2009 Peter Prinsen Postbus 3040 2301 DA Leiden Tel.: 071-523.62.21 In Haarlem heeft een moeder een taakstraf gekregen voor het weghouden van een kind bij de vader. Dat kan een positieve invloed hebben, evenals een uitspraak over een vader die iets dergelijks deed. Zie www . nu. nl/algemeen/1783812/vijf-jaar-cel-voor-vader-die-dochter-ontvoerde. Wreed De rechtbank vond het buitengewoon wreed en zelfzuchtig dat E. ervoor heeft gezorgd dat de moeder haar kind nu al een jaar niet heeft gezien. ... De rechtbank vergeleek het lijden van de moeder met een langdurig stervensproces. en discussie: www .nujij. nl/vijf-jaar-cel-voor-vader-die-dochter-ontvoerde.3759858.lynkx In maart 2008 is verschenen onder redactie van J. Zander Verpasseerd ouderschap, loyaliteitsmisbruik en ouderverstotingssyndroom. ISBN 978-90-808631-3-2 (€ 12,50). Bestookt u toch vooral televisierubrieken en kranten met uw reacties en uw verhalen! En vergeet u de politieke partijen niet. We zien niet veel resultaat, maar de enige manier om iets te veranderen is toch schrijven en schrijven en schrijven. |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||